vrijdag 20 november 2015

Stofzaad



Het is een van de vele geheimen van de oude loofbossen langs de binnenduinrand. Een plant die me al jaren intrigeerde, simpelweg omdat je een plaatje ervan elke keer weer tegenkomt als je via de Soortenbank planten uitsleutelt. 
Het is een plant die het niet van haar prachtige bloemen of fraaie bladeren moet hebben, maar meer van de illusie van mysterieuze wezens in donkere bossen. 

Stofzaad


De Engelse benaming voor Stofzaad (Lat. Monotropa) is Dutchman′s pipe, Ghost flower of Indian pipe (de laatste twee meestal gebruikt voor M. uniflora). De wetenschappelijke naam betekent zoveel als ′kluizenaar onder de denneboom′. De planten groeien vaak in kleine groepjes gescheiden van elkaar. 




Het stofzaad komt in Nederland bijna alleen nog voor in oude loofbossen in de Kennemerduinen. En ook daar nog maar sporadisch. 

Het plantje ziet er een beetje uit als een asperge. De bloem lijkt op de bloemen van bremraap. Klokvormig, gebogen, geelwittig, met 8 meeldraden met horizontaal niervormige, in het midden gespleten helmknopjes. 





De aanvankelijk geknikte bloemen richten zich tijdens de rijping van het zaad op, zodat de zaaddozen uiteindelijk fier in de wind staan. Zo worden de zaadjes over een grotere afstand weggedragen door de wind.





Het fotograferen van het kleine plantje is een exercitie op zich. Zoals gezegd, stofzaad is uiterst zeldzaam, het dient daarom gekoesterd en niet vertrapt te worden. Ze staat diep verscholen in het donkere bos. Op een mooie dag filteren de bomen weliswaar wat zonlicht, maar zonder statief gaat het niet lukken. Uiterst behoedzaam bewegen en tien keer kijken bij elke voetstap of verplaatsing van het statief!

Kort na de bloei sterven de stengels af. Ze worden zwartbruin. De zwarte stengels met zaaddozen blijven tot diep in de winter staan.



Parasieten

Zoals gezegd, stofzaad heeft geen bladgroen. Om toch aan voeding te komen parasiteert het stofzaad op paddestoelen. Ze schijnt een voorkeur voor narcisridderzwammen te hebben, die op hun beurt weer afhankelijk zijn van bomen als beuk en eik. Een leuk trio: de beuk, de narcisridderzwam en het stofzaad. 

Uiteindelijk vond ik afgelopen zomer het goed verstopte Stofzaad. YES!! Wonderbaarlijk hoe een vondst vaak een andere lijkt uit te lokken: een paar dagen later vond ik op een totaal andere plek nog een paar plantjes.
Zo verdween het stofzaad van het wensenlijstje, om gelijk plaats te maken voor een nieuwe nummer 1: stofzaad in combinatie met de narcisridderzwam. 


Stofzaad in de herfst

Dus in de herfst terug naar de bewuste plek. Na een aantal vergeefse zoektochten vond ik onderstaande combinatie. Weliswaar geen narcisridderzwam, maar toch ..... !
Het paddestoeltje valt in de categorie die in de wereld van de mycologie wel 'kbp-tje' wordt genoemd, Kleine Bruine Paddestoel die zonder microscoop niet te benoemen is.











Narcisridderzwam

De Narcisridderzwam is een van de paddestoelen die je in het veld wel zonder twijfel kunt herkennen. Zie je een paddestoel waaraan alles zwavelgeel is, steek dan je neus even tussen de lamellen. Schrik je direct terug van de geur 'iech...getvrrrrr!!' dan heb je te maken met de narcisridderzwam. De geur wordt omschreven als carbid of lichtgas, wij dachten aan kamfer. Let ook op het voor ridderzwammen kenmerkende gootje bij de aanhechting van de lamellen. 




Helaas lukt het niet de combi Stofzaad + Narcisridderzwam te vinden. Wel afzonderlijke exemplaren en dus improviseren we uiteindelijk maar een beetje om toch DE foto te krijgen. ;) Maar dat soort foto's zijn altijd gedoemd te mislukken. Alsof de camera weet dat je sjoemelt! 






vrijdag 14 augustus 2015

Damherten.... 3000 of 600?

Via de nieuwsbrief van Vroege Vogels rolt de petitie van de Dierenbescherming tegen afschot van de damherten mijn mailbox binnen.

Zo schattig! Dat ga je toch niet afschieten?!


Er zijn er nu 3000, het gebied kan er 600 aan, hebben de deskundigen berekend.
De beheerders luiden de noodklok, maar Nederland zou Nederland niet zijn als we niet massaal direct in de bescherm-modus zouden springen.

Voordat je de petitie van de Dierenbescherming enthousiast tekent, want zo schattig! en zo zielig! en straks weer zoveel lol met de bronst!, raad ik je aan eerst twee wandelingen te maken.

De eerste door de Kennemerduinen en de tweede door de aangrenzende Waterleidingduinen. Fotografeer of noteer de planten die je tegenkomt op beide wandelingen. Je zult schrikken.

Duinteunisbloem

Het verschil kan niet groter zijn. En dit jaar lijkt een absoluut dieptepunt bereikt.

Natuurlijk was er altijd al een opmerkelijk verschil tussen de flora in de twee gebieden. In de Kennemerduinen wordt geen water meer gewonnen, in de AWD wel, waardoor de flora in de Kennemerduinen altijd al uitbundiger was.

Schermhavikskruid





"De damherten zijn een bedreiging voor kwetsbare planten binnen het gebied; afschot is de enige manier om dit tegen te gaan. Dit is onjuist: damherten eten inderdaad onder andere beschermde planten, maar de dieren daarom afschieten gaat te ver", aldus de petitie. 

Nee, het gaat niet om de kwetsbare planten. Zoals hiervoor gezegd, die waren in de Waterleidingduinen toch al niet al te rijkelijk voorhanden, het gaat om alles wat groeit en bloeit en niet het geluk heeft giftig, stekelig of hoog groeiend te zijn.

In de Amsterdamse Waterleidingduinen groeit niets meer... maar dan ook echt niets.

En met de planten zijn ook de insecten, de vlinders, de vogels verdwenen. 

De Amsterdamse Waterleidingduinen zijn verworden tot een troosteloos, kaal, dor gebied. 

De damherten eten niet alleen de kwetsbare planten op, de damherten eten alles op. Het Slangenkruid, de Wilde reseda's, de Teunisbloemen, de Leeuwentand, het Walstro... kortom, al die bloemen die je in de zomer volop kunt vinden in de duinen, normaal gesproken dan.

Een zeldzame plant als de Slanke duingentiaan is in de AWD kansloos



Duinkruiskruid - door haar gif weet ze de damherten te weerstaan - een zware zomerstorm is een ander verhaal!

Geelhartje weeft een ragfijn tapijt tussen planten als Parnassia, Stijve ogentroost en Sierlijk vetmuur 


Ik kom er niet heel vaak meer, in mijn geliefde Waterleidingduinen. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en dan denk ik "zo erg kan het toch niet zijn, misschien de droogte van de afgelopen weken, misschien omdat ze elders in het duin druk met beheren zijn, of misschien......".

Watermunt 

De wandeling draait steevast op een teleurstelling uit, want het is echt zo erg als ik dacht, of zelfs erger.
Urenlang wandelen en dan fotoloos thuiskomen, zegt genoeg.

Gewone ossentong in de duindoorn

Ik ben geen voorstander van de jacht. En als je dan toch wilt jagen, doe het dan op voet van gelijkheid. Lopend en met de blote handen.

Anderzijds kan het zo ook niet doorgaan. De dieren leven in een onnatuurlijke situatie, de Waterleidingduinen zijn niet meer dan een veredelde dierentuin, vrijheid met een groot hek eromheen. Er zijn geen natuurlijke vijanden. De mens heeft de dieren in die kooi gestopt, we zijn ervoor verantwoordelijk dat de kooi leefbaar blijft. Zonder planten zullen de damherten uiteindelijk verhongeren. De natuur herstelt zichzelf wel, zegt de petitie dan ook. Is dat wat we willen?

Wilde peen



Is er een alternatief?
Weer 2400 damherten verschepen naar Roemenië? De vraag is of ze daar beter af zijn, onze verwende, tamme, geen natuurlijke vijand kennende damherten.
Steriliseren zoals de ganzen hier op de dijk? Vergassen zoals op Schiphol?

Of de meest cynische en eenvoudigste oplossing - de brug tussen de AWD en de Kennemerduinen opengooien ..........



Damherten, een paar aan leverworst en borrelnootjes verslaafde vossen en riet is al wat rest van dit ooit zo mooie gebied.

Ik wil mijn plantjes terug!

P.S. Onnodig om te zeggen, dat alle foto's gemaakt zijn in de Kennemerduinen, behalve die van het damhert en het riet dan natuurlijk.

dinsdag 21 juli 2015

De bloemetjes en de bijtjes ..... wilde orchideeën

De ietwat onmogelijke kleuren van de Rietorchis

Het hoogtepunt van het wildeorchideeënseizoen is al weer voorbij. Met enige jaloezie lees ik de blogjes over orchideeënparadijsjes. Gemist,  helaas. In de orchideeëntijd ben ik meestal op vakantie in een regio waar de orchideeënbloei later valt. Zo wordt het nooit wat!

De Vleeskleurige orchis varieert in kleur van donkerpaars tot bijna wit - je herkent de soort aan het kielvormige blad met gesloten bladpunt


Wat opvalt aan de blogjes is de toon van lichte (tot zelfs redelijk zware) teleurstelling over het uiterlijk van die zo geroemde, zeldzame wilde orchideeën. Is dat nou alles? Is dit nou waar iedereen zo lyrisch over is?

Iele sprietjes, met vaak nog ielere bloempjes in vaak bijna bizarre kleurcombinaties. Niet echt poëtische namen ook: vliegen-, wespen-, hommel-, bijen-, keverorchissen; harlekijn, soldaatjes, poppetjes, en o-la-la ! kruisingen van de laatste twee.

Ergens las ik zelfs de grandioze tekst: "ze zijn eigenlijk niet om aan te zien, maar ze zijn zeldzaam en dus (sic!) de moeite waard om te gaan zoeken!". Huh??

Groenknolorchis - een uiterst zeldzame, doch onooglijke orchidee



Het gaat om de details, schreef iemand optimistisch.
Inderdaad, en die details hebben alles met de voortplanting te maken. Uiteraard, zoals alles en overal in de natuur.

Groenknolorchis - oorspronkelijk - ver terug in de tijd - stond de onderlip van de orchideebloemen naar boven gericht. Dit was knap onhandig voor insecten die bij de honing wilden komen. De evolutie heeft dit probleem opgelost door het vruchtbeginsel een halve slag te draaien, waardoor de lip, die in de knop nog naar boven gericht is, bij het openen van de bloem een halve slag draait en zo naar beneden gericht wordt. Kennelijk is de Groenknolorchis wat achtergebleven in de evolutie?




Het ingenieuze voortplantingsmechanisme van de orchidee

Bloemetjes en bijtjes - het is verbazingwekkend met wat voor wonderlijke mechanismen sommige plantensoorten zijn uitgerust om dit proces goed te laten verlopen.

Onze inlandse orchideeën zijn daar een goed voorbeeld van.
Er is slechts 1 meeldraad. Deze bestaat niet, zoals bij de meeste planten, uit een helmdraad en helmhokjes, maar alleen uit een helmhokje. Dit helmhokje bestaat uit 2 hokjes en is meestal vergroeid met de stempel. Het zit dan aan de voorzijde van de stempel. De meeldraad heeft geen los stuifmeel, maar 2 stuifmeelklompjes. De klompjes stuifmeel hebben een steeltje, ze zitten verborgen in de helmhokjes, die zich met een spleet openen als de tijd daar is.
Onder het helmhokje met de daarin opgeborgen stuifmeelklompjes bevindt zich de stempel met twee lobben. Aan de bovenzijde zit een soort van snaveltje (rostellum). Een deel van dit snaveltje is veranderd in gom of in een paar kleefschijfjes die weer vastgegroeid zijn aan de steeltjes van de stuifmeelklompjes.  De kleefschijfjes liggen soms bloot, soms ook in een napje of beursje. Het geheel wordt stempelzuiltje genoemd.
Onder de zuil ligt bij de meeste soorten de ingang tot de spoor, een lange buis van aan de voet samengegroeide bloemblaadjes. In deze buis wordt de honing of voor insecten begerenswaardig weefsel bewaard.





Maar dan? Het mechanisme voor bevruchting is er, maar nu moeten de insecten nog gelokt.

De kunst der verleiding

De meeste planten en ook veel orchideeën lokken insecten door fraai gekleurde bloemblaadjes of heerlijke geuren.

De Moeraswespenorchis, die nu nog volop te vinden is in bijv. natte duinvalleien, houdt het - heel traditioneel - bij een prachtig gekleurde bloem + een verleidelijke geur.

Moeraswespenorchis - een van de mooiste inlandse orchideeën; zie ze toesnellen onderaan de steel!


De Brede wespenorchis, die nu grotendeels nog in de knop staat, probeert het met een uitnodigend, door de onderlip gevormd bakje honing. Evenwel een verraderlijke uitnodiging, want de nectar is bedwelmend en verslavend. Het werkt als volgt: bij bezoek van de wespen aan rottend fruit en andere planten hechten zich micro-organismen als de Cladosporium-schimmel aan hun lijf. Als de schimmel terechtkomt in de nectar van de wespenorchis, gaat de nectar gisten en ontstaan giftige stoffen als alchohol en oxycodone. Zo zorgt de plant ervoor dat de insecten wat onvast op de pootjes gaan rondkruipen en sneller tegen de stuifmeelklompjes zullen stoten en tevens dat ze terugkeren voor meer van de drugs.

Bij de wespenorchissen zijn de stuifmeelklompjes omgeven door een kleverige massa, niet door een beursje, de zuil is ook korter en de stuifmeelklompjes zitten grotendeels los, ze zijn niet vergroeid met de stempel. Bij het snoepen van de honing plakt een deel van de kleverige massa aan de wesp en de wesp trekt zo bij het wegvliegen een deel van het stuifmeel mee. De plant heeft er dus baat bij dat de wespen vaker terugkeren.

Brede wespenorchis - met verleidelijk glinsterende, bedwelmende nectar


De Grote keverorchis is een van de vroegst bloeiende orchideeën. Een echt voorbeeld van zo'n teleurstellende spriet, met iele geelgroene bloemetjes. De Grote keverorchis heeft er voor gekozen de nectar vrij toegankelijk te maken, de klompjes liggen open en bloot op het snaveltje. Het is gratis en je hoeft er geen moeite voor te doen! Nou, dat trekt volop bezoekers, niet alleen kevers. De top van het snaveltje bevat cellen met vloeibare gom. Als een insect tegen dat topje aankomt, komt de gom tevoorschijn en plakt het stuifmeel op het insect.

Grote keverorchis - een vroege bloeier

De ultieme truuk

Om succes te hebben moet je je onderscheiden, moet je creatief zijn, anders dan andere.
De vliegen-, hommel-, spinnen- en bijenorchis hebben dit zeer origineel opgelost: de lip van hun bloem is omgetoverd tot een bevallig damesinsect.
Roodbruin tot diep donkerbruin, met gele strepen, al naargelang het insect dat geïmiteerd wordt. De Vliegenorchis heeft zelfs een metallic blauwe vlek die de ilusie van beeldschone, in het zonlicht schitterende vleugeltjes van een vliegendame moeten wekken.


De warme roodbruine tint van de gezwollen onderlob  met het sexy gele streeppatroon, de aantrekkelijke beharing aan weerszijden van de lob. En dan die ogen..... ! Miss Bij 2015!

Om het effect nog te verhogen verspreiden deze zogeheten spiegelorchissen ook het parfum (wat wetenschappelijker gezegd: de feromonen) van de betreffende dame. Een parfum dat zegt: "ja, ik wil!!" Welke man kan dat weerstaan?!

Je kijkt ineens met heel andere ogen naar deze bijenorchis, toch?

Bijenorchis - de stuifmeelklompjes zitten nog netjes opgeborgen in de beursjes (bij de bovenste bloem)


Wat volgt ligt ergens tussen genant en hilarisch in. Als ik ooit in zo'n orchideeënparadijsje (weer een jaar wachten!) kom, ga ik zeker liggen wachten met de camera in aanslag. (Had bij deze bijenorchissen ook gekund, maar de locatie is een kantorenpark. Daar lig je dan met je camera, op een door-de-weekse dag, gadegeslagen door honderden verbaasde ogen).

De gelokte, hitsige insectenman stort zich vol overgave op de nepvrouw van de onderlip van de orchideebloem. Wow, lekker ding! En terwijl hij te keer gaat, kan het niet uitblijven dat hij de kleefschijfjes raakt en deze hechten zich met de eraan vastgegroeide stuifmeelklompjes op zijn kop. Sta je dus wel een beetje voor Jan met de korte achternaam.

Als hij zijn vergissing inziet (of niet natuurlijk), vliegt hij weg met de klompjes rechtopstaand op zijn kop. Na enige tijd, net genoeg om een volgende 'dame' te vinden, zakken de steeltjes van de klompjes door en buigen de stuifmeelklompjes voorover en worden daarbij op de stempel gedrukt.  Mission completed!

Aangezien ik dit alles nog niet op foto heb, bijgaand een link naar een zeer expliciet filmpje van David Attenborough : https://www.youtube.com/watch?v=-h8I3cqpgnA


Brede wespenorchis - de stuifmeelklompjes bungelen wat verloren aan het zuiltje

De Bijenorchis is een pionier. En zo kan het gebeuren dat ze groeit op plekken waar nog geen al te grote bijengemeenschap is. Dan heb je dus een probleem met je taktiek van uitdagend lokvrouwtje! Gelukkig voor de bijenorchis heeft ze die hitsige bijenheren eigenlijk helemaal niet nodig. De stuifmeelklompjes schieten vaak vanzelf (of iets geholpen door de wind) los en landen dan exact op de stempelplek. Zelfbestuiving.

Bijenorchis - Dit wordt een gevalletje zelfbestuiving
Alternatief bijenvrouwtje  


Wilde orchideeën - zoveel meer dan iele sprietjes!

woensdag 22 april 2015

Blauwborst of Pinksterbloem

"Het is hier puur natuur", zegt de man. "Niets aangelegd, geen beheerde, gemaakte natuur: het is wat het is". Een stukje verderop graaft een andere man, met zweetdruppels op het voorhoofd, een deel van de betonnen vogelkijkwand uit. "Er gaat toch niemand achter staan", zegt hij berustend, "misschien als ik hem naar ginds verplaats". Hij maakt een gebaar: "het is hier te weids voor een scherm".

Kluten


In die weidse ruimte bekvechten, slapen, scharrelen de grutto's en de kluten:  een weidse lens zou welkom zijn. Rond de weidse ruimte cirkelen de vogelspotters en de bewoners van het dorp, wandelend, fietsend, rijdend. Het is best een drukke weg.  De grond is drassig, je zakt weg in de zware klei - liggen vanwege het lage standpunt lijkt hier 'not-done'.

En dan moet je dus 'wachten tot de vogels naar jou toe komen'. Mijn blik dwaalt af naar de vrolijke bloemetjes van het Klein hoefblad.

Klein hoefblad
 Een vrolijk voorjaarsplantje, met haar felgele bloemetjes op het geschubde stengeltje.  Na de bloei verschijnen de bladeren, grote, wat plompe bladeren. Inmiddels is het hoefblad al weer uitgebloeid en maken de pluisjes met zaad zich op om uit te vliegen.

zaadpluis van Klein hoefblad


'Grutto, grutto!' maar het gruttoleven speelt zich voorlopig af in het centrum van de weidse ruimte,  ver bij  mij en mijn camera vandaan. Maar het is leuk om te luisteren naar al dat gekwaak en gekwetter, gegak en gegrutto, de luide plonsen in het water, het klappen van de vleugels.

Evenals Klein hoefblad bloeit ook Groot hoefblad voordat de bladeren verschijnen. Groot hoefblad is, ondanks de grote trossen een wat onopvallende bloeier. 's Zomers zijn er de grote bladeren die de oevers van sloten en plassen bedekken, nu de rossige planten. De mannelijke bloeiwijze met talrijke witte meeldraden, de vrouwelijke planten met stamperbloemen. Evenals hyacinthen bezwijken de stengels vaak onder het gewicht van de bloemtros.

Groot hoefblad - ook al weer uitgebloeid



Tussen de Paarse dovenetels scharrelt een parkgans - soepgans klinkt zo sneu.

Parkgans en Paarse dovenetel


De Paarse dovenetel behoort tot de familie van de Lipbloemigen. Afgelopen winter begon ik aan een artikeltje over de lipbloemigen. Het is altijd weer het moment dat je er achter komt hoe ontzettend weinig details je eigenlijk op je foto's hebt staan, hoeveel je nog mist. Het wordt Het Project voor komende zomer.

De bloemen van planten die tot deze familie behoren zijn meestal klein en nodigen niet echt uit om met de camera plat op de buik te gaan. Toch loont het. Veel lipbloemigen zijn ingenieuze insectenlokmachientjes, met soms verbazingwekkende hefmechaniekjes of prachtig gedecoreerde paden naar de nectar.  Meer daarover komende maanden (hoop ik).

Paarse dovenetel - bloemen met een duidelijke onder- en bovenlip. De bovenlip hangt als een kapje over de toegang tot de kelkbuis waar zich de nectar bevindt. 

De onderlip van dovenetels heeft aan beide zijden een tandje (knobbeltje bij hennepnetels) - de helmhokjes (die tegen de wand van de bovenlip (het kapje) liggen zijn oranje


Maar ik was aan het vogelen........

Een eenzame lepelaar in het mooie, groene, o zo Hollandse landschap, maar ja... die weidsheid hè. Er is veel water tussen mijn lens en de lepelaar.
Nou ja, weidsheid ..... ?!
Ruimte, wildernis, natuur, het is een relatief begrip in de Randstad. Elders in het land noemen mensen dit stukje grond waarschijnlijk hun achtertuin.




Maar toch, het is een van die kleine oases, waar je je zoveel mogelijk probeert af te sluiten voor de auto's, de vliegtuigen en de mensen.

"Grutto!, grutto!", het is nog altijd een heel gedoe daar op het water - rustig een middagdutje doen zit er voor de gemiddelde grutto niet in.



 *****

Het is inmiddels al weer een paar weken verder. Het plantenseizoen begint nu echt op gang te komen. Het Fluitenkruid staat in de knop, evenals de Daslook en ik zag de voorzichtige knopjes van de Grote keverorchis.
't Is leuk om door de polder te lopen, nog blij verrast door elk vogeltje dat ik tegenkom. Maar de bloemetjes en de macro lonken .....  

De Blauwborst ...



of de Pinksterbloem?



Veel op pad, lijkt me de beste oplossing!

En o ja, die grutto's? Hoe was het daar mee afgelopen? Kwamen ze nog naar me toe?




Dat roestbruin, dat  komt van het regenwormen eten, las ik. Wonderlijk toch?! Mannen die regenwormen eten worden roestbruin: hoe meer regenwormen, hoe roestbruiner - en dat vinden de vrouwtjes dan aantrekkelijk, die dan zelf of geen regenwormen eten (lekkerste hapje voor de man?) of de regenworm heeft op de vrouw geen verkleurend effect.

Plantjes of vogels - de natuur heeft soms wonderlijke kronkels.



vrijdag 27 februari 2015

Mijn eerste vogelblog


In februari ga ik altijd met een paar dames op mossenexcursie. Dames die normaal gesproken de toppen van de bomen afspeuren naar vogels. Maar in deze tijd van het jaar lijken zelfs de meest verstokte vogelaars door de knieën te gaan.

Hoewel......  een paar dagen voor de geplande datum krijg ik een berichtje. 'Als dat de aalscholvers reeds in bruidskleed zijn en ja, niet dat mossen ook niet mooi en interessant zijn, hoor, maar.....'.



In plaats van kruipen door de duinen gaan we varen. Naar de aalscholvers.
De observatiehut staat midden in de kolonie, op ongeveer boomkruinhoogte: zo kijk je regelrecht in de nesten. Optimaal gluren dus.  Het is wat lastig om de camera tussen de planken van de kijkluiken te wurmen, maar je kunt niet alles hebben. De gemiddelde fotograaf zal ook niet blij worden van al de elzenkatjes en -propjes die de aalscholvers als decor voor hun kolonie hebben gekozen. Ik vind het wel wat hebben.



Je staat zo midden in de kolonie dat thuis op het scherm de beeldvullende aalscholvers over het algemeen staartloos zijn. Heb je dat weer. 



En zo klikken wij en de aalscholvers gaan, af en toe een geïrriteerde blik onze kant op werpend, door met hun takjestransport, het fatsoeneren van het nest en het schijnbaar doelloos voor zich uitstaren.



En liefdesdingetjes natuurlijk.

Ja ... en dus .... en ondanks dat het bijna 23 maart is op blogspot .....



In een verre verte zit een koppeltje op hun nest. Donkere silhouetten in schel tegenlicht. Mooi wel. Ze rangschikken de takjes van het nest nog wat, kijken elkaar eens diep in de ogen (?) en dan slaat de hartstocht toe.




Niet dat ik nu opgetogen denk: YESSS!! BALTSENDE AALSCHOLVERS!!

Nee, dan denk ik dus: "wat een prachtig lijn vormt de nek van die aalscholver, wat een sierlijke bewegingen. Het lijkt een beetje een Oosterse prent met die nonchalant geplaatste, fragiele lijnen van de katjes en de propjes. Daar zou je een wereldfoto van kunnen maken, alsof het geschilderd is met een fijn kwastje gedoopt in Oostindische inkt".

MITS de camera genegen is te focussen, MITS de belichting goed staat, MITS de focus op de juiste lijnen staat, MITS er tussen de hut en het nest geen storende takken zijn (niet erg waarschijnlijk dit laatste), MITS... EN MITS...... Het zijn altijd panische momenten met de gedroomde wereldfoto voor de lens.



"Gut", zegt een van de dames, gealarmeerd door mijn geconcentreerde geklik, "fotografeer je soms die baltsende aalscholvers?"

Even val ik perplex stil.

O ja, de balts, vogels in bruidskleed! Hoogtepunt voor elke vogelfotograaf. Liefdesdansen, lijnenspel. Ondertussen draaien alle camera's richting het liefdespaar en zodoende weet iedereen opgetogen het moment supreme vast te leggen, behalve ik. Tegen de tijd dat ik het nieuws dat ik baltsende aalscholvers voor de lens heb, heb verwerkt, zit mevrouw al weer tevreden in d'r up op het nest.

En wat betreft die wereldfoto..... nog even blijven oefenen!





Gelukkig gaan we volgende week alsnog op mossenjacht.