donderdag 18 december 2014

Zoektocht naar Adonis

Iedereen heeft dat wel, denk ik, zo'n wensenlijstje. Die ene vogel, die ene plant, die ene paddenstoel.... !

Sinds ik Adonis zag, geportretteerd met een tooi van ragfijne ijspegeltjes en de voeten in de sneeuw, zou en moest ik Adonis vinden.

Adonis... de schone jongeling, bemind door vele godinnen in evenzovele verhalen. Een jongeling van onaardse schoonheid en daarom begeerd door zowel de onder- als de bovenwereld.
En in elke variant van het verhaal sterft Adonis in de herfst en wenen de hemelen met de godinnen en wordt de aarde  kil en dor. Totdat in de lente Adonis terugkeert vanuit het dodenrijk en de aarde zijn terugkeer viert met hernieuwde, uitbundige vruchtbaarheid.

In de Sumerische variant wordt Adonis (Dumuzi) geboren uit de moedergodin Inninsinna, de zustergodin van Tolkiens Yavanna. Vandaar misschien.

In het paddenstoelenrijk is Adonis zo niet de schoonste onder de paddenstoelen, dan toch zeker de schoonste onder de mycena's.

Ballet van Kleine beukenbladmycena's




Mycena's zijn, denk ik, zo'n beetje de populairste paddenstoelen bij de natuurfotografen. Niet verwonderlijk, de kleine (soms piepkleine) paddenstoeltjes met sierlijk slanke steeltjes doen het goed voor de macrolens.
De forsere mycena's zijn gelijk een stuk minder populair.

Het Heksenschermpje (Mycena rosea) bijvoorbeeld. Een wat slungelige, slonzige, vrij forse paddenstoel en heel erg heel fout roze. Het Heksenschermpje lijkt op het Elfenschermpje (Mycena pura), dat dan ook nog een rozige steel heeft en iets fijner gebouwd is.

Heksenschermpje (Mycena rosea)
Hetzelfde geldt voor de Helmmycena (Mycena galericulata). Door het ranke steeltje al iets meer doorsnee-mycena-achtig.   De hoed is net als de hoed van het Heksenschermpje flodderig en broos. Handig kenmerk van de Helmmycena vormen de dwarslamellen tussen de gewone lamellen.

Helmmycena's (Mycena galericulata), te herkennen aan de dwarslamellen en het wat flodderige hoedje


Op Waarneming.nl zie ik Adonis af en toe langskomen. In de Waterleidingduinen....

En hoewel ik het normaal gesproken als vals spelen beschouw om op de vondsten van een ander af te gaan, maak ik hier een uitzondering.
Coördinaten ingetoetst, de paden op, de lanen in. Ineens helemaal van deze tijd lopen we met de blik gericht op het alleswetende schermpje. We klimmen over hekken daar waar het scherm ons vertelt dat we over hekken dienen te klimmen, we kruipen onder prikkeldraad door daar waar het scherm gebiedt onder het prikkeldraad door te kruipen. We doorkruisen duindoornstruwelen (au!), struikelen over boomwortels (nog meer au!), waden door de poeltjes (kwak-kwak... is dat de boomkikker? Even kijken we op... ).

Mycena's te kust en te keur.

Chloormycena's, niet te missen door de bleekwatergeur


Kleine breedplaatmycena, met dus brede, wijd uiteenstaande lamellen 
Streepsteelmycena, met gestreepte steel, om dat aanschouwelijk te maken had ik op de steel moeten focussen
De gestreepte steel van de Streepsteelmycena








"Nou hier is het dan. Kijk maar, ik sta met mijn blauwe wandelpijltje precies op het rode puntje".

Ondertussen zak ik diep weg in de drassige grond. Help! Zo voelt de beginnende dood in het veenmoeras. Even heb ik visioenen van hoe dat moet zijn, wegzakken in het moeras, steeds dieper en dieper....  Met moeite krijg ik mijn voet (en schoen) terug van het moeras.

"Zie jij 'm?" We zien hem niet. Niet vlakbij het rode puntje, niet in de wijde omgeving van het rode puntje. We analyseren elke centimeter.




Een prachtige, bijna zwarte mycena, zou best een Veenmycena kunnen zijn, want we staan inmiddels temidden van de veenmossen van de AWD.  En even vergeet ik Adonis. Kapselend veenmos is zo-o-o-o leuk, maar dat een ander blog.

Mijn vriendin houdt me bij de les. Zij heeft weinig idee van hoe Adonis eruit ziet, behalve dan dat hij een mycena is en rood. En dus roept ze bij elke rode paddestoel hoopvol: "Deze misschien?"

Bloedsteelmycena, bij kneuzing komt er rood sap uit de steel of het hoedje

Het was misschien eenvoudiger geweest als de op Waarneming.nl ingevoerde Adonis met de groothoeklens gekiekt was in plaats van in artistieke wolken. Een plaatje van de directe omgeving was een enorme steun geweest bij onze zoektocht.

Bij vogels heb je het dan toch gemakkelijker. Dan staat er gewoon een horde mensen op zo'n plek. En die wijzen met z'n allen. "Kijk, daar!" In dit vrij verlaten stukje AWD tref je soms wel een andere zoeker,  maar net als wij met het hoofd gebogen, in zichzelf gekeerd, speurend tussen de bladeren, de stammen, de takken, het mos en het gras.

 Adonis groeit in drassige pijpenstrootjevelden. Pijpenstrootjes volop, drassigheid ook, maar hoe we ook zoeken, geen Adonis.

Tig keer ben ik terug geweest, ik denk dat ik elk pijpenstrootje in het gebied inmiddels wel ken. Geen Adonis.

Dan vragen andere dingen onze aandacht en uiteindelijk geven we Adonis op (een beetje).                                          

                                                                ****

Het is maandag 15 december, het is koud, het regent af en toe, er staat een straffe wind. We zijn op weg naar de wilde zwanen. Op weg, want de afstand is zodanig dat we daar in 1 dag 'wandelen' nooit aankomen. Ik neem de route door het veengebied, omdat het een leuke wandeling is en je er van alles kunt vinden (vandaar dat we nog nooit bij de wilde zwanen zijn aangekomen).

Het is een gedenkwaardig moment als ik ineens, diep weggedoken tussen de verrotte bladeren, een klein wit-rood iets zie lonken. ..............

.. lamellen opstijgend ... aangehecht met aflopend tandje ... dwarsadertjes... wittig tot bleekroze... steel wit ... !!



Op datzelfde moment breekt de zon door, tegelijkertijd barst een enorme hoosbui los, het is bijna bizar...... Adonis die sterft en wordt wedergeboren. Voorzichtig veeg ik de blaadjes weg, Adonis is zwak, hij wankelt op zijn steeltje.

Nee, nee.. blijf staan, Adonis, houd vol! Niet uitgerekend nu naar de onderwereld terugkeren!



Dit is een Adonismycena!

donderdag 4 december 2014

Voorjaar, zomer, herfst, winter

Zo schrijdt de tijd voort. Elke ochtend denk ik 'vandaag eens een blog schrijven', de dag is om voordat je het weet,  zonder blogje.

Ezumakeeg


Na de belevenissen met de papegaaiduikers heb ik de smaak van de vogelfotografie helemaal te pakken en een tijdlang behoor ik min of meer tot de vaste inventaris van de Groene Jonker en andere bekende vogelgebieden.

Gewapend met een dikke vogelgids en de telelens.

Vogelgebieden: je ontmoet er haast meer leuke mannen dan leuke vogels....  Maar een man heb ik al, nu de vogels nog!

"Wilt u even door mijn scope kijken misschien, ginds staat de Groenpootruiter?" De Groenpootruiter, of Geel- of Rood-, daar wil ik vanaf zijn.
"Nee, dat gaat u niet lukken met de telelens. Dan heb je echt zo'n toeter nodig."

Bergeenden


Het is een vak apart, vogelfotografie. Waar ik gewend ben om op mijn dooie akkertje het statief uit te pakken, de juiste lens op te schroeven, 's wat om me heen te kijken, het gevonden object te bewonderen en te analyseren, moet je bij vogels vooral snel reageren, eerst klikken, dan denken.

Ook kom ik er al snel achter dat de gemiddelde Birdpixer  minimaal 15.000 euro aan apparatuur meesleept. Wie breed heeft, laat breed hangen, ook in de vogelfotografie.

Qua fotografie gaat 't 'm niet worden,  de prullenbak slibt bijkans dicht.
De blauwe verenbaal, die ik aantref in het riet waar anderen die dag (blijkt 's avonds op de blogs) roerdompen ontwaarden, is dan ook meer een unicum dan een topfoto of -vondst.

Verdwaald in de Groene Jonker




Maar toegegeven,  het is niet alleen een kwestie van 15.000 euro. Zoals gezegd, alert zijn, snel zijn, eerst klikken, dan denken. Of uren aan het water zitten, onder een boom staan of in zo'n vogelkijkhut hangen en wachten, wachten..........  Engelengeduld heb je ervoor nodig.

Naarmate de weken vorderen, begin ik enigszins vat op de materie te krijgen. Met als hoogtepunt de gidsen op het bootje op het meer die roepen "hé, wat zit daar nou?" en alle hoofden draaien zich richting de 'hé-wat-zit-daar-nou'. Een aalscholver toch? Het is toch gewoon een aalscholver? Volgens mij wel ...

"Nee, da's echt geen aalscholver", mompel ik dan net alsof ik heel deskundig ben en ik sta al rechtovereind en klikkerdeklik.

Yippie! Een visarend!

Afijn, de visarend doet daarna nog allerlei dingen met vis en als ik een toeter van 12.000 euro had gehad, dan zouden het best leuke foto's hebben kunnen zijn. Zelfs vanaf een wiebelend bootje vol druk fotograferende mensen.

Dit avontuur is tevens het einde van de telelens. Geen dramatische val uit het bootje of zo, maar gewoon stuk... en de reparatiekosten staan niet in verhouding tot de prijs van de lens.

Jonge franjehoedjes

Gelukkig schieten de paddenstoelen inmiddels overal uit de grond. En ik besluit me een poosje bezig te houden met de prachtige fotografie die ik op de blogs zie, met bubbels, en toverdozen, en verdubbelaars.

Cyclaampje in de bubbels
Zoiets dan, het is mijn ding niet. Prachtig om te zien, bij een ander. Maar bij mijn eigen foto's stoort het me mateloos als ik niet elk detail van mijn paddestoeltje of mosje kan zien. Van die loszwevende hoedjes of bloempjes in een orgie van bubbels, hoe mooi ook bij andere bloggers,  ik word er niet blij van.

En dus besluit ik maar eens mee te doen met de bronst. Normaal gesproken sla ik dat over. Maar nu, met de groothoeklens naar de bronst. Frustrerend vooral.
De wereldfoto die ik in gedachten had waarbij de stoere man opkomt vantussen de mistige bomen en ik hem vanaf de grond schiet, zodat hij majestueus boven alles en iedereen uit torent, had gekund, qua beeld, maar bij lange na niet qua afstand. Bovendien zit ik in een kijkhut, dus dat lage standpunt zat er ook niet in.
Zodat je het gedroomde beeld inderdaad erbij moet dromen.

Edelhertenbronst

 Toch hebben dit soort plaatjes hun charme: zie hem naderen, trots en bezitterig, en al die vrouwen  negeren hem gewoon. De dames eten. Dat mis je dan toch met de telelens, troost ik mezelf.

Gelukkig begint er dan eindelijk wat regen te vallen. De paddenstoelenexplosie van augustus was in september tot stilstand gekomen door de aanhoudende droogte.

Ik ben inmiddels behoorlijk verliefd geworden op de groothoeklens. Het bos zoals je het ziet: de paddenstoelen verscholen tussen het bladerdek, de paddenstoelen klein onder eeuwenoude, reusachtige beuken, de paddenstoelen soms in enorme bundels samengedrongen, soms eenzaam op een uitgespreide vlakte.

Het blijkt een hele moeilijke vorm van fotografie,  compositie, lijnenspel, geen obstakels in beeld. En dan natuurlijk de lucht die toch altijd weer een wit uitgeslagen spelbreker is.

Duivelsbroodrussula


Porseleinzwammetjes  


Chloormycena (ruiken dus naar chloor)


Dan val je toch door de mand, met het zo zorgvuldig op een boomstam gepositioneerde takje met mycena's, want met een groothoek zie je dat dus....

Jonge honingzwammen tussen het gespleten hout
De jonge franjehoedjes een paar weken later
De zwavelkleurige hoedjes van de Zwavelkopjes

Oude Zwavelkopjes


Honingzwammen aan de voet van oude beuk

En dan is het al weer winter. De herfstpaddenstoelen maken plaats voor de winterpaddenstoelen. De wilde zwanen maken hun opwachting in de AWD. En... de mossen gaan weer kapselen!!

Gesnaveld klauwtjesmos