maandag 20 januari 2014

Geluk zit soms in een klein hoekje



Vorig jaar schreef ik al eens een stukje over slijmzwammen.

Kort samengevat: eencellige wezentjes die zich bij voedselschaarste verenigen tot een slijmerige massa. Deze massa gaat gezamenlijk op zoek naar voedsel. Als er geen voedsel meer te vinden is en de hongerdood dreigt, gaan ze over tot voortplanting door sporen aan te maken. Ze verenigen zich tot een steeltje met een bolletje. In het bolletje ontstaan dan de sporen, bij rijpheid barst het bolletje open en kunnen de sporen zich verspreiden.

Ik vermoed dat de slijmzwam zich hier op een paddestoel heeft gestort


Zoiets, zo ongeveer......

Slijmzwammen zijn fascinerende wezentjes, maar aan het bestuderen ervan kleven een aantal nadelen: de meeste leven heel erg kort, soms nog geen 24 uur, dus je moet flink veel geluk hebben om ze te spotten op hun meest herkenbare moment, nl. als ze sporen dragen - voordat je het weet zijn ze immers al weer vergaan.
En je kunt ze niet op naam brengen zonder microscoop, of met heel veel kennis, maar om die kennis te vergaren moet je dan weer eerst heel veel door die microscoop turen.

Sommige mensen hebben er geen probleem mee om iets onbenoemd te laten, helaas behoor ik niet tot die groep en dus blijven de slijmzwammen veelal hangen in de map "Onbestemd".

Zoals bijvoorbeeld dit prachtige, maar helaas naamloze kleed dat ik afgelopen herfst vond. Het staat te boek als "Kleedje", maar ja...

Een kleedje van slijmzwammen gedrapeerd over een rottende stam

Op grond van de gele draden met sporen zijn draadwatjes nog wel thuis te brengen, maar ook niet meer dan dat, want er zijn tal van ondersoorten en dat weet je dan weer niet.

Een (Lang)draadwatje
Deze slijmzwammen zijn nog te jong om op naam te brengen - het kan nog van alles worden (uiteindelijk is het ook een of ander draadwatje geworden)



Er is echter één soort, die zelfs door een leek op naam gebracht kan worden:

het Troskalknetje.

Het Troskalknetje is aanvankelijk (als plasmodium) een geeloranje massa die wat last heeft van de zwaartekracht. Er ontstaan derhalve hangende steeltjes waaraan de vruchtlichamen zich ontwikkelen. Deze zijn eerst nog geel-oranje, maar bij rijping verkleuren ze naar metallic blauwzwart en raken bedekt met kalkkorreltjes. Het resultaat zijn een soort druiventrosjes aan dunne gele steeltjes.

Je begrijpt het waarschijnlijk al: een begerenswaardig object voor de ambitieuze macrofotograaf.

En zo raak ik in de ban van onderstaande, over een dikke stam meanderende slijmzwam. Zou deze zich misschien ontpoppen als een Troskalknetje?






 De dikke stam is rondom bedekt met korstzwammen en dus slingert de slijmzwam zich onverzadigbaar over de stam onder het motto: zolang er voedsel is, is er geen noodzaak om te zorgen voor survival van de soort (=voortplanten).

Aan de uiteinden lijken zich trosjes te vormen, maar die kunnen evengoed morgen weer verdwenen zijn heeft de ervaring inmiddels geleerd.







Behalve de gestage uitroeiing door de slijmzwam van al wat zwam is op de stam, gebeurt er al twee weken lang niet zoveel.

Hoopvol trek ik elke keer weer het bos in.
Als ik, na de zoveelste teleurstellende missie, mijn boeltje bijeen sta te pakken, valt mijn oog plots op een donkere plek, diep verscholen onder de zware stammen. Een feloranje plakkaat!

YES!

Een Troskalknetje in het beginstadium van rijping.
Maar nu? Hoe lang zal ze er over doen om blauw te worden?

De volgende dag dus weer terug naar het bos.... maar hoe ik ook zoek tussen de dikke stammen geen oranje meer te bekennen... noch enig metallic blauw.
Nu al weg?!
Wederom teleurgesteld naar huis.

Enige dagen later vind ik op dezelfde houtwal een nieuw exemplaar.

Volgende dag vroeg weer op pad: je ziet al een lichte verkleuring en het ontstaan van de kalkkorreltjes.


Maar ja, nog altijd geen blauwe druiventrosjes.

Ik fotografeer dan nog maar wat jonge, toekomstige slachtoffers van de eerder genoemde, hongerige slijmzwam.



Nog eenmaal de houtwal afspeuren, en dan is het tijd om naar huis te gaan....

... en daar, dieper dan diep weggedoken onder de zware stammen, gehuld in bijna volmaakte duisternis en volkomen onbereikbaar voor camera en statief, zie ik een dun streepje oranje ....

..... met daaronder vooral heel veel zwart...

Het zou toch niet ........ ?

TROSKALKNETJE





Als een kind zo blij huppel ik op de vroege zondagmorgen door het bos naar huis!

donderdag 2 januari 2014

Wandeling nummer 1

Dat het nieuwe jaar je veel mooie momenten en een goede gezondheid mag brengen!

Hoewel ik, net als elk jaar, van plan was om mee  terug te blikken met 'de mooiste foto van de maand', is dat ook in 2013 weer niet gelukt.
Ik ben meer van de vooruitblik, met een hoofd vol items die ik nog wil tegenkomen. Daarom was ik op 1 januari dan ook al weer vroeg op pad.

Gesteelde haarmuts

Januari betekent tijd om op zoek te gaan naar kapselende mossen.
En als de temperaturen zo hoog blijven, zullen ook weldra de eerste vroege bloeiers boven de grond verschijnen.

Ik blijf nog even hangen bij de winterpaddestoelen. Er zitten hele fraaie verschijningen tussen. Zoals de Gewone oesterzwam.

Gewone oesterzwammen aan de voet van een oude beuk

De Gewone oesterzwam behoort tot de schelpzwammen.

Schelpzwammen hebben geen steel of hooguit een klein stompje. Deze steel zit dan aan de zijkant van de hoed. De lamellen zijn soms nauwelijks ontwikkeld en slechts wat rimpels; de onderzijde kan ook helemaal glad zijn.....

Het Plooivlieswaaiertje heeft slecht ontwikkelde lamellen, het zijn meer rimpels




.... of de lamellen zijn juist goed ontwikkeld, zoals bij de oesterzwam.

Witte, aflopende lamellen van de Gewone oesterzwam

De kleur van de oesterzwammen varieert van bleek beige tot donker blauwgrijs. Vooral de blauwgrijze tinten zijn erg mooi.

Blauwgrijze hoeden van de Gewone oesterzwam







De steel is een kort stompje, dat aan de basis vaak wat wollig is.

Deze Gewone oesterzwammen zijn weer heel anders van kleur, de voet van de steel is wollig








Ik neem nog even een kijkje bij de Viltinktzwammen. Hoewel het geen typische winterpaddestoelen zijn, maar meer paddestoelen van de vroege zomer, schieten ze toch nog enthousiast uit de grond.

Grote vilitinktzwam op roestbruin hyfenmatje



De meeste inktzwammen zijn moeilijk te benoemen zonder microscoop, maar de Grote Viltinktzwam herken je aan het roestbruine matje van draadvormige cellen, het ozonium, waar deze zwammen op groeien.

Een hele mooie winterpaddestoel is de Winterhoutzwam. Deze paddestoel heeft buisjes in plaats van lamellen en ook bij jonge exemplaren kun je de poriën (gaatjes) al goed zien. De oudere exemplaren hebben vaak een elegant golvende hoedrand. Je vindt ze op de dode takken en stronken van loofbomen, vaak op berken.

Jonge Winterhoutzwammen op dode berk, het hoedje is fluwelig



Ook bij jonge exemplaren kun je gaatjes goed zien





Iets oudere Winterhoutzwammen, maar nog niet met zwierig gegolfde hoedrand
Opvallend door de feloranje kleur zijn de Gewone fluweelpootjes. Een paddestoeltje dat je eenvoudig kunt herkennen aan het fluwelige steeltje dat een kleurverloop heeft van bruinrood naar geel.

Fluweelpootjes met van donker roodbruin naar geel verlopend, fluwelig steeltje



Fluweelpootjes geven kleur aan de winter
Nog een leuk dingetje van gisteren. Een tijdje terug zag ik Kogelhoutskoolzwammen. Het zijn van die onbestemde kussens op dood hout. Je bent geneigd om door te lopen.

Kogelhoutskoolzwam
De Kogelhoutskoolzwam is vooral te herkennen aan de binnenzijde. Dat leer je zoals gewoonlijk pas als je thuis met de neus in de boeken zit.

Dus gisteren op pad met het nieuw aangeschafte Zwitserse zakmes - de fototas vult zich gestaag met niet-voor-fotografie-bestemde-artikelen - en een zwam van het hout geplukt en doorgesneden. En zie .....

 Verrassend hè?!