woensdag 29 mei 2013

Uitvliegen

Hoe mooi gewone dingen kunnen zijn:

De laatste zaadjes van de paardenbloem staan op het punt van uitvliegen
Over uitvliegen gesproken.

Vlak nadat de reigers in het bos de nesten min of meer verdeeld hadden, arriveerde de krakersbeweging. En zonder enige bescheidenheid veroverde ze de mooiste locaties. Met vrij uitzicht over de sloot en zo. Ikzelf zou voorstander zijn geweest van een iets lager gelegen locatie, maar ja, je kunt niet alles hebben.


Het mogen dan prachtige vogels zijn, Reinheid hebben ze niet hoog in het vaandel staan, getuige bovenstaand plaatje.




Er volgt een periode van druk gedoe in en rondom de nesten.  En zie! gisteren stak er een klein koppie boven een van de nestranden uit!

Er is een lepelaartje geboren!!



 Ja... wel veel bladeren inmiddels: mooie locaties liggen altijd midden in het groen!
Een hoogwerker was ook wel handig geweest!

Ook op de grond wordt uitgevlogen. Veel mossen dragen nu rijpe kapsels. Als je er voorzichtig tegenaan tikt zie je de kleine wolkjes sporen uitvliegen.
Nee, dat heb ik niet op de foto: de wolkjes zijn te klein en vervliegen te snel.

Bij rijping richten de sporenkapsels van het Gewoon muisjesmos, die diep gebogen verscholen zaten tussen de blaadjes, zich op. 




De kapsels van het Muurachterlichtmos hebben hun dekseltjes afgeworpen en de peristoomtanden wijd geopend.

Open kapseldoosjes van Muurachterlichtmos



Dan vind ik bij bovenstaand muurtje - moet je nagaan, ik fotografeer daar vrij regelmatig! - heel veel van het in een ander blog zo fel begeerde kapselende zilvermos. Rijpe kapsels! Zo dichtbij al die tijd en toch zo onopgemerkt!

Het is dan weer een hele exercitie om die kapsels op de foto te krijgen. Alsof ze het erom doen. Ze groeien tegen een smal richeltje dat een tiental centimeters boven het water uitsteekt. Aan de zijkant dus, niet er bovenop.

Rijpe kapsels van Zilvermos
 Kruipend over het grasland vind je nu ook de grappige restanten van de vruchtjes van Vroegeling. Ik vermeldde het al in het vorige blog: na het opengaan van de vruchtjes blijft een wit vliesje achter, net als bij de Judaspenning.

Witte vliesjes blijven achter nadat de vruchtjes zijn opengesprongen en de zaden verspreid (Vroegeling) 






En zo gaat de natuur - ondanks een veel te koude lente - toch gewoon haar gangetje.

En tot slot gewoon een zonnig lenteplaatje vanuit de berm.

Smeerwortel en boterbloemen

NB. De titel van dit blog is misschien niet zo zeer ingegeven door de (bijna) uitvliegende vogeltjes en wegzwevende zaden, als wel door het laatste uitvliegende kind.
Het legenestsyndroom - komt volgens mij alleen bij de mens voor.

dinsdag 21 mei 2013

Een stukje 'kale' duingrond

Wij, duin- en kustbewoners, lopen altijd wat achter bij de rest van Nederland. Terwijl elders al volop wordt gegroeid en gebloeid, zien de duinen er nog kaal uit. Natuurlijk, de bomen en de struiken lopen uit, maar de grond maakt nog een winterse indruk met veel dor en hier en daar wat klein groen spul.


Totdat je in de lentezon in het, al een beetje warme, zand gaat liggen en al die kleine blaadjes en sprietjes die je in het zand ziet opkomen van dichtbij gaat bekijken. Dan ontdek je bloempjes en mooie zaden, dan ontdek je die wereld die macrofotografie zo fascinerend maakt.
Laten we dus in het zand gaan liggen en ons verbazen over bovenstaand plaatje.

Het groen met de witte bloemknopjes op de voorgrond is de zandhoornbloem.

Zandhoornbloem
Zoals de meeste van die kleine voorjaarsplantjes in de duinen is de plant bedekt met beschermende haren. In die haren blijft zand kleven en zo krijgt het plantje iets ruigs over zich, iets dappers, het uiterlijk van een strandjutter met een door zon en zout verweerd gezicht. Kenmerkend voor de zandhoornbloem is de brede, vliezige rand rond de kelkblaadjes. 

Het leuke van die voorjaarsbloeiertjes is ook dat ze snel in het zaad schieten. Ze willen voordat de zon gaat branden, hun zaden veilig en wel onder het zand hebben liggen, wachtend op een nieuw voorjaar. Vaak dragen ze knoppen, bloempjes en zaden aan één plant. Wat een prachtig klein 'komkommertje' produceert de zandhoornbloem!

Vruchtje van de zandhoornbloem, in gezelschap van een Ruw vergeet-me-nietje
Er naast verrijst  het Ruw vergeet-me-nietje. Grappig toch, hoe groot het lijkt verhoudingsgewijs. 
Het Ruw vergeet-me-nietje lijkt op het Akkervergeet-me-nietje, maar zoals bij veel duinvarianten van planten is alles aan het Ruw vergeet-me-nietje kleiner en meer gedrongen. Let hierbij vooral op de steel van het vruchtje: die is bij het Akkervergeet-me-nietje langer dan de kelkblaadjes, bij het Ruw vergeet-me-nietje even lang of korter. 

Ruw vergeet-me-nietje
Mooi hè!? 

Op de voorgrond de Zandhoornbloem, op de achtergrond een leermos-soort
Er groeit ook Kleine veldkers: een onkruid dat ongetwijfeld ergens in je tuin staat, of tussen de stoeptegels, in de plantsoenen ... 

Kleine veldkers met langwerpige zaaddozen
Al in de bloempjes zie je de langwerpige hauwen met zaden tot ontwikkeling komen.

Kleine veldkers, in het hart van de bloempjes zie je de hauwen

De Kleine veldkers in mijn tuin, gecombineerd met Bosvergeet-me-nietjes en anemonen
Vroegeling heeft ook kleine witte bloempjes, maar ovale vruchtjes en een wortelrozet. Als de zaden rijp zijn en de vrucht is opengesprongen, blijft er, net als bij de Judaspenning, een dun, doorzichtig vlies over. 
Vroegeling met ovale vruchtjes

Op het duinplaatje van de eerste foto is ook Kandelaartje te ontdekken. Ook met kleine, witte bloempjes, te herkennen aan de felrode, beklierde blaadjes en stengel. 

Kandelaartje vangt een vreemd pluisje
Een klein, blauw, nog onderontwikkeld bloempje met dikke, vlezige blaadjes staat er ook nog tussen. Een stukje verderop zijn de bloempjes wat verder ontwikkeld: veldereprijs. 

Veldereprijs

Niet zichtbaar op foto nr. 1, maar wel overal aanwezig in het zand, de allermooiste van de duinplantjes: het duinviooltje. Zo mooi afstekend tegen het witte zand, elke keer weer een plaatje op zich. Die blijf je fotograferen, ook al staan er altijd, hoe je het ook wendt of keert, wel sprietjes in de weg! Ze horen er eigenlijk wel een beetje bij, die sprietjes, net zoals het zand op de blaadjes. 

Duinviooltje

Duinviooltje








dinsdag 14 mei 2013

Het reigerbos ....

Natuurlijk liep ik enige tijd terug niet vanwege de reigerkolonie door het bos. Het was een beetje een bijvangst. Net als deze fuut trouwens.

De futen in het bos hebben geen haast, ze moeten nog beginnen met het nest, terwijl elders al druk gebroed wordt. Laatbloeiers!



Het bewuste bos is een wonderlijk, oud bos dat tal van geheimen herbergt.

Een van de geheimen van het bos is de Grote keverorchis, een vroegbloeiende wilde orchidee met kleine geelgroene bloempjes. Het lijken net kleine mannetjes, die bloempjes. Er zouden er wel honderden moeten staan.

Grote keverorchis


Zouden moeten.... ik zoek ze al een paar jaar tevergeefs, die honderden orchideeën. Vorig jaar vond ik zegge en schrijve 2 exemplaren. Had ik helaas geen statief bij me en dan is macro in een donker bos niet zo'n succes.

Nu heb ik inmiddels begrepen dat je wilde orchideeën vroeg in het seizoen moet gaan zoeken. Als de grond nog kaal is en de brede bladeren dus direct opvallen.
Vandaar dus dat ik, toen de reigers net teruggekeerd waren naar hun nesten, al speurend door het bos liep. En ondanks de capriolen van de reigers hoog in de bomen viel mijn oog toen inderdaad op de twee brede, tegenover elkaar staande bladen. Geen honderden, maar toch een stuk of tien, vijftien. Sindsdien ga ik regelmatig even langs bij 'mijn' orchideeën.

YES!!




Echt groot zijn ze overigens niet, die Grote keverorchissen en ze verdwijnen inmiddels onder de andere planten van het bos.

Er staan nog tal van andere, leuke planten in het oude bos.

Heel veel Fluitenkruid langs de paden. Niet bijzonder qua zeldzaamheid, wel bijzonder qua verschijning, vind ik. Een kleed van ragfijn kant dat de berm bedekt.

Fluitenkruid in de knop


De geur van het vele Fluitenkruid wordt inmiddels overheerst door de uiengeur van Daslook, een mooie witte bloem met blad dat op het blad van Lelietjes-van-dalen lijkt.

Daslook


Een aparte verschijning, die in het koude weer snel lijkt te verpieteren, is de Gevlekte aronskelk. Het blad is pijl- of hartvormig en hoeft niet per se (zwart) gevlekt te zijn. Het is weer zo'n plant met een verbazingwekkende bloeiconstructie: in een ketelvormige bloeischede groeit een kolf, slechts een gedeelte daarvan steekt boven die 'ketel' uit en dit gedeelte is omgeven door een groot schutblad.

Gevlekte aronskelk, met niet gevlekt blad


Het uitstekende deel van de kolf is paars. De kolf bestaat uit mannelijke en vrouwelijke bloempjes. Bestuiving vindt plaats door motmugjes die langs de gladde wand van de bloeischede in de ketel vallen en daar, soms met honderden tegelijk, een nachtje gevangen blijven zitten.
Die paarse kolf verandert uiteindelijk in een soort tros van oranjerode vruchtjes. Zo fel oranjerood dat je foto's gegarandeerd mislukken. Overal een aantal weken in de herkansing!

Het violette, uitstekende deel van de kolf 
Er zijn inmiddels ook wilde hyacinten met lieflijke, blauwe klokjes verschenen tussen al het groen.










In tegenstelling tot de rechtopstaande bloeiwijze van de hyacinten op de bollenvelden is de bloeiwijze van de wilde hyacint hangend. In hoeverre soorten gekruist zijn, blijkt uit de mate waarin de bloemblaadjes omgekruld zijn, maar dat gegeven laat ik maar even voor wat is.






Met fraai gevlekt blad en roze-blauwe bloempjes staat dan ook nog het Gevlekt longkruid tussen dit alles in.

Gevlekt longkruid

















In de berm bloeien natuurlijk de bleeklila pinksterbloemen:

Pinksterbloemen








Het geel van de paardenbloemen is vervangen door het niet minder vrolijke geel van de boterbloemen:







Dat geel met het groen van het gras en ander blad zorgt voor het mooie geelgroene water waar de fuut op foto 1 in dobbert.





Tot zover het bos met zijn deels zeldzame, deels heel gewone planten. Andere geheimen bewaar ik voor een volgend blog ;)