maandag 29 april 2013

Grutto of Veldbies?


Ik twijfel tussen de grutto en de veldbies...

Het is een mooie zondagmorgen als ik langs het weiland loop. Een beetje heiig nog, de opkomende zon, een en al gekwinkeleer en gesnater. Een eenzame man op een visserskruk, in plaats van de hengel de Manfrotto. Dit is toch ook wel heel leuk!

Grutto


En met een prof bij je is het niet eens zo moeilijk: kijk de tureluur, de grutto, de kievit en wow! de eerste oeverloper. En de vogels vinden het wel best, al dat geklik. Ze zijn druk met eten, met vechten voor de beste plek en met allerlei andere vogeldingen.

Aan de oever van de sloot de eerste dotterbloemen. Even ben ik de vogels vergeten. Wat een zonnig geel! 't Is wel weer even wennen, die grote bloemblaadjes, na al die weken met piepkleine mosblaadjes.

Dotterbloemen


Een feest van herkenning, al die planten die ineens de grond uitschieten.

Een dag later strijkt er vlak voor mijn voeten een Dagpauwoog neer, mooi afstekend tegen het zwartige zand.

Dagpauwoog


Oeps... dat is ook weer even wennen! Maar voordat ik me herinner dat je vlinders vlak in beeld moet nemen, vliegt de Dagpauwoog al weer weg. Nou ja, nog een hele zomer te gaan!

Een van die plantjes waarvan je de schoonheid pas echt ziet als je er met de macrolens boven hangt, is de Vingerhelmbloem.

Vingerhelmbloem


Het is een stinsenplant en behoort tot de Papaverfamilie. Grappig aan het plantje is het 'tasje': de twee binnenste kroonblaadjes zijn dichtgevouwen en bedekken zo de meeldraden en de stamper. Als een insect op het 'tasje' neerdaalt, buigt dit naar beneden door het gewicht en worden de meeldraden en de stamper zichtbaar. Echt weer zo'n ingenieus mechanisme van de natuur.

Het 'tasje' van de Vingerhelmbloem







Nog een stinsenplant: de stengelloze sleutelbloem.

Stengelloze sleutelbloem


Daar moet je best even naar kijken, voordat je de naam helemaal snapt en begrijpt waarom deze zoveel anders is dan de Gewone sleutelbloem (tuinprimula). Hoe zo stengelloos? denk je zo op het eerste gezicht.

Pas als je de gewone tuinprimula er naast ziet, dan zie je wat ze met dat 'stengelloos' bedoelen.

Tuinprimula (Gewone sleutelbloem)
De bloemen op de onderste foto zitten allemaal aan één steel, aan de top waarvan ze als een scherm uitstaan. Bij de stengelloze sleutelbloem is de steel heel kort zodat de bloemen afzonderlijk uit het wortelrozet lijken te komen.

Vogels, vlinders, planten .... en dan laat ik nog een heleboel kleine friemeldingetjes links liggen, zoals dit Blauwe-muntgoudhaantje (alleen de naam al!)

Blauw-muntgoudhaantje
Er is zoveel moois en bijzonders te vinden, maar je moet een keuze maken. Je kunt niet gelijk naar de boomtoppen en naar de grond kijken.   

Ik vaar over het Naardermeer naar de aalscholverkolonie, gaaf! klikkerdeklik ..... 

Aalscholvertje
er loopt ook een sprookjesachtig pad door het veenmos, maar dat maakt geen deel uit van de excursie. Terwijl het gezelschap picknickt, loop ik dus eventjes helemaal alleen over de houten planken. Eén misstap en je zakt bijna tot aan je knieën in het moeras. Het is dan nog heel lastig om weer terug te komen op de loopplank, ervaar ik, lichtelijk in paniek. 

Gewoon sterrenmos - te herkennen aan de dubbele rij tanden aan de bladrand
Tussen de bomen is het overal groen van het mos: veenmossen, haarmos, sterrenmos. Ademloos kijk om me heen, zo stil, zo ongerept, zo groen, je durft haast niet verder te lopen. Fotograferen is lastig, balancerend op de smalle planken; het gefilterde licht vraagt eigenlijk om een statief, de mossen om de buikligging. Het statief heb ik niet bij me, liggen op de planken lijkt me ook geen optie.  De foto's mislukken dan ook merendeels, wat jammer is, ik had graag de betovering van dit stukje natuur willen laten zien! 
Wat zou ik graag de hele dag tussen de mossen lopen zoeken naar de verschillende soorten. Maar de picknickmanden zullen inmiddels wel leeg zijn schat ik in en dus loop ik maar terug naar de boot . 't Is nou ook weer niet een plek om vergeten achter te blijven en in je uppie de nacht door te brengen. 

Twee soorten veenmos
We spotten nog een visdief en dat is dan toch ook wel weer een gelukkig momentje.

Visdief, vertrekt als ik kom
Al schrijvende merk ik nu wel dat de verhalen bij de planten aanzienlijk langer zijn dan de tekst bij de vogels. Lyrischer ook. 

En als ik dan een volgende dag in de duinen in het warme zand lig om de zandpaardenbloem vast te leggen ...

De zandpaardenbloem onderscheidt zich van de Gewone paardenbloem door het knobbeltje aan de top van de schutblaadjes. 

zandpaardenbloem
weet ik het eigenlijk wel zeker. 

De grutto of de veldbies? Ik denk dat het toch de veldbies blijft. 


  




zondag 7 april 2013

It takes two to tango ...

En dan moet ik er toch maar aan geloven: de planten willen nog niet erg, de mossen zijn verschrompeld, alleen de vogels storen zich weinig aan het koude weer en doen gewoon wat ze geacht worden te doen in deze tijd van het jaar.



En dus wandel ik door het bos, zonder macro, maar met telelens.
Het is er kaal, op wat vroege stinzenplanten na. En stil. Behalve heel hoog, in het topje van de bomen. Daar overstemmen de reigers met hun luide kreten zelfs de laag overvliegende Boeings.

Dat is lastig fotograferen: hoog in de bomen, tussen de takken, afgetekend tegen de al dan niet zonnige lucht. De foto's zullen dan ook geen plekje op Birdpix verwerven, maar het verhaal is te leuk om niet te vertellen.


Ik google wat op Blauwe reigers, maar de balts van de Blauwe reiger lijkt niet populair bij de vogelfotografen; ........ misschien wel vanwege die hoge bomen en hoeveelheid takken en fel contrasterende luchten.

Baltsende reigers
Het veroveren van een nest gaat volgens het principe van 'wie het eerst komt, wie het eerst maalt'. Zodoende arriveren de eerste mannen al half februari om de mooiste nesten in te pikken. Dit nest verdedigen ze op uiterst agressieve wijze.



Om de concurrenten te imponeren en de dames te lokken maakt de reiger strekbewegingen met de hals, waarbij de sierveren onderaan de hals en op de rug opgezet worden en als een krans om het lichaam komen te staan. Als een indringer te dichtbij komt, zet hij de kopveren uit en strekt de snavel in de richting van de nieuwkomer. Dit is meestal afdoende om deze weg te jagen.

Nou zijn reigers solitaire dieren die geen soortgenoten in hun nabijheid dulden, niet aan de waterkant en niet op het nest.
En daar hebben de reigers dus een probleem. Immers, it takes two to tango!

Komt nog bij dat de vrouwelijke reigers zich niet hullen in verleidelijke verenkleden, of geurige parfums dragen of überhaupt iets aan het lijf hebben waardoor zo'n man denkt 'Hé een vrouwtje! '.

Weinig romantiek daar boven in de bomen. Want in plaats van verliefd waterplantjes aan te bieden, verleidelijke dansen uit te voeren of prachtige liederen te zingen, jaagt de reigerman alles en iedereen weg van zijn nest.




Zit je dan als vrouw met kinderwens .....

Ze kan maar één ding doen: subtiel in de buurt van het nest blijven rondhangen; weggejaagd worden en gewoon doen alsof je neus bloedt en terugkeren. Net zolang totdat er bij die man een lampje gaat branden en hij denkt: 'die laat zich niet verjagen, misschien is het wel een vrouwtje?!'


En zie, dan zwelt toch de muziek aan en is er een vleugje ware romantiek. Hij strekt de nek, kijkt haar diep in de ogen en beroerd heel voorzichtig, heel even haar veren. Dan draait hij zich om en maakt een soort van ritueel vis-vanggebaar: hij buigt over de rand van het nest, opent de snavel en klapt die luid weer dicht. Alsof hij wil zeggen: 'ik zal mijn leven lang visjes voor je vangen'. (Niets is minder waar!)



Dan, hoe attent, gaat hij met gestrekte hals (dit detail misschien wel uit trots om de rest van de kolonie te laten zien dat hij het voor elkaar heeft?) een rondje vliegen boven de reigerkolonie, zodat zij de kans krijgt voorzichtig de toekomstige kraamkamer te betreden.






Maar alles is nog lang niet koek en ei tussen die twee. Hij kan zijn vrijheid maar moeilijk opgeven! Of zij vindt het bij nader inzien toch maar een griezel. Hoe dan ook, daar komt hij terug van zijn trotse rondje boven de kolonie, zij schrikt zich te pletter en neemt dan toch hals-over-kop weer de benen.



 Hij strijkt neer op het nest, strekt de hals en zet de veren uit: dit is MIJN nest!



En alles begint van voren af aan. Maar aangezien de Blauwe reiger nog altijd niet is uitgestorven, zal het uiteindelijk wel goed komen, maar dan zijn de kale toppen van de bomen allang weer getooid met een dicht bladerdek en hoor je alleen de rauwe kreten en vind je hun rotzooi, die ze schaamteloos uit het nest kieperen, tussen de orchideeën die daar straks hopelijk weer zullen bloeien. De Tokkies van de vogelwereld!

Bron: http://www.ivn.nl