zaterdag 30 maart 2013

Wachten op de lente ....

Het schiet niet erg op met de planten dit voorjaar! Wat kleine bolgewassen, een verdwaald bloemetje van het Klein Hoefblad. Ga ik nog maar even door met de mossen, alhoewel die er door de droge oostenwind ook kleumend bij staan.

Japans hoefblad - een zeldzame stinzenplant

Hoewel bij de meeste mossen de bijdrage van de heren aan de voortplanting onopvallend verborgen zit in de bladoksels van de mosplanten, zijn er toch ook een paar die er uitbundig mee te koop lopen. Ik heb ze al eens eerder in een blog voorbij laten komen, maar zoals de baltsende futen elk jaar terugkeren op de blogs, verdienen ook de antheridiënbekers van het haarmos een vast plekje.

Antheridiënbekers Echt zandhaarmos


De mannelijke voortplantingsorganen van o.a. haarmossen staan dicht opeen in een kleurig omwindsel.

De omwindsels van Ruig haarmos zijn feller van kleur dan die van het zandhaarmos. 




Ik vind de zoden met deze antheridiënbekers altijd net een soort mini-Keukenhofjes.
Zo'n 'mini-bollenveld' is overigens net zo lastig te fotograferen als een veld vol tulpen 


Over voortplanting van mossen gesproken. Ik kwam een leuk artikeltje tegen over de voortplanting van o.a Purpersteeltje.

Wordt algemeen aangenomen dat de zaadcellen zich via regenwater verplaatsen, volgens de auteurs van het bewuste artikeltje worden de zaadcellen ook verplaatst door kleine insecten als springstaartjes en mijten. Het onderzoek werd gedaan bij purpersteeltjes, maar de bevindingen zullen vast ook voor andere mossen opgaan.

Deze dames Purpersteel hebben over gebrek aan water niet te klagen.... 

Het bleek dat de vrouwelijke purpersteeltjes, net als veel bloemen,  een 'parfum' afscheiden en op die manier kleine insecten naar zich toe lokken. Die insecten hebben dan al wat rondgestruind tussen andere plantjes en zo kan het gebeuren dat ze ongewild de zaadcellen van de mannelijke purpersteeltjes met zich meedragen en afleveren bij de damespurpersteeltjes.
Men studeert nog op de vraag wat de beloning voor de springstaartjes en soortgenoten in deze is. Vergelijk het met de bijen en nectar. Om de geur alleen zullen ze het toch niet doen?

Het artikeltje werpt een nieuwe licht op de talloze foto's in mijn archief waar als bijvangst van de mossenmacro's nog wel eens allerlei friemelige beestjes te ontwaren zijn. Krijg je altijd zo'n kriebelig gevoel van: waar heb ik nou weer tussen gelegen?!

Onderstaande bijvoorbeeld. Ik dacht de 'achterlichtjes' van het Muurachterlichtmos te fotograferen, maar thuis bij het uitvergroten lijkt het dan toch net alsof er pootjes aan de achterlichtjes zitten. Kennelijk staan hier ondanks de vrieskou allerlei damesmossen ongegeneerd te lonken!



Ik vind dit een leuke ontdekking. Mossen behoren tot de allereerste landplanten, vele miljoenen jaren oud. Ze hebben geen wortels en vaatbundels die voor voedsel- en watertransport zorgen zoals hogere planten. En ook de overlevingsmechanismen zijn primitiever. Maar er blijkt dan toch gewoon een soort voorstadium van het bloemetjes-bijtjesverhaal te zijn, een geur-springstaartjesverhaal.

Het bewuste artikeltje vind je HIER

sporenkapsels zandhaarmos

En dit is dan wat er van komt, van die parfum en de rondstruinende springstaartjes: sporenkapsels.

sporenkapsels Gewoon haarmos









En dan is het wachten op zonnig weer, zodat de sporen kunnen rijpen en, nadat de kapsels zijn open gesprongen, uitvliegen om te kiemen.

En evenals de mossen en eigenlijk de hele natuur wacht ook ik op zonnig weer, zodat al de veelbelovende knoppen aan bomen, struiken en bolgewassen eindelijk openbarsten, al de groene, inmiddels wat bruinige puntjes uitgroeien tot volwaardige planten en ik weer in het warme duinzand kan liggen in plaats van op de bevroren bodem!

Geniet ondanks de sneeuwvlokjes van de paasdagen!


maandag 18 maart 2013

Sporenkapsels

Zoals het ene mos het andere niet is, zo is ook het ene sporenkapsel het andere niet.
En zoals je planten aan de bloemen herkent, zo kun je veel mossen aan hun sporenkapsels herkennen. In dit blog zal ik proberen wat te laten zien van de verschillende sporenkapsels.

Hele jonge kapsels van Gewoon krulmos, de eivormig gebogen blaadjes rond het steeltje zijn kenmerkend voor dit mos. Een 'plantenbak'-soort die rijk kapselt. Heel leuk om te volgen!


Een iel steeltje met bovenaan een verdikking is het eerste wat je ziet van een jong sporenkapsel. De steeltjes zijn meestal kleurrijk: geel-groen, rood met geel, rood, oranje. Soms herken je hieraan al het mos.

glanzend felrood met groengeel - een knikmos waarvan de exacte naam alleen maar bepaald kan worden aan de hand van kenmerken op de rijpe sporenkapsels.




Jonge kapsels met bleek huikje - Gewoon pluisdraadmos
 Veel sporenkapsels worden 'met de helm op geboren': de eicel bevindt zich een in flesvormig geslachtsorgaan. Via de flessenhals zwemmen de zaden naar binnen en via dezelfde weg wurmt het jonge sporenkapsel zich weer naar buiten. Als het sporenkapsel verder groeit scheurt uiteindelijk de flessenhals af en blijft als een soort kapje op het jonge sporenkapsel achter.
Dit kapje, dat huikje wordt genoemd, kan als een kapje of als een mutsje op het kapsel staan.
Het geelgroene stengeltje van Gewoon muursterretje, met het kenmerkende gouden, gesnavelde kapje


Dit mutsje of kapje kan al dan niet gesnaveld zijn; bij sommige mossen is het huikje behaard.

lang behaarde 'mutsen' van een kroesmos


De verdikking boven aan het stengeltje groeit uit tot een sporendoosje.
Na verloop van tijd valt het huikje van het sporendoosje af.

Op het sporendoosje zit een dekseltje. Ook dit kan weer al dan niet gesnaveld zijn.

een doosje met een dekseltje (sporenkapsel van een haarmos, de vier ribben wijzen op Gewoon haarmos)


huikje met snavel, deksel met tepeltje, op de voorgrond een heel jong kapseltje, rechtsonder oude, rijpe kapsels  - bij Gewoon krulmos tref je vaak alle generaties in een polletje bijeen - van piepjong tot stokoud



De gesnavelde dekseltjes van Gewoon sikkelsterretje

Gesnaveld klauwtjesmos - de naam zegt het al ... 

Gesnaveld kapje - dekseltje met bobbeltje- een of ander knikmos

De forse, rijpe kapsels van Groot rimpelmos

Als de sporen rijp zijn valt ook het dekseltje af. De sporen kunnen dan echter nog niet uitvliegen. Een rooster van tanden houdt ze tegen totdat ook de tijd rijp is.

Er zijn meestal twee rijen van deze peristoomtanden, een binnenste rij en een buitenste rij. Als de weersomstandigheden gunstig zijn (droog weer) buigen de tanden open en kunnen de sporen naar buiten.

De peristoomtanden zijn vaak kenmerkend voor een soort. Hoeveel tanden zijn er? Welke kleur hebben ze? Hoever buigen ze naar buiten? Staan ze paarsgewijs?

Twee rijen peristoomtanden vormen een hekwerkje dat de sporen tegenhoudt totdat de omstandigheden gunstig zijn voor de sporen om te ontkiemen 



hier zie je twee soorten haarmutsen door elkaar: links de 16 losse peristoomtanden van de Grijze haarmuts, meer naar rechts de gepaarde 16 tanden (het lijken daardoor 8 brede tanden) van de Gewone haarmuts


De opvallend rode, geopende peristoomstanden van Muurachterlichtmos
Op het ogenblik vind je sporenkapsels in alle gradaties: hele jonge sprieten, maar ook rijpe kapsels met geopende dekseltjes.

 Een uitgebreidere versie van dit verhaal vind je op mijn website  Een blik in de wereld van de mossen - sporenkapsels


maandag 11 maart 2013

Missie Zilvermos



Spotte ik afgelopen dinsdag in de duinen nog het zonnige geel van het allereerste bloempje van Klein Hoefblad en zag ik in mijn tuin de allereerste vlinder (Kleine vos) een zonnebadje nemen op de Helleborus, deze zondagmorgen zijn de duinen weer bedekt met een dun laagje sneeuw en is het vooral erg koud, want er staat een snijdende wind.







Dat dunne laagje levert mooie plaatjes op, doordat er nog zoveel contrast over is. Maar daar kom ik niet voor. De missie is het kapselende Zilvermos.

De mossen op de wanden van de kanaaltjes maken van veraf een wat verpieterde indruk. Maar dat is schijn.
oever met o.a. duinsterretjes en gesteelde haarmutsen






Zo blijkt al dit bruin veroorzaakt te worden door de kapselende Gesteelde haarmutsen die tussen de geelgroene Duinsterretjes staan.

De meeste haarmutsen groeien op bomen. Ze vormen kleine polletjes. De kapsels zijn 'zittend' (ongesteeld). Hierdoor zijn haarmutsen als soort gemakkelijk te herkennen. Daarna wordt  het lastig, want er zijn een flink aantal ondersoorten die meestal in details aan de sporenkapsels van elkaar verschillen. Microscoopwerk!

Grijze haarmuts met geopende sporenkapsels, te herkennen aan de glashaar aan het bladuiteinde; 16 ongepaarde peristoomtanden










Op steen tref je alleen de Bekerhaarmuts en de Gesteelde haarmuts aan. (Of Beek-, Berg- en Grijze haarmuts, die zowel op steen als op schors groeien, maar van deze drie zijn de eerste twee uiterst zeldzaam en de laatste herken je aan de witte glashaar).

Natuurlijk hoop ik dat tussen al die haarmutsen op de wanden van het kanaaltje de Bekerhaarmuts staat, want die heb ik nog niet. En vandaar dat ik ondanks de ijzige kou toch,  liggend in het bevroren gras, voorovergebogen over de rand van het kanaaltje hang. In mijn rug priemen tal van 'die-spoort-niet-blikken'. Maar ook de gebruikelijke nieuwsgierigheid naar wat er allemaal te beleven valt daar aan de oever van het kanaaltje.


De kapsels blijken helaas allemaal op steeltjes te staan en dat duidt op de Gesteelde haarmuts. Ook mooi, maar de Bekerhaarmuts zou een meer gepaste beloning zijn geweest voor het trotseren van de kou. Om 100% zeker te zijn van de soort, moet je overigens wachten tot het huikje en het dekseltje zijn afgevallen en de peristoomtanden zichtbaar worden. De 16 tanden van de Gesteelde haarmuts staan paarsgewijs, die van de Bekerhaarmuts los van elkaar. Dus misschien loont het toch de moeite om over enige tijd nog eens al die haarmutsen nader te onderzoeken!

Aan de overzijde van het kanaaltje groeien weer andere mossen. Je vindt er nu zowel jonge, als rijpe kapsels. Leuk om naast elkaar te bestuderen en vast te leggen. Hier, op deze oever, is ook de missie Zilvermos, waarover ik aan het begin van dit blog repte, begonnen.

Enkele weken terug, toen het een prachtige lentezondagmorgen was, lag ik daar ook. En vond het kapselende Zilvermos.

Nou is Zilvermos op zich een heel ordinair mos, dat ook gewoon in de bloempotten en zo groeit, maar het Zilvermos in mijn bloempotten kapselt dus niet.

Je herkent dit mos moeiteloos aan de kleine, rolronde plantjes met witte toppen, ze lijken wat op vette wormpjes.


Op zo'n mooie, vroege lenteochtend is het uiteraard heerlijk liggen aan de oever van het kabbelende water, maar voor de foto is het natuurlijk waardeloos.
Het zonlicht weerkaatst fel op de witte grindsteentjes. En dan staat het piepkleine, kapselende zilvermosplantje ook nog vrij ver naar beneden op de steile wand, richting water. En je moet dus enorm oppassen dat je niet langs de wand glijdt en met camera en rijst in het drinkwater van de gemeente Amsterdam belandt.

En derhalve, zoals bijna altijd wanneer je iets tegenkomt waar je heel blij mee bent, mislukken de foto's van het kapselende zilvermos. Maar dat zie je pas thuis op je scherm. En dat was balen, want het zijn super koddige kapseltjes. Dikke, gedrongen frutseltjes, die veel te groot lijken voor het bijbehorende plantje.





Sindsdien ben ik op zoek naar kapselend Zilvermos. Zou niet zo moeilijk moeten zijn met zo'n algemeen voorkomend plantje. Zou je denken....

Enkele dagen later ga ik in de herkansing. Zelfde plek, maar niet hetzelfde weer. Grauw en grijs, perfect voor een mossenfotoshoot, want mossen zijn op hun mooist bij vochtig weer. Vriendin mee om de flitser vast te houden. Kan niet missen, dit keer.
Plantje voor plantje kam ik de wand uit, maar uiteindelijk vind ik slechts een verpieterd, zwart plukje dat het mooie, kapselende Zilvermos geweest zou kunnen zijn. De inmiddels weer ingetreden vorst heeft zijn verwoestende werk gedaan.
Thuis op de foto van onderstaand Gewoon muursterretje ontwaar ik tussen de stengeltjes een ander kapselend Zilvermosje. Weer een gemiste kans!



Na nog wat vruchteloze zoektochten bij andere, mij bekende mossenmuurtjes, ga ik vandaag opnieuw op zoek bij het kanaaltje. Er trekt een akelige koude op uit het steen en ook mijn vingers zijn al snel te verkleumd om een camera vast te houden.

Ik vind kapselend knikmos ..






en kapselend  Gewoon Purpersteeltje ...




en Gewoon muursterretje en Gewoon muisjesmos ...





Iedereen kapselt, maar niet het Zilvermos... !

Mocht iemand zich afvragen wat peristoomtanden zijn, in een volgend blog zal ik daar meer over vertellen.