zaterdag 22 december 2012

Op naar de feestdagen...


Lees ook het nieuwe blogje Duinpaddenstoelen hieronder

Duinpaddenstoelen

Na al die weken paddenstoelen zoeken in het bos, ben ik blij als ik weer in het schone duinzand lig in plaats van tussen de rottende, slijmerige bladermassa.

De echte duinpaddenstoelen groeien langs de zeereep, meestal op de wortels of resten van helm. Veel anders is er ook niet. Helm heeft lange, ondergrondse wortelstokken.  Ze zijn ook wel een beetje mijn favorieten. Ik houd van de bescheiden kleuren die passen bij de kleur van het duin. Ik bewonder ze om de stoere moed waarmee ze zich vanonder het zand omhoog wurmen en de koude zeewind en het zout trotseren.

Zoals bij heel veel paddenstoelen kunnen 100% zekere namen slechts met behulp van de microscoop gegeven worden. Toch - niet erg wetenschappelijk - heb ik zoiets van 'welke andere paddenstoel zou hier nou willen of kunnen groeien dan die specifieke duinsoort?'

Duinveldridderzwam
De duinveldridderzwam is een vrij forse zwam, je vindt ze weggedoken tussen het helmgras.

Duinfranjehoed


De inktzwarte lamellen zijn kenmerkend voor de franjehoedjes, die immers tot de familie van de Inktzwammen behoren. Ook deze paddenstoel staat verscholen tussen helm. 





Kan bijna niet missen dat dit een Duinvezelkop is. Kenmerkend is, behalve het vezelige hoedje, de groeiplek tussen de kruipwilg.


Dit is dan zo'n gevalletje dat je op Waarneming nooit goedgekeurd krijgt, en waarvan je dus op basis van andere foto's en de roze lamellen concludeert dat dit vast wel een Zeeduinchampignon is. Er zijn andere mogelijkheden, maar wederom 'wie zou hier anders willen groeien?'

Iets meer landinwaarts kun je het Zandputje vinden. Een wittige binnenkant en behaarde buitenkant, maar dat zie je niet zo want ze liggen diep in het zand. Op de foto hieronder heb ik geprobeerd om er eentje uit te graven, maar dat levert dus niet zo heel veel op: het zand zit er stevig opgeplakt.



 Weer even terug naar het helm, want er is nog een hebbepaddenstoeltje dat op helmresten groeit. Het Zandtulpje.
Dat wil je dus gewoon vinden vanwege de mooie naam.


woensdag 5 december 2012

Het Koninkrijk der Protista

 Heel klein en heel mooi. Verslavend ook. En tijdrovend.

Ze leven veelal op rottend hout, maar ook op andere donkere, vochtige plaatsen. Ze zijn meesters in het transformeren, zodat je eigenlijk nooit weet wie je nou ziet. En omdat hun leven vaak kort is, moet je eigenlijk dagelijks gaan kijken hoe het met ze is.

Jonge slijmzwammetjes, fel gekleurd en met een slijmerig steeltje


Slijmzwammen
Als je gaat zoeken naar informatie, kom je al snel terecht in een doolhof van uitleg. Dit komt omdat men tot voor kort niet precies wist waar de slijmzwammen in te delen en omdat er verschillende groepen zijn.

Vroeger dacht men dat de slijmzwammen behoorden tot het Rijk der Schimmels, zoals de Nederlandse benaming 'zwam' ook nog aangeeft. Onderzoek heeft inmiddels aangetoond dat ze niets met echte zwammen te maken hebben. De enige overeenkomst is de voortplanting via sporen. Maar dat doen planten als varens ook.
Een andere eigenschap van slijmzwammen is, dat ze zich voortbewegen en op grond daarvan zou je kunnen denken dat het diertjes zijn. 

Alles te samen genomen heeft men uiteindelijk besloten de slijmzwammen in te delen in een eigen rijk:

Het Koninkrijk der Protista
Klinkt toch een stuk beter dan slijmzwam!



 Binnen het koninkrijk zijn drie groepen te onderscheiden:
  • de echte (of plasmodiale) slijmzwammen (Myxomycotes),
  • de cellulaire (of pseudoplasmodiale) slijmzwammen (Acrasiomycota)
  • de waterslijmzwammen
Veel informatie met name op internet heeft betrekking op een van de groepen of zelfs een subgroep daarvan en dat is voor een leek uiterst verwarrend. Boeken zijn moeilijk te krijgen en veelal peperduur. En om ze volledig op naam te brengen  heb je een microscoop nodig.
Een beetje kansloze onderneming dus, de studie van de slijmzwammen.

Vruchtlichamen op steeltjes, bedekt met dauwdruppeltjes


Cellulaire slijmzwammen
Deze slijmzwammen beginnen als amoebe-achtige wezentjes die een kluizenaarsbestaan leiden dat uitsluitend bestaat uit eten. Totdat het voedsel opraakt. Dan zenden ze een noodsignaal uit naar soortgenoten en ze verenigen zich tot iets dat uiteindelijk veel weg heeft van een slijmerige slak. En kennelijk uitgaand van de gedachte 'samen staan we sterk' begeven ze zich naar een plek die geschikt is om sporen aan te maken en zich zo te verzekeren van nageslacht. Zo'n 20% van de aanwezige cellen in de 'slak' offert zich op en vormt een steeltje waartegen de rest omhoog klimt en een bolletje of staafje vormt waarbinnen de sporen aangemaakt worden. Het steeltje zorgt ervoor dat de sporen hoog en droog zitten! Slim toch?!

Boeiende wezentjes, maar voor de foto heb je er niet veel aan, want ze zijn te klein om met het blote oog te ontwaren. Hetzelfde geldt voor de waterslijmzwammen.

En dus ligt het voor de hand om de derde groep te bestuderen:

Plasmodiale slijmzwammen

De slijmerige massa kruipt over een stammetje


Waar de cellulaire slijmzwammen zich verenigen tot een gezellige groep van cellen, versmelten de zogeheten myxamoeben (1-cellige stukjes protoplasma, al dan niet met zweepharen) paarsgewijs.
De kern van zo'n stel gaat zich delen, zonder tussenwandjes aan te maken en op die manier groeit er een soort brij. Deze omhult zich met een simpel membraan. Stel je het voor als een  zak gevuld met protoplasma. Deze zak wordt het plasmodium genoemd. De slijmerige, vormloze massa 'zak' kruipt waaiervormig over het oppervlak, op zoek naar voedsel. Onderzoek heeft aangetoond dat de massa in staat is de kortste route naar aangeboden voedsel te ontdekken. Dit zou duiden op een vorm van intelligentie.
De massa is vaak fel van kleur: geel, rood, oranje. Een van de bekendste is de gele heksenboter.

Wit plasmodium met zeer jonge vruchtlichamen stort als een waterval naar beneden
Bij droogte worden er wel tussenschotjes aangemaakt bij de deling van de kernen en er ontstaat een soort ruststadium, het sclerotium. Als de omstandigheden beter worden, dan verandert dit sclerotium weer in een plasmodium en gaat weer verder met eten.

Als het plasmodium volgevreten is en de omstandigheden gunstig zijn gaat het plasmodium over tot het maken van vruchtlichamen (sporangiën). Deze kunnen gesteeld zijn of zittend. In het rijpe sporangium zitten draden (capillitium) en sporen.
Deze draden kunnen een ruimtelijk netwerk vormen, het geheel lijkt dan een beetje op een gekleurd watje, al dan niet gevuld met kalk. De draden en ook de ertussen zittende sporen kunnen versierd zijn met stekeltjes of spiralen. Voor een fotootje van dit laatste voldoet de standaardmacrolens helaas niet.

vruchtlichamen witgekleurd door de kalk

Tijdens het rijpen veranderen de sporen van kleur. Hierdoor en door de eventuele vorming van kalk verandert  het vruchtlichaam ook van kleur.

Bron: www.mycologen.nlCoolia

verschillende stadia van rijping


Een knaloranje bolletje zegt uiteindelijk weinig over de soort, want het kan nog van alles worden, dat is ongeveer wat we uit het bovenstaande kunnen concluderen.

De familie van de plasmodiale slijmzwammen bestaat weer uit een aantal geslachten. Die hebben vaak wat wonderlijke Nederlandse namen, zoals "gezellig draadwatje".

Het ruimtelijk netwerk van draden en sporen lijkt net een gekleurd watje, of zo je wilt een Wuppie. De boomstam ziet geel van de sporen. 


Plasmodiale slijmzwammen zijn het hele jaar door te vinden. Vooral in warme, vochtige periodes gaan ze over tot het aanmaken van sporen.