maandag 30 juli 2012

Ontmoetingen in de AWD



Normaal gesproken doe ik niet aan damhertenfoto's, maar Bambi in de schijnwerper van de avondzon, daar val zelfs ik voor. En moeder sprak waarschijnlijk wijze woorden tot haar kind: "Pas op voor de mensen, want ze zullen ons straks ook hier, in de AWD, doden. Spring vooral niet over de hekken! Ga niet naar de tuinen en eet niet van de rhododendrons van de Bloemendaalse elite!" Ik maak een paar foto's en besluit ze verder met rust te laten en te gaan zoeken naar waar ik voor kwam: distels.
De damherten vluchten toch weg en blijven weer staan, zoals damherten dat doen. 'Niet overdrijven', denk ik, 'er ligt nog een heel Nieuw Kanaal tussen ons en ik zoek distels!' Ik blijf even staan kijken naar het vluchten en wachten, vluchten en wachten....


Ach natuurlijk!, denk ik, als ik aan de overkant iemand in een knalrode broek, de felblauwe sweater zwierig om de hals geknoopt, door het vrij open terrein richting damherten zie sluipen, camera in aanslag. Stapje voor stapje... voorzichtig.... 'dit belooft een topfoto', zie je haar denken. Nog een klein stukje verder..... wachten en vluchten, wachten en vluchten......
Het is een komisch gezicht: de damherten reeds lang gealarmeerd en de fotografe. "Nee", denk ik, "die damherten gaan je echt niet zien hoor!"
Uiteindelijk springt de hele groep over het prikkeldraad en verdwijnt tussen de bomen. Sliep uit..... !

Distels lenen zich bij uitstek voor tegenlichtfoto's door de mooie doorns en de spinnenwebachtige beharing. Veel distelsoorten zijn zeldzaam, dat maakt het determineren gemakkelijk. Meestal is het of een Akkerdistel of een Speerdistel of een Kruldistel. Een Kale jonker zou ook nog kunnen. Er zijn ook veel planten waarvan de naam weliswaar op 'distel' eindigt, maar die niet tot de distelgroep behoren: Driedistel, Blauwe zeedistel en de Melkdistels.

Distels behoren tot de Composietenfamilie. Bij deze familie bestaan de 'bloemen' (bloemhoofdjes) uit een verzameling van bloemen die bijeengehouden worden door een soort korfje (het omwindsel). Deze samenstellende bloempjes bestaan vijf bloemblaadjes die vergroeid zijn, of tot een lint, of tot een buisje.
Bij de distels is het een buisje geworden. De top van het buisje heeft slippen, de niet vergroeide restanten van de oorspronkelijke bloemblaadjes. Uit het buisje steken 5 meeldraden met vergroeide helmhokjes en/of de stijlen met de stempels. Onderaan het buisje zitten de oorspronkelijke kelkblaadjes, deze zijn nu verschrompeld en pluizig en vormen later het pluis dat de zaadjes draagt op de wind. Klinkt allemaal nogal oninteressant, totdat je een bloem bestudeert en alles ook daadwerkelijk ontwaart, zoals bij deze akkerdistel en speerdistel. Vind ik tenminste.




Voor een eerste determinatie kijk je naar de grootte van de distelkoppen.


De Speerdistel heeft grote distelkoppen, er zitten er hooguit twee aan een bloeistengel. Maar de Speerdistel is vooral te herkennen aan de bovenste bladeren die eindigen in een 'speerpunt' en iets omgerold zijn. Ook de venijnige, gele stekels zijn typerend voor deze plant.


Het omwindsel is stekelig en bedekt met een netwerk van ragfijne draden, alsof er een spinnetje druk in de weer geweest is.




Een nadeel van wandelen in de avondzon is dat je maar weinig tijd hebt. En uitgerekend dan staan er weinig distels op je route. Volgende avondwandeling maar naar De Zilk, daar is een grasland met heel veel distels. O.a. onderstaande met de vele kleine distelkoppen aan de stengel. Ik vermoed een Kale jonker. Gek hoe je altijd gaat twijfelen als je eenmaal thuis naar je scherm zit te staren.


En dus laat ik de Kruldistel en Kale jonker nog even voor wat ze zijn, en ga verder met de Akkerdistel. Een, ik zal het niet mooier maken dan het is, zeer hardnekkig en zeer algemeen onkruid. 

Het is zondagmorgen en de zon staat al hoog aan de hemel tegen de tijd dat ik het Pannenland binnenwandel. Ik ben wat besluiteloos qua route: het achtergebied of toch maar wat dichter bij huis blijven. Ik besluit lui te zijn en wat richting Oase te zwerven, akkerdistels staan tenslotte overal. 

Ik plant mijn statief bij een mooi bosje hoog opschietende akkerdistels. 


De Akkerdistel onderscheidt zich van de eerdergenoemde distels door de stekelloze stengel. Op die kale stengel staan een stuk of vijf, zes kleine distelkoppen met lange stelen. Het omwindsel is niet stekelig, de bladeren wel. Het is druk op de Akkerdistels. Eindelijk weer vlinders! 


Terwijl ik de Akkerdistel bestudeer op zoek naar een acceptabele compositie van de bladeren en wat kijk naar de vlinders en overweeg om toch de macrolens maar weer tevoorschijn te halen, legt er iemand nadrukkelijk de fototas in het gras en komt met de tripod belangstellend naast me staan. Nee hè! Terstond heb ik spijt dat ik niet naar het achtergebied ben gegaan.
 Wat of dat ik zie daar in het akkerdistelbosje? "De Keizersmantel is gespot in het Naaldenbos", vervolgt de man hoopvol, verwachtend dat dit zeldzame wonder naar mijn - inmiddels ons akkerdistelbosje is gefladderd. Tsja... wat zeg je dan? Op mijn blog probeer ik vol liefde mijn lezers te attenderen op de schoonheid van gewone planten, maar ik heb het gevoel dat dat hier, temidden van de distels, niet helemaal over zal komen. De man zucht inderdaad niet begrijpend en duikt met de macrolens de akkerdistels in. "Ik fotografeer insecten", zegt hij en na wat geklik toont hij mij trots zijn schermpje waar het reuzenoog van een vliegend iets prijkt. Ik heb volkomen niets met de lege reuzenogen van kleine insecten. Maar ieder zijn ding. Dan zie ik nog meer vlinderfotografen naderen, ze hangen nu nog boven het duinkruiskruid. Een vuurvlindertje, schat ik in.
Mijn akkerdistels dreigen een rugtasplek te worden. Wegwezen! is het enige wat ik nog denk. Dan maar geen akkerdistels. 
Ik snapshot nog even het Landkaartje - "nee, nee, het is maar een landkaartje, hoor!"


          En ja, ik loop toch even langs het Naaldenbos. En nee, ik spot geen Keizersmantel. 


vrijdag 20 juli 2012

Ondertussen in het duin....

Inmiddels bloeien in de duinen tal van specifieke duinplanten. Anders dan de Drentsche hooilanden, maar met een heel eigen charme. 't Voelt toch ook wel weer als 'thuis'.
Omdat het mijn lezers inmiddels duizelt van de namen, in dit blog wat oude bekende.


Blauw ... langs het gele wandelpad bloeien de 'veldjes' weer, ongetwijfeld ingezaaid, handig voor natuur- en foto-excursies. Een rustiek overwoekerd bankje vervolmaakt het beeld. Ik laat het bankje echter even voor wat het is, want inmiddels valt de regen weer met bakken uit de hemel en het blijft toch klungelen met de camera in plastic gewikkeld op een statief. Misschien van het weekend het rustieke bankje maar vereeuwigen. 


Slangenkruid en ossentong. Elk jaar opnieuw verrassend mooi. Ik zie dat er ook een veldje Kromhals met Rood guichelheil aan het opkomen is, maar nog te armetierig om er voor in het natte zand te gaan liggen.



En een groepje witte schermbloemen tussen de blauwe kruiden. Hoog opschietend, maar niet zo kolossaal als de Reuzenberenklauw. Die Reuzenberenklauw spotte ik ergens in het voorjaar (is niet zo moeilijk, want het is nogal een woekerend onkruid).
Eerst alleen enorme bladeren.



 En zoals zo vaak in het voorjaar laat het geheugen het even afweten en heeft de plant wel iets bekends, maar lukt het toch niet er zo een, twee, drie een naam aan te verbinden. En dus ga ik regelmatig even kijken bij de grote bladeren, waar naarmate de weken voortschrijden ook enorme, rood gevlekte stengels verschijnen, en nog meer ingenieus verstrengelde bladeren - zo bekend, maar toch.... ?
Uiteindelijk valt dan toch het kwartje 'de Reuzenberenklauw!'.

Inmiddels torent de plant hoog boven de andere planten uit met enorme paraplu's van tienduizenden bloemetjes,


 maar nog wel verscholen tussen de bomen, en omringd door brandnetels. Er zijn reuzenberenklauwen die er fotograaf-vriendelijker bijstaan, maar dit is door de maanden heen toch een beetje een vriendje geworden, 'mijn' Reuzenberenklauw. Wel een gevaarlijk vriendje overigens, want de plant scheidt een sap af dat ernstige brandwonden veroorzaakt als het blootgesteld wordt aan zonlicht. Inmiddels zullen de bloemetjes overigens wel zaaddoosjes zijn geworden en met het voor dit weekend beloofde zonlicht erop kan dat een hele mooie paraplu opleveren. Ik hoop dat de plant aan de aandacht van de maaiers is ontsnapt!


 Maar goed, de witte schermbloemige op het Slangenkruidveldje is geen berenklauw. De tonronde zaaddoosjes met knobbelige zaadlijsten, de rood gevlekte stengels, de naar één zijde gerichte omwindselblaadjes brengen me uiteindelijk bij de Gevlekte scheerling. De plant riekt ook onaangenaam volgens de boeken, maar dat wordt kennelijk verhuld door de regen. De Gevlekte scheerling.....

 alle onderdelen van de plant zijn giftig. En met dit gif, zo zegt men, werd de gifbeker van niemand minder dan Socrates bereid.
En dan ga je je afvragen waarom iemand een uiterst giftige plant gaat inzaaien langs een populair wandelpad (er stond overigens twee jaar terug Datura, ook giftig) .....



Ik ben een complotdenker, geef ik direct toe. Gif in de blauwe bloemenweide waar vorig jaar de bambies verscholen lagen..... ik bedoel maar, 't zou de antidamhertenbeweging toch goed uitkomen als ze ineens allemaal voor Pampus in de blauwe bloemenweide zouden liggen.
Maar 't zal zo'n vaart niet lopen, dieren weten over het algemeen beter dan mensen wat ze wel en wat ze niet moeten eten. Maar toch.... waarom 'of all plants' Gevlekte scheerling?



In de Speelweide van de Kennemerduinen geen duidelijk ingezaaide veldjes, maar - als in een Ark van Noach - enkele exemplaren van tal van specifieke duinplanten. Ter compensatie van het zoekverbod, vermoed ik. Het voelt een beetje als de heemtuin, wel mooi, maar niet de kick van de echte vondst. Toch ben ik wel happy als ik tussen de kruipwilg moeraswespenorchissen ontdek.





De orchissen in knop, waarvan ik melding maakte in een vorig blog, komen een volgende keer. Ze zijn gedeeltelijk uit, maar ook daar was het fotograferen in de stromende regen. Ik ga volgende week voor de herkansing (ze zeggen dat het zomer wordt!).

En tot slot toch even de fuut achter in de sloot. Een winter lang eenzaam dobberend in het water, geen prachtige balletten, geen pluizige donsjes - wel een korte vakantie en zie, vorige week ineens trots terug in de sloot! Op elk potje past een deksel, het geldt kennelijk ook in de dierenwereld!






vrijdag 13 juli 2012

Drentsche Aa

Oeps.. denk ik als ik het natuurgebied de Drentsche Aa google. Ik dacht eerlijk gezegd aan zo'n klein, maar qua landschapsarchitectuur en natuurbeleving volkomen verantwoord geacht lapje grond met de twee vogelkijkhutten, de bankjes en de panorama's en de 2,5 km wandelpad. En veel natuur in een onbereikbare verte.



Maar in Drenthe doen ze dat anders:  het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa is 10.000 hectare groot. Dit gebied maakt dan weer deel uit van het 'Nationaal landschap' en uiteindelijk is daardoor het totale gebied van de Drentsche Aa 34.000 hectare groot. Dat is de AWD maal 10!

Het beek- en esdorpenlandschap omvat natuurgebied met heidevelden, zandverstuivingen en hooilanden, oude esdorpen en gehuchten en landbouwgronden, alle gegroepeerd rond de beek de Drentsche Aa die al voortkabbelend bij elk dorp van naam verandert. Deze combinatie geeft het gebied een heel bijzonder karakter. Natuur waar gewoon mensen wonen en werken. Een oud gebied ook, waar oude grafheuvels en hunebedden getuigen van vroege bewoning. Misschien een door de eeuwen heen ietwat vergeten stukje land, maar hierdoor kon het landschap intact blijven. Hier geen Wildbaan, maar zo'n honderd kilometer aan oude zandweggetjes en tientallen kilometers wandelpad. Ook enkele van de grote wandelroutes, zoals het Pieterpad, lopen door dit gebied. En tot mijn grote vreugde lijken boswachters zich vooral bezig te houden met de natuur- en geschiedeniseducatie van de Drentse schooljeugd.



We wandelen over de Ballooërheide. Het lijkt wat op de AWD, met overal kleine mensen- en wildpaadjes. Wat zal het hier mooi zijn als straks de heide bloeit! Maar ook nu is er van alles te ontdekken. Dopheide bijvoorbeeld. Een grappig plantje, met een ijl stengeltje en tere bloemknopjes met groene, pluizige kelkblaadjes. En daar groeit dan zo'n prachtige, roze bloem met tot een kokertje vergroeide kroonblaadjes uit.




De moeraswolfsklauw had ik al eens in de AWD gezien, weggemoffeld tussen het gras dat een week later gemaaid werd. Op dit kale stukje grond kun je goed zien hoe de plant al wortelend over de grond kruipt en de takken fier omhoog staan. De moeraswolfsklauw vermeerdert zich via sporen. De sporendoosjes zitten in de bladoksels, maar zijn nauwelijks te onderscheiden van de gewone bladeren. Vroeger groeide de moeraswolfsklauw zo hoog als een boom. In gedachten zie ik even het oude Trechterbekervolk dat hier ooit woonde, onder de enorme moeraswolfsklauwen met hun hunebedden slepen.



Ik ontdek ook rode heidelucifer en lange, sprieterige Cladonia's, die wellicht het Bruine heidestaartje zijn. Het lijken net dode, zeer breekbare takjes.













In het voorbijgaan fotografeer ik nog even snel (na het oponthoud bij de Cladonia's is mijn deel van het compromis voorlopig weer opgesoupeerd!) dit prachtige plantje. Een trekrus. Een plant waar je gemakkelijk aan voorbij loopt, omdat het nogal gewoon 'grassig' of 'biezig' is. Zonde van zo'n mooie bloeiwijze. Bestudering leert dat de bloem van de leden van de Russenfamilie hetzelfde gebouwd zijn als lelies.

Kijk even mee (ik heb de foto hiertoe wat uitvergroot, wat de kwaliteit, die toch al niet 100% was door de snapshot en de heersende wind, niet ten goede is gekomen, maar 't gaat nu even om het leermomentje): twee kransen van drie kleine, vliezige groene of bruine bloemblaadjes. Dan twee kransen van drie meeldraden en tenslotte een stamper met drie stijlen. Je gaat ineens heel anders tegen de Russenfamilie aankijken! En dat lelieachtige is  een handig ezelsbruggetje om dit "bies" te onthouden. Ook veldbies behoort overigens tot de Russenfamilie, maar die heeft er dan ook nog behaarde bladen bij.

De Ballooërheide behoorde vroeger aan Defensie en dientengevolge lopen er van noord naar zuid nog oude loopgraven. Een smal wandelpad nu, waarvan de steile hellingen begroeid zijn met heide en waarvan de rand omzoomd is met zonnedauw. Een heel pad vol zonnedauw.



 En dan zijn er nog de vennetjes.... vol met Veenpluis. Denk ik. Pas als ik thuis de foto's bestudeer kom ik erachter dat niet alle pluis veenpluis is. Aj...

Veenpluis behoort tot het geslacht Wollegras dat op zijn beurt weer deel uit maakt van de uitgebreide familie van de Cypergrassen. Afgezien van een paar uiterst zeldzame soorten kunnen die mooie witte pluizen dus behoren bij het Veenpluis, maar ook bij het Eenarig wollegras, waarvan ik niet wist dat het tegenwoordig al lang niet meer zo zeldzaam is als in de boeken vermeld.

Het verschil is op zich duidelijk te zien: eenarig wollegras heeft, zoals de naam al doet vermoeden, slechts 1 aartje aan de stengel. Het veenpluis heeft meerdere aartjes. Bovendien is bij eenarig wollegras van de beide bovenste stengelbladeren alleen de opgeblazen bladschede nog aanwezig, veenpluis heeft de twee bladeren nog.

Simpel, maar lastig terug te vinden tussen al het pluis op de foto's als je daar niet speciale aandacht aan hebt besteed bij het fotograferen. Een gemiste kans.


 Dit is een duidelijke geval van meerdere aartjes.




In elk geval een blad, en zo te zien ook meerdere aartjes. Je vergist je daar snel in omdat de planten dicht op elkaar staan en een pluis dus bij een verscholen stengeltje kan horen. 











Maar hier meen ik toch kale stengels met een verdikte bladschede en een enkel aartje aan de top te bespeuren. Jammer dat je dan niet even terug kunt om te verifiëren!

Tot slot 2 foto's van het Dwingelderveld. Leuk vanwege de vraag die de natuurbeheerders zelf al stellen over hun ingrijpen in de natuur.


Links van het pad een ven met grote velden waterlelies. "Mooi!!", denk je dan, maar er staat een bordje bij. Dat bordje zegt iets in de trant van: "de waterlelie hoort niet thuis in dit gebied, maar is geplant door bioloog X (z'n naam is niet blijven hangen) bij wijze van experiment. En met succes! Draai u om en vergelijk dit ven met het originele, door de natuur ingerichte ven aan de overkant. "







Het antwoord op de onuitgesproken vraag mag je zelf geven.

Drenthe  - de tijd lijkt er stil gestaan te hebben (moet je natuurlijk niet naar Emmen of zo gaan, want dan loop je door een stad als overal in Nederland). Het voelt aan als een stuk antiek dat je heel voorzichtig in je handen houdt: de tijd lijkt je te doordrenken en wekt een stil ontzag voor al die schoonheid van voorbijgegane eeuwen.

vrijdag 6 juli 2012

Drenthe

Het eerste wat je opvalt in Drenthe is de ruimte.  Een groene horizon waar je ook kijkt. Hoe anders moet het leven zijn als je daar woont in zo'n prachtige boerderij of zo'n dorpje, mijmer ik.
Zit ik hier, met uitzicht op een rijtje huizen, en daarachter de bovenste verdiepingen van een flatgebouw, met daarboven dan nog net een heel sneu streepje lucht gevuld met Boeings.
Ik stel direct voor om te verhuizen, maar mijn echtgenoot, praktisch als altijd, mompelt iets over 'werk'. Tsja... de provincie van de pensionado's. En dat pensioen daar moet je tegenwoordig heel erg lang op wachten.



Gelokt door het verslag van de bloggerswandeling haal ik mijn echtgenoot over om een weekje naar Drenthe te gaan teneinde de genoemde bloemenweelde met eigen ogen te aanschouwen.  Van Coby (Natuurkieker) krijg ik een preciese routebeschrijving naar een plek waar tal van bijzondere bloemen groeien.

De Blinkerd, een ambitieus stukje natuur, aangelegd op en rondom een oude vuilstortplaats. Er ligt zodoende ineens een enorme berg midden in het landschap. Men is nog druk doende met al dat nieuwe groen en een groot deel van het gebied is tijdelijk niet toegankelijk.

Nou maakt dat voor ons niet uit, want ondanks de gedetailleerde beschrijving van Coby komen wij (uiteraard) nooit aan bij de beschreven orchideeënweide. Na flink wat 'siteseeing' zien we een toegangshek en een plekje 'waar je vast wel mag parkeren'.


Ik spring uit de auto en sta direct tussen tal van leuke en/of bijzondere bloemen zoals Grote ratelaars, trouwe metgezellen van de rietorchissen en de knalrode steenanjertjes (die op de foto overigens roze zijn en met geen enkel Photoshop-schuifje terug te brengen zijn naar het felle rood van het 'eggie'.  Maar je ziet wel goed het mooie rode randje en de spikkeltjes.




Er loopt een rommelig pad langs een watertje. Aan de overzijde verrijst de berg, nu nog kaal. Een eenzame tractor is er druk in de weer. De berg werpt zijn schaduw over ons wandelpad.   Ik zie de Blaassilene. Een plant die ik me nog wel herinner van vroeger, maar die ik al heel lang niet meer ben tegengekomen in de duinen. Het meest opvallend aan de plant is de opgeblazen, geaderde kelk waar de witte, diep ingesneden bloemblaadjes uitsteken. De planten zijn meestal of mannelijk of vrouwelijk. De stamper heeft drie lange stijlen, de mannelijke planten hebben vijf meeldraden. Ik heb verzuimd aandacht aan de mannen te besteden, merk ik als ik op zoek ga naar een foto met die vijf meeldraden.




En orchideeën. Gevlekte rietorchissen voornamelijk.


Een prachtig blauwe Campanula, waarvan ik verzuim om blad en andere details goed te fotograferen, maar 't zal wel een gewoon Grasklokje zijn.





En, zoals op de foto met de rietorchissen al te zien, die hele bloemenpracht gaat dan schuil achter een gordijn van Bevertjes....... Bevertjes!... zucht! zwijmel!...

Bevertjes is een grassoort. De plant draagt zilvergrijs glanzende aartjes aan wijd uitstaande, ragfijne stengeltjes. Lange, heel ragfijne stengeltjes. Een andere naam voor Bevertjes is dan ook  ... trilgras.

Trilgras, en dat op een winderige dag in de schaduw van de Groene Berg. Dat gaat hem niet worden qua foto. In de AWD denk ik vaak 'ik ga volgende week nog wel een keertje kijken', maar op vakantie moet je direct toeslaan. Fotograferen tegen beter weten in, je kent het wel.
Trilgras, daar weet zelfs Photoshop geen raad mee.  Maar de foto's natuurlijk toch maar op je blog zetten, omdat je de vreugde over je vondst met iedereen wilt delen. Ach ja, we doen het allemaal op z'n tijd, toch?





Het is zo'n plek waar ik de hele dag zou kunnen blijven, maar iedereen die wel eens met een niet-fotograferende partner op stap gaat, weet dat er compromissen gesloten moeten worden wat betreft de tijd die er op een plek rondgehangen mag worden.

Aan de andere zijde van het wandelpad ligt een stukje bos en daarachter hooiland. Ik weet eigenlijk niet of je die hooilanden zo maar mag betreden (boswachters met bonnenboekjes en zo). Ze zijn in elk geval prachtig om te zien, zoveel soorten gras en bloemen om te fotograferen en te bestuderen!

Maar ja, mijn echtgenoot en het compromis!

wordt vervolgd (met veenpluis-wandelingen!)