maandag 30 januari 2012

Mos

Het schiet niet op met het blog! Ik ben weer volledig in de ban van de mosplantjes. En aangezien het geheugen niet meer is wat het geweest is, is veel van wat ik vorig jaar bestudeerd had helaas weer gewist. Opnieuw op ontdekkingstocht dus!


Een zode, matje of polletje mos bestaat uit een heleboel kleine plantjes. Met worteltjes,  blaadjes en een sporenkapsel (een soort van sporendoosje). En net zoals bij de grote broertjes en zusjes herken je de verschillende soorten aan de sporenkapsels en aan het uiterlijk van de blaadjes. Dat is een heel getuur. Zou je eigenlijk met de microscoop moeten doen. Maar ja, je kan wel alles willen hebben .....

Maar met de macrolens kom je ook al een heel eind.

Hier dus blaadjes die uitlopen in een punt, een tikkie eirond zijn en een nerf hebben die maar tot halverwege het blad loopt. Het plantje heeft vooral ook een dikke, opvallend bleke kop ... en gaat dan ook door het leven onder de naam Gewoon dikkopmos. Het is een van de meest algemene mossen.

Gewoon dikkopmos kapselt heel enthousiast. Op gevelde boomstammen zie je nu hele bruine bossen van kapseltjes verrijzen. De kapselstelen van Gewoon dikkopmos voelen ruw aan (moet je eens testen! zo klein en teer als het allemaal is, kun je de ruwheid toch heel duideijk voelen. Verrassend.) Op de eerste foto zie je zo'n kapsel van dichtbij. Op het sporendoosje zitten zogenaamde peristoomtanden, een soort van beveiligingshekje tegen het voortijdig openspringen van het kapseldekseltje. Als de sporen rijp zijn, buigen deze tanden naar buiten en maken zo de weg vrij voor de sporen om uit te vliegen.


De jonge kapseltjes van Gewoon dikkopmos zijn heldergroen, ze staan wat gebogen op de steel. Naarmate ze ouder worden verkleuren ze naar donkerbruin. Kenmerkend voor het dikkopmos is de gebogen vorm (de 'kromme rug') van het sporenkapsel.



Heel anders weer zijn de kapsels van de haarmutsen. De meeste haarmutsen zijn epifyten: je vindt ze alleen op  bomen. Maar enkele prefereren steen. Zoals deze Gesteelde haarmuts.  Bij de meeste haarmutsen steekt het kapsel niet boven de blaadjes uit, maar bij de gesteelde dus wel (vandaar natuurlijk ook de naam).

Deze gesteelde haarmuts vind je op wat ik heb uitgeroepen tot het  "mooiste muurtje van de AWD". Je moet over een hekje klimmen, dat wel, heel erg oppassen dat je niet in het kanaal glijdt en het muurtje is net te laag voor een statief en de mooiste rijkdom aan mossen groeit diep beneden in dit wat onbestemde bouwwerkje van Waternet.

Naast de gesteelde haarmuts zie je een mosje met grote witte haren aan de uiteinden van de blaadjes. Een leuk, bol mosje met diep gebogen, heldergroene sporenkapsels die later rechtop  gaan staan (als ze 'groot' zijn... ).


Hier links op de foto zie je dat allemaal. Het is Gewoon muisjesmos, omdat het polletje met al die uitstaande witte glasharen net een muisje lijkt. Nou ja.... ?!
Rechts het Muurachterlichtmos, een hebbedingetje, met zijn brede, tussen de blaadjes verstopte, knalrode kapseltjes, helaas met de telelens genomen, zodat een en ander niet zo goed uit de verf komt als met de macrolens. (Ik had de telelens opgeschroefd, omdat ik langs het kanaal (een kanaal) liep en ook eens eendjes wilde schieten, maar zag toen 'het mooiste muurtje' en ben de eendjes vervolgens totaal vergeten.)
Zal nog eens een strategie bedenken hoe in het bouwwerkje van Waternet te klimmen met macrolens en statief!

Weer een heel ander kapsel. Het beschermende, puntige huikje is hier al aan het afvallen.












De bruine kapseltjes op deze foto horen bij het dikkopmos en niet bij het plantje op de voorgrond, dat dus bij de foto erboven hoort. Een beetje langwerpig blad, met een gezaagde rand en nogal rimpelig => Groot rimpelmos.







Nog een heel populair mos in de duinen: het Gesnaveld klauwtjesmos. Als je goed kijkt zie je hoe de blaadjes als kleine klauwtjes gekromd zijn. In het midden een sporenkapseltje met een puntje (snaveltje). Dit mos valt ook op door de wat goudgele glans.


Op deze foto valt vooral de sierlijk 'geklauwde' top op.
Eromheen staat Echt zandhaarmos, dat ook al druk met kapselen is. Daarover een volgende keer meer, want bij de haarmossen is er nog een heel gedoe met mannetjes en vrouwtjes.


 Let tijdens je volgende duinwandeling ook eens op de kapsels van Purpersteeltje (ze zijn er weer!!). Je herkent ze aan de bruine vlakken tussen het mos. Van een afstand lijken het net dorre plekken in het mos. Soms is dat ook zo, maar heel vaak zie je in plaats van bruine, verdorde mosplantjes, de felrode kapselsteeltjes van Gewoon Purpersteeltje.  Bovenstaand kapsel is van Echt zandhaarmos.


woensdag 4 januari 2012

Stuifballen en leermos

En hoe het inmiddels is met de paddestoelen?
Eerlijk gezegd word ik een beetje moedeloos van die paddestoelen. Bij paddestoelen is het echt ' hoe meer je leert, hoe minder je lijkt te weten!'.

Er zijn nog vrij veel paddestoelen te vinden her en der. 

In het gras zijn het vooral de talrijke mosklokjes en daarop lijkende soorten die de aandacht trekken.  Ze blijven leuk, die kleine paddestoelen. De alleraardigste vind ik toch nog altijd de gesteelde stuifballen.

ruwstelige stuifbal
Op het Eiland van Rolvers tref ik op een zanderig stukje een hele kolonie vrij forse stuifballen aan. Niets zo heerlijk om te fotograferen als paddestoeltjes en plantjes in het zand (ligt een stuk prettiger dan hertenkeutels). Het blijkt de Ruwstelige stuifbal te zijn. Anders dan de Gesteelde en de zeldzamere Donkerstelige stuifbal, heeft deze geen klein schoorsteentje als opening, maar een rafelige rand. Hoewel de Ruwstelige als zeldzamer te boek staat dan de Gesteelde, viel tijdens mijn laatste wandeling op dat de Ruwstelige veel vaker lijkt voor te komen dan de Gesteelde. De Donkerstelige heeft ook een schoorsteentje en verschilt dan weer van de Gesteelde door het al dan niet aanwezig zijn van een membraanrestje aan de onderzijde van de stuifbal: bij de Gesteelde lijkt er een soort kraagje tegen de steel te liggen. Maar dat kun je dan weer heel moeilijk zien.  

archieffoto, (vermoedelijk) Gesteelde stuifbal, let op het 'schoorsteentje'. 
Van onderstaande vondst werd ik echt blij! In mijn vorige blog noemde ik al het Klein leermos (Peltigra rufescens). De exemplaren die ik toen gevonden had, hadden geen apotheciën (vruchtlichamen) aan het eind van de lobben. Deze dus wel, echt super mooi met die roodbruine kleur en prachtige gedraaide vormen! Moet een volgende keer 's iets doen met groot diafragma, leent deze korstmos zich uitstekend voor!

klein leermos
Klein Leermos herken je aan de berijping op het thallus (het 'blad'), de opstaande randen en de donkere rhizinen (schimmeldraden aan de onderzijde).

Langs de wandelroute bovenlangs het Oosterkanaal vond ik deze, volgens mij totaal verlopen, leermossoort. Links zie je dat de buitenranden naar onderen gebogen zijn, op de tweede foto dat de rhizinen wit zijn. Dit zou erop duiden dat het Groot leermos (Peltigera canina) is. 



Qua planten is er helaas nog niet zoveel te vinden, ondanks dat ik in mijn tuin de eerste Iris Reticulata in bloei aantrof. Een van de allermooiste bloemetjes die ik ken. Klein, onopvallend dicht bij de grond, maar fel van kleur en verleidelijk geurend lokt ze de aardhommels en andere vroege honingzoekers.
Wat een kleurverschil ineens met de nog ingetogen kleuren van de duinen!


Meest opvallende aanwezige in de duinplantenwereld is nog altijd de Driedistel.

Driedistel eind december - van Limburg Stirumduinen

Ook een bron van vermaak vormen de zwammen die in de veldgids vermeld staan als 'bijzondere vormen' : de elfenbankjes, oesterzwammen, tondelzwammen, korstzwammen, enz. Sommige groeien op levende bomen, andere op dode. Ik hoop nog steeds op van die paarsige oesterzwammen met van die fraaie, lange wittige lamellen, en dan bedekt met een klein laagje sneeuw. Maar voorlopig moet ik het doen met de Echte vuurzwam.


Op dode bomen groeit nu ook veel bekermos. Ik blijf het toch boeiend materiaal vinden!


Dit is (denk ik) Slank bekermos (Cladonia coniocraea).  Het Smal bekermos herken je aan de grote, groen tot grijsgroene grondschubben en de mooie, gladde staafjes. Soms zitten er onderaan de staafjes een paar grote schubben.

Op dode bomen kom je, behalve het Slank bekermos, ook vaak de Dode heidelucifer (Cladonia macilenta) of Bruin heidestaartje (Cladonia glauca) tegen. Die zien er voor een leek precies hetzelfde uit, ook allemaal van die staafjes....


Is er of aan het uiteinde van een van de staafjes of aan de onderzijde van de grondschubben iets roods of oranjeachtigs te vinden, dan kun je redelijk veilig voor de Dode Heidelucifer gaan. Als je goed zoekt zie je links op de foto inderdaad een heel klein geelachtig puntje! De kleur van deze soort is ook grijzer dan die van het Slank bekermos. 
Op bovenstaande foto heeft de ouderdom al aardig toegeslagen, dus de Dode heidelucifer is niet altijd zo bruingrijs als hier; bovendien was het twaalf uur 's middags op een stralende, zomerse dag toen ik deze foto nam, hetgeen de kleurechtheid van het bekermos op de foto ook niet echt ten goede is gekomen. Ik plaats de foto dan ook meer als illustratie van hoe verraderlijk veel de soorten op elkaar lijken dan als fotografisch hoogtepuntje. ;)

Het Bruin heidestaartje (Cladonia glauca) heeft staafjes die duidelijk schubjes dragen. De
schubben zijn zo diep ingesneden dat ze van kant lijken te zijn. Maar ik geloof niet dat ik daar al een foto van heb... je wordt echt helemaal gek als je de map "Bekermos onbekend" doorspit! Elke keer denk je de verschillen wel te weten, maar in de praktijk is het ontzettend lastig om die verschillen ook daadwerkelijk te herkennen... maar 't schijnt wel te kunnen, in de meeste gevallen tenminste (bij sommige soorten moet je met chemicaliën gaan knoeien om de soorten te onderscheiden). Kwestie van het oog oefenen, zeggen ze dan!
En dat is dan toch het verschil met paddestoelen waarvan het merendeel toch onder de microscoop bestudeerd dient te worden en dat vind ik dan weer te ver voeren... voorlopig althans.

Smal bekermos (Cladonia coniocraea)
En toen, op de valreep, we stonden al bijna weer op de parkeerplaats bij De Zilk, zag ik het eerste kapselende haarmos (Echt zandhaarmos)! Onder de harige, oranje kapjes zie je al een vleugje van de mooie rode steeltjes. 


En zo blijkt er toch altijd weer van alles te vinden te zijn.