maandag 28 november 2011

De wereld van de paddestoelen (4)

Wollige bundelzwam _ oud exemplaaar
Ja wel, nog steeds in de weer met de paddestoelen. Toch gaat het niet echt hard. Ergens op een forum meldt een paddestoelenexpert dat je in een seizoen gemakkelijk zo'n vijfhonderd verschillende soorten kunt vinden.
Dan schiet ik nog niet zo op, ik ben pas bij Paddestoel Nr. 35.
Vijfhonderd.... dan zou je toch bij elke stap zo ongeveer over een paddestoel moeten struikelen. Of de hele dag, 7 dagen in de week, paddestoelen moeten zoeken. Dat je niet hoeft te werken en dat soort dingen....

Wollige bundelzwam in vroeger stadium
Toch gaat het met het enthousiasme de verkeerde kant op als ik neerkniel voor de Plooivoetstuifzwam.


Want, en ik toon de Plooivoet even in zijn context :


er staat behalve veel Grijze Bisschopsmuts (mos) rondom de Plooivoet ook heel veel  Zomersneeuw (Cladonia foliacea) (korstmos). Tot mijn verbazing zag ik in de Veldgids dat Zomersneeuw ook bekertjes kan hebben, komt niet heel veel voor, maar 't kan.....

En dus duik ik in de Zomersneeuw!


En ik vind een bekertje!


Dat brengt me weer bij de korstmossen. Ik post een aantal van mijn foto's op het forum van de BLWG en blijk meer soorten bekertjes in huis te hebben dan gedacht. Bijvoorbeeld het Rafelig Bekermos (Cladonia ramulosa), te herkennen aan de 'ontplofte' bekers:


Temidden van de Grijze bisschopsmuts, het Gesnaveld klauwtjesmos en de Zomersneeuw vind ik ook Klein leermos (Peltigera rufescens). 


Leermos is ook een korstmos. Je hebt verschillende soorten: Groot leermos, Klein leermos, Kaal leermos, Duinleermos enz. enz.
Deze, het Klein leermos, herken je aan de witte berijping aan de voorkant en de, aan de bovenzijde, donkere rhizinen (schimmeldraden) aan de achterkant. 


Ik moet bekennen dat ik dit toch veel leuker vind dan paddestoelen .....  maar de mossen en korstmossen zullen er nog de hele winter zijn, dus toch nog even de paddestoelen.

Behalve de Zomersneeuw en de Plooivoetstuifzwam zie ik op dezelfde plek ook een Piekhaarzwammetje (Crinipellis scabella), een echt duinbewonend zwammetje.

Het zwammetje groeit hoofdzakelijk op dood gras.


Leuk hè, ietsje jammer van het diafragma, maar je kunt niet alles hebben op een donkere, mistige namiddag.  Ze groeien ook gewoon op de grond:


Het hoedje is witachtig en bedekt met roestbruine schubjes, de rand van het hoedje is wat gerimpeld, de lamellen zijn wit. Bij oudere exemplaren zit er in het centrum van het hoedje vaak wat groene algenaanslag.


En ook - het is een geweldige plek! - staat er de Okergele korrelhoed.



Te herkennen aan - de naam zegt het al - de korrelige hoed met het donker gekleurde bobbeltje in het midden en vooral aan de roestbruine, vlokkige steel.

Even verderop staan Gesteelde stuifballen (Tulostoma), ook van die typische duinbewoners. Ze onderscheiden zich van de andere stuifzwammen door het bezit van een lange steel (uiteraard) en de kleine opening in de hoed. Je vindt ze het hele jaar door, maar alleen nu kun je verse, jonge exemplaren  vinden. Er zijn (natuurlijk) meerdere soorten Gesteelde stuifballen, zoals bijv. de Ruwstelige Stuifbal, lichtgrijs van kleur en met een gewimperde, franjeachtige opening (weet je waar je op moet letten, als je er een tegenkomt)



Toch wel mijn favoriete paddestoelen, die echte duinbewoners, zo lekker onder het zand.

In het open grasland vind je nu heel veel mosklokjes en andere kleine paddestoeltjes. Daar kun je echt uren zoet zijn met je macrolens.

Dit tere, bijna doorschijnend witte zwammetje blijkt een uitgebleekt (=stokoud) Oranjegeel trechtertje (Rickenella fibula) te zijn. Volgens de experts.



En ik denk dat dit het punt is waar ik afhaak.... in de Veldgids staat een knaloranje paddestoeltje afgebeeld met een gewelfd hoedje..... niets, maar dan ook niets doet je gedachten daarbij richting dit paddestoeltje gaan.
Determineren van paddestoelen - een kansloze onderneming!


woensdag 16 november 2011

De wereld van de paddestoel (3)


Vorige week kon ik nog net een staartje kleurig herfstbos meepakken (Groenendaalse Bos). Paddestoelen zoeken in het bos is toch iets heel anders dan paddestoelen zoeken in het duin.


Het bos: dat betekent woelen tussen dikke lagen bladeren. En waar op het eerste gezicht niets lijkt te staan, blijkt ineens een schat aan paddestoelen verborgen te zijn.


 Het zijn Melkzwammen, een vrij gemakkelijk te herkennen geslacht. Melkzwammen zijn familie van de Russula, samen vormen zij dan ook de Russula-familie.


Evenals het geslacht Russula hebben de melkzwammen mooie, strakke lamellen. Deze lamellen zitten vaak iets aflopend vast aan de steel. Het opvallendste kenmerk van de Melkzwammen is echter het melksap dat vrijkomt als je de lamellen samenknijpt. Bij sommige soorten is het wit, bij andere soorten gekleurd of verkleurend. 


De meeste melkzwammen groeien bij naaldbomen of eiken. Aangezien mijn melkzwammen langs de Beukenlaan staan, is de kans groot dat het de Bitterzoete Melkzwam is, want die groeit uitsluitend bij beuken. Maar de experts durven er de hand niet voor in het vuur te steken! 

jong melkzwammetje

Heel anders is het in het duin. Mest, een ruime variatie aan mest - koeienvlaaien, konijnen- en hertenkeutels, vossendrollen.  Op die mest groeien o.a. de Vlekplaten. 


Het geslacht Vlekplaten behoort tot de familie van de Inktzwammen, evenals de Franjehoedjes. Je ziet het aan de donkere, inktachtige sporen op de plaatjes. Het verschil is dat inktzwammen vervloeien, vlekplaten en franjehoedjes niet. 


Met de neus in de mest zie je de zwarte inktvegen op het hoedje en op de velumresten aan de steel. Een meer gedetailleerde naam te vinden dan 'een of andere Vlekplaat' is helaas alleen voorbehouden aan mensen met een microscoop. 
Een voordeel van de Vlekplaat voor de fotograaf is dat deze paddestoelen meestal nog onaangeroerd zijn: niet afgebroken, niet geproefd, niet door midden gesneden. Kennelijk is de gemiddelde paddestoelenzoeker toch vrij selectief in de keuze van paddestoel. 


 Het bos: dat is composities met bladeren in warme herfstkleuren. Bovenstaand een Mycena, helaas ook een soort die, enkele uitzonderingen daar gelaten, alleen met de microscoop verder op naam te brengen is.


Het duin: dat is vooral weerbarstige gras- of helmsprietjes.  Hier een Mycena tussen het haarmos. Twee totaal verschillende werelden!


Op het eerste gezicht gemakkelijk te verwarren met een mycena: de Franjehoed ('een of andere')


Mycena's en Franjehoeden zijn beide paddestoelen met vaak ranke stelen en klokvormige hoedjes. Bij sommige Franjehoeden lijken de hoedjes vaak te kolossaal voor de iele stelen.
Maar zoals gezegd, de Franjehoeden behoren tot de Inktzwammen, de Mycena's tot de familie Tricholomataceae, een hele uitgebreide familie waartoe o.a de ridderzwammen behoren.

Als je naar de lamellen kijkt, dan zie je direct het verschil: mycena's hebben witte lamellen die ook wit blijven omdat het sporenpoeder wit is. Franjehoeden hebben gekleurde lamellen die vrij snel donker worden door het bruin(zwarte) sporenpoeder.

Heeft het donkere sporenpoeder vlekken veroorzaakt op de lamellen dan kun je gaan voor 'een of andere' Vlekplaat. De paddestoel dient dan natuurlijk wel, zoals boven geïllustreerd, op mest te staan.


Een Mycena die je zonder microscoop kunt herkennen is de Bloedsteelmycena. Evenals bij de melkzwammen komt bij de bloedsteelmycena bij kneuzing sap vrij. Dit sap is donkerrood.
 Dat nodigt tot een experiment! En warempel..... 




Als je het eenmaal weet, herken je ook de rode vlekken op de hoedjes en de steel.

Om misverstanden te voorkomen, we hebben natuurlijk ook wel bos in het duin.....


En o ja, in het vorige blog vroeg iemand zich af of ik van mijn geloof gevallen was wat betreft het vernielen van de natuur. Wel nu, als je in zulke populaire natuurgebieden komt als ik, dan is er altijd wel iemand je voorgegaan, dan liggen de paddestoelen soms zelfs al 'uitgestald', en is er dus bijna altijd wel een afgebroken exemplaar te vinden.   

En nog even dit: zag ik gisteren tussen het mos ineens allemaal mooie, blauwe Vleugeltjesbloemen! Het doet me nu al verlangen naar het voorjaar .... !





woensdag 9 november 2011

De wereld van de paddestoel (2)

Na de eerste stappen in de paddestoelenwereld enkele weken terug is er een diepe stilte neergedaald op mijn blog. Je zou haast denken dat ik per ongeluk iets te veel geproefd heb van de Groene knolamaniet, de dodelijkste paddestoel die we hebben in Nederland.

Het is lastige materie, om te leren, om te vinden en om te fotograferen.  Het werkt anders dan bij planten. De meeste bloemen zijn op hun mooist op het midden van de dag in de stralende zon, paddestoelen staan meestal verscholen op donkere plekken. Dat betekent lange sluitertijden, gecombineerd met kleine diafragma's als je zowel het steeltje als het hele hoedje scherp wilt hebben. En dus heb ik nu een prullenbak vol paddestoelen...  Toch maar gaan flitsen, vrees ik.

Door het zachte weer zijn er gelukkig ook nog planten te vinden en zielsgelukkig kniel ik dan ook, na een vrij vruchteloze paddestoelspeurtocht, neer voor het Knopig helmkruid, waaraan ik behalve de leuke knoppen ineens ook nog beeldschone bloemetjes ontwaar.


En natuurlijk kom ik tijdens de speurtochten allerlei mossen en korstmossen tegen, hetgeen de aandacht ook aardig afleidt van de paddestoelen.


Ik heb de prachtige veldgids "Korstmossen van duin, heide en stuifzand" van André Aptroot, Kok van Herk en Laurens Sparrius aangeschaft. Daarin staan alle bekermossen beschreven, met alle details waarin ze van elkaar verschillen. Een fantastisch boek!
Ik denk dat bovenstaand bekermos Kopjesbekermos (Cladonia Fimbriata), bedekt met veel fijne schubjes en groeiend op het schors van een gevelde berk. Groen Bekermos (Cladonia Chlorophea) heeft een ruiger uiterlijk en is epifyt.

Maar goed, de paddestoelen.

Een enkele keer tref je een gemakkelijk herkenbare soort, zoals deze Kopergroenzwam uit het geslacht Stropharia.


Dat denk je dan tenminste, dat deze gemakkelijk is.... en daarom verzuim ik gemakshalve om de onderkant te fotograferen, want de paddestoel staat op een wat onhandig plekje: de uitrit van parkeerterrein Pannenland, waar op de zonnige, bronstige herfstdag dat ik deze zwammen fotografeer de auto's af- en aanrijden. Dan lig je toch niet echt relaxt plat op de buik!
Zo blijft de vraag of dit nu de Echte of de Valse kopergroenzwam is vooralsnog onbeantwoord (heel misschien staan ze er nog... ) (de echte heeft o.a een donker gekleurd manchet (ring) en lila-grijze lamellen.

Ook de Amethistzwam is vrij uniek door de opvallend paarse kleur.




Let op de dikke, wijd uiteenstaande, met de steel vergroeide lamellen: een kenmerk van het geslacht Fopzwam uit de familie Tricholomataceae. Het sporenpoeder van dit geslacht is wit. Als je heel goed kijkt zie je her en der poederkorreltjes op de lamellen liggen.




Neefjes van de Amethistzwam zijn de Gewone fopzwam en de Geschubde fopzwam. Je ziet dezelfde dikke, wijd uiteenstaande lamellen.  Aangezien er op bovenstaand hoedje schubjes te ontwaren zijn, moet dit de Geschubde fopzwam zijn. 



Heel anders is dan het mosklokje uit het geslacht Galerina dat deel uitmaakt van de familie Cortinariaceae. Ook hier staan de lamellen vrij ver uit elkaar, maar ze zijn toch een stuk minder robuust dan bij de fopzwammen. Groot verschil is dat het sporenpoeder van de mosklokjes donker gekleurd is in plaats van wit, alleen zie je dat niet zo direct.

Een andere leuke paddestoel die wij, als AWD-ers, feilloos moeten kunnen herkennen is deze:


Kenmerken: vrije lamellen (d.w.z. ze zitten niet aan de steel vastgegroeid); het sporenpoeder is roze (dat zie je als je heel goed kijkt op het spinrag en hoe ouder de zwam hoe meer de lamellen roze verkleuren); groeit op een boomstronk.....   


Maar bovenal herkennen wij de paddestoel aan de hoed: 


Toch??  Lijkt het niet precies een stukje damhert?

Het is de Gewone hertenzwam uit het geslacht Pluteus uit de familie van de Pluteaceae (vrije lamellen, roze sporenpoeder)

Een andere, al op veel blogs langsgekomen soort met vrije lamellen, maar met wit sporenpoeder is de Parasolzwam.
Maar maak je geen illusies: er zijn heel veel verschillende soorten Parasolzwammen. De bekendste is de Grote Parasolzwam.



Hier kun je goed zien dat de lamellen los zitten. Opvallend kenmerk is de dikke, dubbelgerande ring, evenals de ruig geschubde hoed.



Dit is denk ik ook een parasolzwammetje, gevonden in de tuin tijdens het bollen planten: de vrije lamellen komen hier nog beter tot hun recht. Zou de paddestoel donker sporenpoeder hebben, dan zou je waarschijnlijk donkere vlekken hiervan terugvinden op de lamellen, dus ik ga er maar vanuit dat het sporenpoeder wit is (noch een betrouwbare, noch een goedgekeurde methode van determinatie!).

Tot zover aflevering 2 van de serie. Het lijkt wat pedant misschien om overal de naam van het geslacht en de familie bij te noemen, maar ik heb gemerkt dat het de enige manier is om een beetje orde te scheppen in de chaos van de paddestoelensoorten (zo zullen de mycologen ook gedacht hebben).

De laatste paddestoel van het vorige blog - dat wil ik natuurlijk toch nog wel even kwijt - is een Zalmzwam (een Rhodotus uit de Tricholomataceae familie) - een ooit zeer zeldzame soort. Groeit op dode iepen, en is sinds het uitbreken van de iepziekte een stuk minder zeldzaam geworden. Stond toch zo maar langs 'ons' Beukenlaantje!


En nog eentje op speciaal verzoek: voor deze prachtige rode moet je ingang De Zilk nemen. ;) (het geslacht ANWB uit de familie Wegkwijt ?)