donderdag 20 oktober 2011

De wereld van de paddestoel (1)





Oeps... slik................

Ik geloof bij nader inzien niet dat mijn tere, door bloemengeuren en -kleuren verwende ziel bestand is tegen de rottende wereld van de paddestoelen. Gatverrr!  ...... en dan heb ik het onderwerp nog een beetje laten wegvallen in de achtergrond om het schokeffect enigszins te beperken.

De Grote Stinkzwam is natuurlijk voor iedereen een bekende: de sporen liggen in een slijmerige, groene massa op de top van de paddestoelen, en dan komen er allerlei onaantrekkelijke insecten om de sporen te verspreiden. Het ding groeit uit een ei, een heksenei wel te verstaan, en dat  ei is gevuld met een geleiachtig iets; de glibberige restanten daarvan zie je op de tweede foto nog tussen de fraaie herfstbladeren liggen en om het geheel te vervolmaken zit er aan de voet ook nog een slak (als verwoed tuinierster haat ik slakken!)

En dan is er nog iets.


Ik zal het maar bekennen: ik kan het niet. Dit hierboven.

Waar je in de plantenwereld na enige oefening redelijk in staat bent om de verschillende soorten aan de hand van uiterlijke kenmerken als bloemkleur en vorm te herkennen en het dus niet nodig is de natuur te verstoren voor het determineren, dien je in de paddestoelenwereld na het fotograferen het tafereeltje respectloos te slopen.

Kijken of het steeltje 'knak' zegt als je het door midden breekt - kijken of er bij beschadiging
melksap naar buiten treedt - stukje besnuffelen en proeven - paddestoeltje door midden snijden - een exemplaar mee naar huis nemen (en dat niet in een plastic zakje of een vakje van de fototas, maar in een mandje!  Een speciale vakjesdoos kan ook, maar een mandje aan de arm oogt natuurlijk romantischer).
Thuis het hoedje op een stukje papier leggen en geduldig wachten. De sporen vallen dan op het papiertje en dan weet je weer iets meer over de paddestoel. Het beste is het om vervolgens dat wat er nog over is van je paddestoel onder de microscoop te leggen.
En dan - met al deze gegevens - is het mogelijk om aan een deskundige de naam te vragen. En dan heb je een kans dat die deskundige het weet, zo niet, dan heb je de paddestoel voor niets gesloopt.


Nou, schattig toch!
En nu komt dus het moment: ik moet er eentje uitzoeken om te knakken, te snijden, te proeven, van binnen en buiten, ondersteboven te bekijken, kortweg te vernielen. Wie zal ik nemen? Elk paddestoeltje dat je wegneemt verstoort de compositie. En natuurlijk heb ik mijn foto al, maar het is toch minder voor de wandelaar/fotograaf die na mij komt.

Ik kan het niet, zo maar een paddestoeltje wegplukken...........

En dus zal ik nooit weten of dit nou echt een mosklokje is, of toch een mycena, of een vuurzwammetje, of misschien wel een fopzwam, want ik weet niet of de lamellen breed en oranjerood zijn of toch wit of misschien wel grijs, en wat de kleur van het vlees is. En of de smaak scherp op de tong is of juist zacht of anijsachtig of dat je ter plekke hallucinerend dood neervalt. Ja, de geur, dat had nog gekund, plat op de buik. Had ik een spiegeltje meegehad, dan had ik de lamellen kunnen bestuderen, al houdt dit paddestoeltje de lamellen wel heel erg verborgen. (volgens het forum van Waarneming.nl is een mosklokje het meest waarschijnlijk)

Afijn, er zijn ook paddestoelen die voorzorgsmaatregelen hebben getroffen tegen al het bruut geweld van de paddestoelenliefhebber. Ze groeien hoog in de boom, ervan uitgaande dat je naast het mandje niet ook een laddertje meeneemt.


 Zoals ik in het vorige blog al aankondigde, de eer van AWD-paddestoel nr. 1 gaat naar de Echte Tonderzwam die al jaren trouw waakt over de ingang Pannenland. Hij doet me altijd denken aan een klein kaboutermannetje, verscholen in een nis in de boom en alleen zijn grote schoenen en gebogen hoofdje met petje zijn zichtbaar.  De tonderzwam leeft op zwakke of dode bomen, dus ik vraag me af hoelang mijn kaboutertje nog zal waken.

De tonderzwam dankt zijn naam aan het brandbare materiaal waaruit de paddestoel bestaat.   Dit werd aangestoken, het vuurtje werd weer gedoofd en de nasmeulende massa werd bewaard in de tondeldoos (of tonderdoos). Dit gebruik maakte dat de tonderzwam vroeger zeldzaam was (toen klom de mens nog in de boom). Tegenwoordig is het een algemene soort.  Natuurkieker heeft een uitgebreid blogje geschreven over de tonderzwam.

Naschrift dd 25-11-2012: en dan zie ik deze zwam een jaar later terug op Waarneming.nl ... met de juiste naam .... geen tonderzwam dus, maar een Echte vuurzwam..... OEPS!
Laat ik het maar opvatten als een teken dat ik in het afgelopen jaar toch wat geleerd heb over de paddenstoelen.


Een tonderzwam elders in de AWD. De bovenzijde is groenig door algengroei. De omgeving zou wit bestoven door sporen moeten zijn......


Aan de andere kant, bij de wat exclusievere ingang van de AWD, troont een passend exclusievere zwam hoog in de boom, de zeldzame pruikzwam. Daar is al op diverse blogs over geschreven.
Je hebt een supertelelens nodig om de echte schoonheid van de zwam vast te leggen (of die ladder natuurlijk.... ).


De berkenzwam durf ik eigenlijk zo wel te benoemen, zonder uitgebreide studie. Deze zwam groeit uitsluitend op berken en zit vast met een soort versmalling. De kleur is grijswit tot bruinig. Kan niet missen toch?


Hier had een spiegeltje gekund, maar dan nog .... van de zeer bewogen foto die ik van de onderkant gemaakt heb word ik eigenlijk niet veel wijzer. (het forum houdt het voorlopig op een bundelzwam-soort; vast vanwege die kleine paddestoeltjes die uit de steel van de grote paddestoel groeien)

Verder heb ik eigenlijk nog niet zo heel veel paddestoelen gevonden in de AWD. Wordt nog een toer om aan de 1000 te komen!

donderdag 13 oktober 2011

Afscheid van het plantenseizoen

Wist je dat er in de Amsterdamse Waterleiding Duinen 660 verschillende plantensoorten te vinden zouden moeten zijn? Z-e-s-h-o-n-d-e-r-d-z-e-s-t-i-g!
Vorige week vond ik langs het Oosterkanaal het Zegekruid - een leuke plant nog zo op de valreep, jammer van de harde wind. De plant lijkt op de bekende, oranje lampionplant, maar dan in het blauw. Het is een verwilderde plant die je ook in siertuinen vindt en die oorspronkelijk afkomstig is uit Peru.

zegekruid

Het Zegekruid is plantje nummer 214 in mijn virtuele plantencollectie. Dat betekent dus dat ik op al die lange speurtochten door de AWD 446 plantjes gemist heb! Dat kun je je toch eigenlijk niet voorstellen. Waar staan al die plantjes dan? Natuurlijk ik mis de grassen nog - maar zelfs al zouden dat er een vijftigtal zijn, dan nog moeten er zo'n 400 andere planten te vinden zijn!
Maar het seizoen loopt ten einde, bessen en zaden wachten op verspreiding door wind en dieren. En dan zullen ze verborgen in de warme aarde, net als ik, moeten wachten op de lente.

eenstijlige meidoorn - veel bessen betekent een strenge winter?
Natuurlijk zijn er nog de mossen - daar is gedurende de winter natuurlijk nog wel enige eer te behalen qua uitbreiding van de collectie.

fijn laddermos, te vinden op bosachtige grond en boomstronken
Maar toch, een mens kan niet leven van mossen alleen en om nu, net als de planten, in winterslaap te gaan en alle herfst- en winterwandelingen te missen? (Mijn partner oppert het idee dat je ook gewoon zou kunnen wandelen, zonder camera.... )

Ik heb besloten me op de paddestoelen te storten. Tot nu toe heb ik me nog nooit zo verdiept in de paddestoelen van de AWD, het was tenslotte al druk genoeg met die 660 plantjes.

Het moet er nu maar eens van komen ... mijn eerste schreden op het pad van de mycologie. Ik besluit alle tot nu toe gemaakte paddestoelenfoto's te deleten (op een enkele uitzondering na waar ik echt geen afstand van kan doen) en met een zo goed als schone lei te beginnen.

***
Er zijn 4200 verschillende soorten paddestoelen in Nederland en daarvan zijn er meer dan 1000 te vinden in de AWD. Ik moet de winter door kunnen komen!

Om alvast een beetje thuis te raken in de paddestoelenwereld ga ik naar Groenendaal in Heemstede. Een oud landgoed met lanen omzoomd door statige, oude beuken. Het wandelbos wordt sinds 1990 ecologisch beheerd. Er ligt dan ook veel dood hout, er zijn takkenrillen aangebracht die stukjes terrein afschermen waar de natuur haar gang kan gaan, er is gezorgd voor afwisseling van zonnige en beschaduwde plekken en af en toe stuit je op de in natuurgebieden onvermijdelijke Schotse Hooglanders. Een altijd-prijs plek dus om paddestoelen te zoeken (maar dat was het voor 1990 ook al!).



Nou, daar zit je dan met de Paddestoelengids van E. Gerhardt en de Verkade-plaatjes van Jac.P. Thijsse.....    

Heel veel paddestoelenplaatjes, en als de boeken niet helpen begin ik maar met Google: nog meer paddestoelenplaatjes. Ik ploeg fotosites met honderden foto's door, en al wijst een slijmerig hoedje op een dode boomstam volgens alle bronnen op de Porseleinzwam: dit lijkt absoluut niet op het in het zonlicht zo mooie witte, doorschijnende hoedje van de porseleinzwam. 


Gelukkig! Een week later tekent zich toch al iets meer af van wat voor een porseleinzwam door zou kunnen gaan. Het regent, dus het zonlicht doorlatende hoedje - wat, zo zag ik op de vele fotosites, toch wel een must is voor de porseleinzwamfotograaf - komt niet helemaal tot zijn recht vandaag.


Het verval treedt ook snel in zag ik op de onderzijde van de stam die vorige week nog bedekt was met van die kleine knopjes.  


Maar dan wordt het moeilijker, fragiel steeltje, klein, beetje kegelvormig hoedje, grijs steeltje,   witte lamellen, groeiend op de grond. Daar heb je er heel veel van...   Ik ga uiteindelijk voor Mycena Galopus - de melksteelmycena, hoewel ik natuurlijk niet getest heb of er bij het breken van het steeltje wit melksap te voorschijn komt :( .


Niet te zien op deze foto, maar een paddestoel met zwarte plaatjes en dan kom je al gauw uit op een inktzwam. De spikkeltjes doen de rest en het wordt de Grote Viltinktzwam. Deze inktzwam vormt een ozonium, zo vertelt mij de Soortenbank. Een ozonium is een luchtmycelium (okay... ?!). Dat zijn dan die roestbruine friemeltjes aan de voet van deze paddestoel, die ik eerlijk gezegd aanzag voor verdorde mosjes. Had ik geweten dat het een ozonium was, dan was ik er uiteraard met de macrolens bovenop gedoken.
Oeps!

Mycena rosea
Nou en dan deze roze exemplaren - met de uitbundig tentoongespreide lamellen.... geen ring om de steel, dan kunnen we al een aantal soorten uitsluiten; maar dat kleine bruine gevalletje rechtsonder met daarnaast het roze uitgespreide hoedje - en dat is dan allemaal een en dezelfde paddestoel?
Per toeval stuit ik bij de Soortenbank op een foto van de Steriele Franjehoed en die lijkt er toch wel erg op (hoewel je dus nooit aan de hand van plaatjes mag determineren). Franjehoeden behoren tot dezelfde familie als de inktzwammen en hebben dus zwarte sporen (van de 'inkt') en dan krijg je vanzelf donkere lamellen. Maar ja, steriel .......... geen zwarte sporen en weinig reden om zo te koop te lopen met je lamellen!

Maar ik zie de zon buiten! Ik ga naar de AWD op zoek naar AWD-paddestoel nummer 1 (het wordt de tonderzwam die al jaren waakt over de ingang Pannenland, dat lijkt me wel fair).

UPDATE: maar de paddestoelen op de Soortenbank zijn niet roze, doch geel. En dan blijkt maar weer hoe hier alle details tellen: op het forum van Waarneming.nl kom ik het roze exemplaar tegen: Mycena Rosea.

zaterdag 1 oktober 2011

Grassen

In de vroege ochtend ligt een sluier van dauwdruppels over de grassen
De hele zomer ben ik al bezig met de uitdaging (die kunst baart.... hoop je dan ... ) van de rietpluimen en grasaren. Het zijn de moeilijkste planten die ik ken, om te fotograferen en om te determineren. Planten die zo rank zijn dat ze meewuiven op elk zuchtje wind. Ze lijken wel en niet op elkaar: 'het is maar gras', maar wat een verschillende vormen en kleuren hebben de aartjes. Ze zijn soms ook adembenemend mooi, schitterend in het zonlicht of buigend voor de harde wind. En schier onmogelijk waar het er om gaat de foto te realiseren die je in gedachten hebt.  

gestreepte witbol
pluimen van duinriet
En dus moet je orde in de chaos brengen, een lijnenspel ontdekken, zodat de blik het landschap in gezogen wordt, zodat de toeschouwer als het ware uitgenodigd wordt om in het hoge gras te gaan liggen (niet doen! teken! ). Tenminste, zo staat dat dan in de cursussen..... 
pijpenstrootje, stramme stengels in een pol bijeen
Buitengewoon lastig is de scherptediepte hierbij, omdat er, hoe je het ook wendt of keert, altijd wel een paar aren ontsierend onscherp naar de voorgrond duiken. Daar moet je met heel veel gevoel de DOF master kunnen hanteren (of met een rekenmachine en meetlatje aan de slag gaan). (Ook interessant voor mensen die de bronstige edelherten in een scherpe, paarse heide willen plaatsen).  


En determineren..... lijkt me meer iets voor de lange winteravonden. 


Compagnons: de duindoorn en het duinriet

Duinriet groeit op stikstofrijke grond en deze is te vinden bij de duindoorn. 
De duindoorn leeft in symbiose met een bacterie die in de wortels van de duindoorn stikstof aanmaakt. Die stikstof is van levensbelang voor de duindoorn, maar ook voor tal van andere planten, waaronder het duinriet. Maar niet alleen de duindoorn zorgt voor stikstofrijke grond, ook de milieuvervuiling, zodat het duinriet tegenwoordig welig tiert, ook zonder duindoorn. 




riet heeft langere pluimen, en is vaak purperrood

En zo overwoekert het duinriet de overige flora, waardoor deze verdwijnt en de biodiversiteit tot 1 gereduceerd wordt. Maar gelukkig is er duinbeheer, die behalve runderen en schapen ook maaimachines inzet.  Ook in mijn mooie moeras.... 


Tot zover voorlopig dus de illusie van de ultieme foto van wuivende pluimen en aren in het laatste zonlicht ... tot zover overigens ook de zeldzame moeraswolfsklauw... dan moet je jezelf dus goed voor ogen houden dat dit gedaan is om volgend seizoen de prachtigste orchideeën en andere bijzondere planten hier een kans te geven. Dat de rietorchis dus belangrijker is dan de moeraswolfsklauw. Discriminatie ?


Verrassend landschap rond het Kennemermeer. Gelegen direct achter de eerste duinenrij ontvouwt zich een kleurenpracht van duindoorn, duinriet, kruipwilg en riet. 

Grassen...  een uitdaging voor de ambitieuze natuurfotograaf  ;)