zaterdag 23 juli 2011

Witte schermbloemen

Wilde peen in het duin
Over gewoon gesproken.... 
Zeldzaam zijn ze niet, de witte schermbloemen, verre van dat zelfs. Ze bloeien volop in de bermen, langs de snelweg, in het weiland, in het bos, in het duin, waar niet eigenlijk? Gemakshalve noem je ze maar Fluitenkruid of Wilde peen. Een foto waardig? Nou ach, misschien dan het 'vogelnestje' van de wilde peen, of de reuzenschermen van de berenklauw, maar verder? 

Wilde peen in combinatie met grassen en zegges
Een blik in de wereld van de  Witte Schermbloemenfamilie. 

De familienaam spreekt voor zich: de plant heeft als bloeiwijze een soort omgekeerde paraplu waarop tal van kleine witte bloempjes staan. Omdat ze meestal dicht opeen staan en veelal lange meeldraden of wulps uitstekende stijlen hebben, lenen ze zich bij uitstek voor macro met wazig wit achtergrondje. Ook de verschillend gevormde zaaddoosjes zijn fotogeniek. En je blijft bezig, want er zijn tig soorten, die op het eerste gezicht erg op elkaar lijken, maar bij nadere beschouwing dan toch weer net even anders zijn.
En het is altijd feest op de witte schermbloemenfamilie (tenminste, als je het Kleine rode weekschildkevertje, het Soldaatje, bent ).

De Kleine rode weekschildkevers vullen hun dagen met paren op witte schermbloemigen.
De Wilde peen is vrij gemakkelijk te herkennen: aan de frivole omwindselbladen rond de punt van het scherm en kleinere, maar niet minder frivole omwindselblaadjes rond de kleine schermen. 

Omwindselbladen en -blaadjes van Wilde peen 
Ook heeft de plant de gewoonte om 'slaapbewegingen' te maken: de stelen van de bloemschermen buigen naar binnen en vouwen zich om de rijpende vruchten. Je krijgt dan iets dat op een vogelnestje lijkt, altijd weer een populaire foto op de bloemenblogs. De bloemen zijn wit tot roze. In het midden van het scherm bevinden zich soms, om onbestemde redenen, een aantal roodbruine bloempjes. Om het blad te herkennen is het voldoende om eens een blik te werpen op de bospeentjes in de supermarkt. 

Zaaddoosjes Reuzenberenklauw
Blad gewone berenklauw
Ook redelijk simpel te onderscheiden is de Reuzenberenklauw: een plant die kan uitgroeien tot een hoogte van 4 meter en grote schermen met tot wel 150 stralen en een doorsnede van 50 cm heeft. De bladeren  van de berenklauw zijn groot en grof.
Al schrijvende bedenk ik dat ik de plant niet echt in al haar grootsheid toon. Maar ja, de Reuzenberenklauw vanaf de grond tegen een strak blauwe hemel of met tegenlicht is zo'n enorme cliché. 't Was ook niet zo'n grote reus trouwens, in het duin blijven planten vaak kleiner dan elders in het land. En ze stond niet tegen een strak blauwe hemel, maar onder een grote boom. De gefotografeerde plant is inmiddels ter ziele, dus geen herkansing ook.

De reuzenberenklauw kan verward worden met een andere, enorme schermbloemige, de Engelwortel. Verschil: de schermen van de berenklauw zijn plat, die van de Engelwortel bol.

Maak overigens niet de fout om de bladeren of de bloemen of wat dan ook van de Reuzenberenklauw even te herschikken voor een spannende compositie of om een dood bijtje of bevroren vlindertje op de bloemen te plaatsen voor een spectaculairder tafereeltje. Je wordt genadeloos afgestrafd door de plant. Ze scheidt een sap af dat bij blootstelling aan zonlicht een soort brandwonden op de huid veroorzaakt. Het duurt zeker twee weken tot deze jeukende wonden zijn genezen en je houdt er een litteken aan over. Komt het sap in de ogen, dan kan dit leiden tot blindheid.


En dan is er de Gewone berenklauw: de reuzenberenklauw maar dan in het klein. Verschil zit 'm, behalve de afmetingen, ook in de roodgevlekte stengel van de Reuzenberenklauw, en de ongevlekte van de Gewone berenklauw, maar dat zijn wel erg specialistische kenmerken.

De gewone berenklauw is de plant die je nu het meest tegenkomt in de berm, samen met de Wilde Peen.
De bloempjes van de berenklauw bestaan uit kleine, een beetje hartvormige bloemblaadjes aan de bovenkant en bloemblaadjes met lange slippen aan de onderkant. De peen heeft ook zo'n soort bloempje, maar daar zijn de onderste slippen veel breder en minder diep ingesneden.
gewone berenklauw

Erg leuk zijn de knoppen van de berenklauw met hun speels uitstekende blaadje.
Knop Gewone Berenklauw

En het fluitenkruid?
Zaaddoosjes van het fluitenkruid
Dat bloeit vroeg, van april tot juni, dus daar hoeven we ons op dit moment niet meer druk om te maken.  Het heeft ook omwindselblaadjes bij de punt rond het grote scherm en bij de kleine schermen, maar veel degelijker dan de blaadjes van de Wilde peen. 


Een plant die je net zo gemakkelijk in dit rijtje schaart, omdat ze vrolijk tussen de berenklauwen en de wilde penen staat, maar die tot een geheel andere familie behoort is het Duizendblad. De plant dankt haar naam aan de 'uit duizend blaadjes bestaande' bladeren. Van dichtbij zie je dat de bloempjes samengesteld zijn:  het hart van de bloem lijkt uit nieuwe bloempjes te bestaan. Na enige oefening vallen ze direct op doordat ze witter en compacter ogen dan de leden van de Composietenfamilie.

 de duizend blaadjes van Duizendblad


Duizendblad - geen schermbloemige, maar een composiet
blad Kleine Bevernel
De Bevernel-soorten hebben vrij grote bladeren met een gezaagde rand aan elke bladsteel. Die van de Grote Bevernel hebben nog een klein steeltje, die van de Kleine Bevernel niet. De Bevernels hebben geen omwindselbladen en -blaadjes rond de schermen.

Bij de Grote Bevernel zijn de stijlen langer dan het vruchtbeginsel. Bij de Kleine Bevernel korter.  Nou denk je misschien ' ???? ' Maar als je de (macro)lens focust op net voorbij de rand van de bloemblaadjes zie je de witte stijlen vanzelf uitsteken. 

Grote Bevernel met gladde stelen zonder omwindselbladen en uitstekende stijlen
of niet dus .... 
Kleine Bevernel, alleen uitstekende meeldraden
En ze hebben mooie ronde zaaddoosjes, weer heel anders dan die van de Berenklauw of het Fluitenkruid
En zo kun je dus nog dagen dichtbij huis rondzwerven op zoek naar Karwij, Roomse Kervel, Dolle Kervel, Fijne Kervel, Hondspeterselie, Doornzaad, Torkruid, Borstelscherm, Zevenblad....... enz. enz.  Het blad van keukenkruidachtigen als kervel, karwij, selderie en peterselie kun je gelijktijdig met de bospeentjes bestuderen op de groenteafdeling van de supermarkt.


Maar als je vergeet om blad en omwindsels mee te fotograferen dan blijft het toch gokken.... 

Ik kan je aanraden om eens wat rond te kijken in de berm, je zult je verbazen over wat je allemaal tegenkomt. Bijkomende uitdaging wat betreft de schermbloemigen: veelal staan ze op hoge, fragiele stengels die gedwee meewuiven met elk zuchtje wind. 


maandag 11 juli 2011

Zeldzaam...



Het is met de bloemenfotografie niet bij te benen, zoveel groeit en bloeit er op dit moment. Gisteren kwam ik met een schat aan zeldzame en minder zeldzame, en soms ook heel algemene plantjes thuis. Hoewel zeldzaam een relatief begrip is. Zeldzaam in de rest van het land.



Een plant die ik al heel lang wilde hebben is de blauwe zeedistel. En zie... daar staat ze! 
Een prachtige distel met blauwgrijze-zeegroene bladeren en blauwe bloemen. Kleuren die het zo mooi doen tegen het zand, de blauwe lucht en het zachte groen van het helm. En ze valt lekker op, dat scheelt ook weer. 


 Een van de weinige andere planten die groeit op het zand en bloemen draagt is de zeeraket, met vlezige stengels en bladeren, wit-rozeachtige bloempjes.

Iets verder landinwaarts in de natte duinvalleien bloeit nu ook de om haar schoonheid zo vaak bezongen Parnassia. 


Een witte, dooraderde bloem, die behalve vijf meeldraden ook vijf  'kandelaberachtige honingtoestellen' heeft (kan er ook niks aan doen, omschrijving is van E. Heimans en Jac. P.Thysse) in. Nou, alleen daarvoor alleen al dus de moeite van een foto waard, toch?


Die kandelaberachtige honingtoestellen (nectariën) zijn vervormde meeldraden. Bovenop zitten goudgele knopjes die op goudvormige druppeltjes lijken.  De meeldraden en stamper rijpen niet gelijktijdig. Eerst slaan de meeldraden, die gebogen over de stamper liggen, zich een voor een  terug, elke dag eentje, zodat het aantal teruggeslagen meeldraden verraadt hoeveel dagen de bloem al open is.

Parnassia heeft 1 stengelblad. Hieruit groeien de lange stelen met de bloem.




In de buurt van Parnassia vind je vaak (strand)duizendguldenkruid. Leuke, roze plantjes waarvan de waarde als medicijn vroeger wel duizend gulden was.



Bijzonder aan het duizendguldenkruid zijn de schroefvormige meeldraden.
Het verschil tussen strandduizendguldenkruid en gewoon duizendguldenkruid zit 'm in de kelkblaadjes die bij het strandduizendguldenkruid even lang zijn als de kroonbuis, en bij het gewoon duizendguldenkruid slechts tot halverwege de kroonbuis reiken. 


Dat verschil kun je nu dus bestuderen aan de hand van de twee bovenstaande foto's ;)


In dit gezelschap tref je ook de Stijve Ogentroost aan.  Ze dankt haar naam aan de helende werking bij oogaandoeningen.


Absoluut niet zeldzaam, maar wel nadrukkelijk aanwezig in de natte duinvallei (en niet alleen daar) is, behalve de gele kruiskruiden en het blauwe slangenkruid, de geel-oranje-rode rolklaver, de waardplant van het icarusblauwtje, maar die is helaas in geen velden of wegen te bekennen. 


De vlekjes in het hart van Bitterzoet glinsteren alsof er honing op zit, maar dat is dus niet zo. Sneu voor bezoekende insecten. Als je op de stengel kauwt, dan smaakt deze eerst bitter, maar daarna zoet. De plant draagt rode, niet-giftige besjes.  


De Gewone Brunel is een aparte verschijning, ook als ze nog niet in bloei is,  door de donkerrode kelken.


Het is maar een kleine greep uit wat er allemaal te vinden is in één zo'n duinvallei. Je kunt er uren zoet zijn. Maar hoewel ik helemaal gelukkig ben met de blauwe zeedistel, baal ik toch een tikkie dat ik de felbegeerde orchideeën niet kan vinden. Een aantal zijn al weer uitgebloeid, volgend jaar herkansing :(, maar niet allemaal..... 


En dan, net als ik de hoop om ooit nog een wilde orchidee te vinden zo goed als heb opgegeven, zie ik tussen de kruipwilgen verscholen een van de allermooiste wilde orchideeën: de moeraswespenorchis! YES!!