zondag 19 juni 2011

Blunderen in de blauwe bloemenweide

Vandaag is mijn natuurfotografiecarrière in een absolute dip geraakt. Ik hoop eigenlijk alleen nog maar dat er op het fatale moment geen fotograaf op het pad liep, want in dat geval vrees ik dat ik de komende tijd de grote hit zal zijn in alle programma's die over blunders gaan.......

Hoe is 't zo gekomen ?

Het begon zo mooi. In de toch nog steeds kale duinen ontwaar ik ineens zo waar onze eigen AWD-bloemenweide! En zelfs als hij is ingezaaid door Waternet (meer over ingezaaide bloemenweides in een komend blog over orchideeën), dan is het in elk geval gebeurd door iemand met gevoel voor kleur.

Een veldje vol diepblauwe Ossentong:


gecombineerd met het heldere blauw van Slangenkruid:


Het waait behoorlijk en het is regenachtig, zodat ik eigenlijk niet van plan was om te gaan fotograferen en dus geen statief mee heb, maar alleen de camera, want je weet tenslotte maar nooit. .. Nee.
Ik rommel een tijdje rond in de bloemenweide.  Het is lastig om met die kleine bloempjes een impressie van het veldje met herkenbare voorgrond neer te zetten.


Ik besluit om het volgende week maar opnieuw te proberen, dan met statief en hopelijk beter weer.
Tussen zo'n blauwe bloemenpracht staat natuurlijk altijd wel een dissonant. Dit keer een mini-klaproosje. Niet eens een imposante, knalrode klaproos, maar een miniem onderdeurtje, een beetje bleekjes, verscholen tussen al dat blauw. Het valt niet eens zo heel erg op. Omdat ik val voor onopvallende bloempjes, besluit ik om er toch maar een fotootje aan te wagen...............


Er valt eigenlijk niet veel eer aan te behalen, ik klik wat, schik wat met blaadjes  en dan bij de laatste klik zie ik vanuit een ooghoek een beweging. Ik kijk op ...................

................  pal voor mijn neus........... en dan bedoel ik dus niet op een afstand van 'als ik een telelens had gehad dan... ' ,  maar dus echt PAL VOOR MIJN NEUS (ik lig op de grond, ik had het kunnen aanraken  ! :( .) staat een damhertkalfje op ............ :(
Het wankelt even op zijn pootjes en snelt dan met sierlijke sprongen naar de beschutting van de bomen. Adembenemend schattig!

De macrolens:  M-stand met een sluitertijd van 1/60 en totale verbijstering  ....  :(



Lig ik dus een mini-klaproos te fotograferen, terwijl er nog geen halve meter verderop een damhertkalfje in de blauwe bloemenweide ligt, dat ongetwijfeld lag te trillen van ellende en uiteindelijk, als ik geheel verloren ben in de mini-klaproos, de stoute schoenen aantrekt en wegvlucht. Sorry, klein damhertje! 

Ontgoocheld wandel ik verder............ 



Zelfs de bloeiende Valse Salie kan me niet meer opbeuren.

Omdat er in de bloemenweide absoluut geen zeldzame planten staan, kan ik rustig zeggen waar het is. Het rechterpad bij de ingang Pannenland en dan alsmaar rechtdoor, zie je het vanzelf links liggen. Vanaf het pad ziet het er niet zo spectaculair uit, maar het is echt de moeite waard om het even van dichtbij te bekijken - ook als er geen kalfjes in liggen ;).



Nog zo'n klein, blauw bloeiertje dat je nu overal tegenkomt, familie van de Ossentong en het Slangenkruid: Kromhals. Als je de bloempjes van heel dichtbij bekijkt zie je dat het halsje van de bloem een beetje gebogen is. 

  
Heel klein, maar o zo fotogeniek : ruw vergeet-mij-nietje. 

draadereprijs
gewone ereprijs

mannetjesereprijs

Tot slot: dit is de Egelantier, een wilde roos die in de literatuur symbool staat voor de liefde. Denk maar aan Beatrijs (Middelnederlandse Marialegende uit de 14e eeuw) die haar geliefde ontmoet onder de Egelantier. En dan is er natuurlijk in de 16e eeuw de toonaangevende rederijkerskamer De Egelantier die als motto had In Liefde Bloeyende. 

Toch zonde dat de plant op het internet een leven is gaan leiden als Duinroosje. Zou je toch zo onder de verkeerde rozenstruik staan!

Het witte duinroosje draagt trouwens op dit moment alleraardigste bruinrode rozenbotteltjes.


Deze intellectuele informatie uiteraard om het gestuntel met het damhertje te doen vergeten ;)

maandag 13 juni 2011

Plantjes ondanks de droogte

Het dier in zijn natuurlijke omgeving fotograferen mag dan een leuke, creatieve uitdaging zijn, er zijn momenten dat je heel graag zo'n lichtsterke teletoeter gehad zou willen hebben! Een echte Bambi !   :(


Er huppelen opvallend veel duinkonijnen rond deze zondagmorgen. Nog even en er zal wel weer iemand gaan sputteren over overlast in zijn villatuin en dan kan ook op deze dieren de jacht weer geopend worden. Op de achtergrond de witte bloempjes van de nu volop bloeiende liguster.





"Okay, Mam, ik pas wel even op het ei!" 

verstopt tussen de uitgebloeide doornappels
't Moge duidelijk zijn, het is komkommertijd in de plantenwereld. Ik ben de afgelopen weken veel in de duinen geweest en het lijkt alsof er elke dag minder groeit en bloeit. Je ziet de bijen, hommels en vlinders nerveus rondvliegen: geen bloem te bekennen!
Na de regenbuien van afgelopen dagen veren in elk geval de mossen weer op en kleurt de grond weer een beetje groen. 't Is te hopen dat er de komende dagen voldoende valt om alles uit de grond te doen schieten!

Langs het Nieuwe Kanaal tref ik een geel-rood veldje cipreswolfsmelk aan. De bloemen van de wolfsmelksoorten hebben een ingewikkelde constructie en zijn daardoor duidelijk herkenbaar. Je hebt een soort kopje van 2 kelkblaadjes, daarin bevindt zich een vrouwelijke bloem omringd door meeldraden. Dit geheel wordt weer omgeven door een aantal hoornvormige honingklieren. En dit alles wordt dan weer omgeven door grote schutbladen.  Alleszins dus de moeite waarde om met je macrolens boven te gaan hangen!

Bij de cipreswolfsmelk verkleuren de schutbladen tijdens de bloei van goudgeel naar dieprood. Cipreswolfsmelk is verder duidelijk te herkennen aan de op de naalden van de cipres lijkende blaadjes. Het melksap dat bij kneuzing uit de stengel komt, is giftig !




Heksenmelk heeft weliswaar lange, smalle bladeren, maar deze zijn niet borstelig zoals bij de cipreswolfsmelk. 
Nog zo'n opvallend veldje, direct bij de ingang van het Pannenland: Glad Parelzaad. Veel bladen, weinig bloem. Maar na de bloei komen de gladde, harde, parelronde vruchtjes en dan kan het best wel weer een toppertje worden op de blogs. 

Glad parelzaad
Maar eigenliljk ben ik nog altijd op zoek naar orchideeën. De rietorchis heeft haar opwachting al gemaakt op diverse blogs, maar de uitdaging zit natuurlijk in al die andere soorten.  Ze zouden moeten groeien in natte duinvalleien, maar met dat 'nat' wil het op het moment natuurlijk niet zo lukken.
gevlekte rietorchis, te herkennen aan de lusvormige tekening op de onderlip en de 'eilandjes' (bruine ringen) op de bladeren
De gevlekte rietorchis groeit vaak in gezelschap van Grote Ratelaar. Kenmerkend aan deze vrolijke gele plant is het paarse tandje en het uitstekende stampertje. 


De meeste (bijna) bloeiende plantjes vind je langs de zeereep waar de plantengemeenschap niet zo zit met een beetje droogte.

Straks heel erg mooi met de heldergele bloempjes tegen het rood van de bladeren! Muurpeper.

een beetje zand kan ons niet deren: kruipend stalkruid
Ook zo goed als in bloei is het duinkruiskruid. Nu bezaaid met de zebrarupsen van de Sint-Jacobsvlinder. 


Dit is dus het Duinkruiskruid en niet zoals je zou verwachten het Jacobskruiskruid, de waardplant van de Sint-Jacobsvlinder. De twee zijn wel nauw verwant. Het Jacobskruiskruid heeft een oranje hartje met gele straalbloemen er omheen. Bovendien houdt het Jacobskruiskruid niet van de zoute zeewind en je zult de plant in de duinen dan ook nauwelijks tegenkomen.
Het duinkruiskruid heeft alleen een geel hartje, de straalbloemen ontbreken. 
Beide planten zijn giftig voor dieren en dat is de reden dat de rupsen zich hier thuis voelen. Zij hebben geen last van het gif, maar met het gif in hun lijf zijn ze niet aantrekkelijk voor vogels! 

Akkerdistel
En natuurlijk de distels. De meeste staan op het punt om te gaan bloeien. Leuk om eens te letten op alle verschillende soorten! Een heel bijzondere vind ik de Knikkende Distel. Het is voor de verandering eens niet een plantje waar je plat voor op de buik moet, maar ze torent imposant op het duin. Kan niet missen ! (alhoewel...  ?!  )



En zo zijn er uiteindelijk toch best nog wel veel plantjes te vinden. Morgen naar een plek waarvan de wandelgids belooft dat het volstaat met zeldzame orchideeën! Nou, 'k kan niet wachten!


dinsdag 7 juni 2011

Paradijselijk Naardermeer

Ik durf nauwelijks te ademen, laat staan een voet te verzetten. Om me heen lijken de hoge, ranke rietstengels een hekwerk te vormen. Af en toe zwiept een pluim naar beneden als er een vogeltje onstuimig landt. Iets lager bloeien talloze zegge- en grassoorten, ze wuiven zacht in de wind. Hier en daar schittert nog een laatste, zilverwit veenpluisje in een straaltje zon dat door het riet heenglipt. De bodem is zachtgeel, vermengd met zeegroen, doorweven met felrood. Alles ademt stilte en ongereptheid.


Ik heb het gevoel dat ik hier niet mag zijn.
Het mag wel... tenminste ... de gids stuurde me hier heen. Ze zit op een bankje bij de aanlegsteiger en drinkt thee van vers geplukte munt.

Voorzichtig zet ik een stap, mijn voet zakt zacht verend weg in de drassige grond. Daar lonken de veenmossen, het doorgroeide haarmos en de ronde zonnedauw. Zo ver het oog reikt: veenmossen, haarmos en zonnedauw.
Ik frunnik onhandig met mijn camera. Ik weet niet goed waar te beginnen en hoe te beginnen. Natuurlijk, het liefst zou ik languit op de grond gaan liggen en urenlang al die veenmossoorten bestuderen. En fotogenieke hoeken uitzoeken met mooie lichtval voor de betoverende zonnedauw. Maar ja....

Elke stap vermorzelt een klein stukje van het paradijs. In volle lengte (en breedte) op de grond gaan liggen voelt als een totale vernietiging van het paradijs.

Ik kijk om me heen en probeer een pad te ontdekken, een stukje waar geen mooie plantjes groeien. Het is er niet. Het is zelfs lastig een plekje te vinden waar je kunt bewegen zonder complete rietvelden neer te maaien. Voorzichtig laat ik me op een knie zakken en probeer zo goed en zo kwaad als het gaat een plaatje te schieten. Onhandige houding, geen statief, de foto's zijn gedoemd te mislukken op deze manier! En dus zak ik wat dieper naar de natte grond, om de ellebogen als een alternatief statiefje te gebruiken. Dit is niet echt terrein voor de rijstzak.  En dan nog zo bijbuigen dat mijn schaduw over het te fotograferen object valt, maar de zon staat te hoog. Ik heb het gevoel dat ik alles om me heen verruïneer.
Al gauw ben ik net zo doorweekt als de veenmossen onder mij. Oppassen geblazen, want de camera is zelfs niet spatwaterdicht, laat staan moeraswaterdicht.





Ik hoor de oplettende fotograaf nu al mompelen: "had je die vlekjes niet weg kunnen sjoppen?"

Nee.......... die horen erbij ... !

De wrede waarheid van het paradijs

Zonnedauw is een geslacht van insectenetende planten. Ze hebben een rozet van lang gesteelde blaadjes, die met tal van rode, haarachtige tentakels bezet zijn; deze eindigen in een knopje, dat in de zon een kleverige vochtdruppel afscheidt, die als een dauwdruppel glinstert. Als een insect nu op zo'n kleverige knop gaat zitten, is het gedaan met hem/haar. Hij/zij blijft vastkleven en de tentakels van de zonnedauw buigen zich om het diertje heen en dit wordt door het vocht, dat een beetje lijkt op maagsap, verteerd. De tentakels zuigen de voedende bestanddelen op. Omdat de zonnedauw zich op deze wijze voedt, heeft ze geen uitgebreid wortelstelsel nodig.

In eerste instantie leg ik de link niet als ik tot mijn grote vreugde een mooie blauwe waterjuffer op de zonnedauw zie. Pas als ze niet wegvliegt, terwijl ik zit te hannesen met mijn camera tussen het riet, de zegges en de zompige veenmossen, herinner ik me de eigenschappen van de betoverende zonnedauw.

En zo kan het gebeuren, dat je het ene moment in een gelukzalige liefdesdans rondzweeft, dromend van een romantisch paringswiel, en het volgende moment in verterende tentakels een doodsstrijd levert.



De voorste is al dood, de achterste beweegt nog in een wanhopige, doch verloren strijd.






Zie hoe de tentakels zich sluiten om de tere vleugel. Ik fotografeer en huiver. De wreedheid van het paradijs. Ineens zie ik overal in de tentakels van de zonnedauw om me heen kleine insecten strijden voor hun leven. 

Het voordeel is wel dat je geen last van knutjes hebt in 't paradijs. 

Veenmossen

Veenmossen (Sphagnum) vormen een aparte groep binnen de bladmossengemeenschap. De plantjes groeien dicht tegen elkaar aan in kussens of zoden. Ieder plantje bestaat uit een stengel met zijtakken die gebundeld zijn. Meestal hangen per bundel twee of drie zijtakken naar beneden en staan er drie of vier van de stengel af. Veenmossen zijn zeegroen, zachtgeel, maar heel vaak ook rozerood gekleurd. Soms hebben ze sporenkapsels; deze lijken op ronde kralen op een kort steeltje. Hele leuke sporenkapsels dus!  Er zijn uiteraard weer heel veel verschillende soorten veenmos, dus ik moet zeker nog een keer terug naar het paradijsje vanwege de   veenmossen! Trouwens in augustus bloeit de zonnedauw met witte bloempjes, da's dus ook leuk. 

Ik fotografeer nog wat veenmos, ik denk Gewoon veenmos (dat is altijd wel gemakkelijk determineren) en misschien Wrattig veenmos, maar ik heb ze niet gedetailleerd genoeg bestudeerd om dit met zekerheid te kunnen zeggen. Ik ben dan nog ontdaan van de dood op de zonnedauw. Mijn broek en shirt zijn inmiddels drijfnat en bovendien heb ik zo'n vermoeden dat de gids inmiddels wel door de muntthee heen is. 




doorgroeid haarmos: de stengel groeit dwars door de beker met zaadcellen heen en vormt zo etages.


Veenpluis
  Dit was slechts een klein onderdeel van de totale vaartocht. Zoveel planten, zoveel doorkijkjes, ..  en .. die foto voeg ik dan toch nog toe .. gerande oeverspinnen !

Oeverspinnen zijn jagers, ze jagen onder water. Kleine haartjes op hun achterlijf houden lucht vast, zodat ze enige tijd onder water kunnen blijven. Ze kunnen ook over het water lopen. Ze maken dus geen vangweb. Wel maken ze een kraamweb: een web om de eitjes heen. Dit web is zo zwaar, dat de spin het niet op haar rug kan dragen zoals de wolfspinnen, en dus sleept het vrouwtje de zware last van het cocon met zich mee. Toch valt het leven van de oeverspinnen wel mee: meestal zitten ze op een blad te zonnebaden!



Terwijl ik waterscheerling, moerasvarens, zwanenbloemen, wateraardbeitjes en nog heel veel meer planten spot, spotten mijn medepassagiers het hele scala aan vogeltjes dat ik altijd op de blogs tegenkom. 


Het was een geweldige middag, deze middag op het Naardermeer. Ik kan iedereen aanraden   een keer deel te nemen aan zo'n excursie! Er is zoveel moois te zien!

Volgende blog keer ik weer terug naar de duinen, waar de distels en het kruiskruid bijna in bloei zijn en waar het glad parelzaad nog altijd wacht op de eerste fotograaf (ze heeft zich zo opvallend gevestigd, langs de populairste weg van het Pannenland, direct in het begin, lang voordat de damherten in beeld komen, maar nog wil niemand haar zien :(  ) !