woensdag 13 april 2011

Algen

De wind heeft vrij spel op de zandvlaktes tussen de paraboolvormige duinenrijen, zodat het zand verwaait tot op het grondwater en er kleine meertjes ontstaan. Ze zijn leuk, die kleine duinmeertjes waar dappere pioniers proberen iets van leven te creëren.
 Vaak dobbert er een eenzaam ganzen- of eendenechtpaar in zo'n meertje. Kennelijk houden ook niet alle dieren van het massatoerisme aan de populaire oevers.

Afgelopen maanden stond mijn favoriete zandvlakte bijna in zijn geheel onder water. Maar inmiddels is het meeste water verdwenen en het meertje weer tot zomerse proporties gekrompen. 


Vandaag ziet mijn meertje er bleekgroen uit in het laatste goud van de ochtend. Wat  móói, denk ik. En ik stuur ik mijn partner het joggingpad op en nestel me aan de rand van het meertje tussen de duindoorns. Wat een rust op slechts enkele meters van het drukke fietspad! En wat een bizarre schoonheid! 


Het meertje is bedekt met een groene algenbrei, en nu het water zich terugtrekt blijven de groene algenslierten hangen aan de uitlopende takken van duindoorn en kruipwilg. Dat schept een bijna surrealistisch landschap. 
Ik rommel wat met het statief, met diafragma's en vooral sluitertijden in het gouden zonlicht, zoek naar een mooi plaatje dat het bijzondere van dit moment recht doet en bedenk dan dat het landschap zich ook wel leent voor een fotootje met groothoeklens. En ik rommel wat mijn lenzen.


 En zoals ik al vaker gemerkt  heb: wanneer je zo in jezelf gekeerd bezig bent, met het beeld en de plantjes, dan lijken de dieren te denken 'volkomen ongevaarlijk dat mens!' en komen ze soms zelfs nieuwsgierig naderbij. Zie ik ineens een roodborstje op een meter afstand of zo.... daar kun je alleen maar vanuit een ooghoek naar kijken dan, want één beweging richting beestje en het denkt  'misschien toch niet zo ongevaarlijk als ik dacht!' 


Dan zie ik een kleine beweging links aan de overkant. 't Zal toch niet waar zijn!
Zit ik met mijn groothoek net opgeschroefd, verschijnt er een vos zonder rugtas. Nou ja, misschien ook wel een klein rugtasje, want het restaurant is niet echt ver weg en daar zullen ongetwijfeld aantrekkelijke afvalbakken zijn, en misschien ook wel restauranteigenaren die weten hoe lucratief een rugtasvos is.


Maar laat ik mijn plezier niet bederven en voor mezelf de illusie in stand houden dat het een echte wilde vos is. 
Een beetje narcistische vos misschien, vol van het eigen spiegelbeeld.


Een vos met wat oriëntatieproblemen misschien, want ik zit toch echt aan de andere kant.... 
  


Maar dan kruisen onze blikken... oeps! denkt de vos 'toch weer gewoon zo'n fotograaf :( , tijd om te gaan!' 



Ik glimlach,  'dag vos!', ik fotografeer nog wat algen.


Na deze voor mij zo ongewone foto-uitstap naar het dierenrijk besluit ik toch met een bloemetje. Een heel gewoon bloemetje, groeit en bloeit nu overal uitbundig: in het duin, in de bermen, tussen de stoeptegels en vast ook wel in ieders achtertuin: de hondsdraf.

Mooi toch?

zaterdag 9 april 2011

Een paar vierkante meter duin


Een van de fotogeniekste verschijningen op dit moment, maar met een uitstraling van 'blijf bij mij uit de buurt!' is het wortelrozet van de speerdistel, een fraaie, symmetrische vorm, bedekt met een witte waas van druppeltjes en haartjes. Een mooiere illustratie van hoe de haartjes op het blad het vocht vasthouden en de plant zo beschermen tegen uitdrogen is haast niet te vinden. De speerdistel is de meest vervaarlijke qua stekels van alle distels.  


Uitlopend katje. Maar het ene katje is het andere niet. Deze is van de kruipwilg (Salix repens), een tot 1 m hoge struik met zilverachtig glanzend, behaard blad. Kruipwilg is een duinbewoner bij uitstek. In de beschutting van de kruipwilg groeien vaak bijzondere wilde planten zoals  addertong en maanvaren. In de herfst verbergt ze vaak, evenals de duindoorn, bijzondere paddestoelen. Onthouden dus waar zich zo'n kruipwilgenstruweel bevindt om later in het seizoen nog eens wat te gaan grasduinen aan de voet van deze struik. 

kruipwilg oktober 2010




En zo is ook het ene viooltje het andere niet. Deze lijkt wat uit haar krachten gegroeid. De bloemblaadjes lijken haast te zwaar voor het iele steeltje. Ze mist het geel van het duinviooltje en de felle strepen van het hondsviooltje. Bleek, een beetje plomp en rommelig, je weet eigenlijk niet goed een hoek te kiezen voor een acceptabele foto. 


Het is Viola hirta -  het Ruig Viooltje, een toepasselijke naam voor dit 10 cm hoge plantje.


Trouwe lezers weten het inmiddels al: ik heb een voorliefde voor rommelige tafereeltjes. Hier word ik dus op mijn wenken bediend met de half opgegeten platte stengels, de wirwar van haartjes aan de stengels en daartussen de nieuwe stengels met de kastanjebruine bloemen. Thuis op het scherm zie ik pas de witte pluimpjes die uit de bloem steken en waar ik dus op scherp had moeten stellen (kennis van het onderwerp verhoogt de kwaliteit van de foto !!).  Intrigerend, wat is het ?


Veldbies (Luzula campestris) behoort tot de Russenfamilie en bloeit van maart tot april. Ze wordt zo'n 25 cm hoog. De afgeknaagde stengels stemmen tot nadenken: ze zijn namelijk alles behalve voedzaam en worden normaliter genegeerd door de grazende dieren. Honger maakt rauwe bonen zoet? In de volksmond wordt veldbies ook wel 'hazenbrood' genoemd.


En natuurlijk zijn er altijd nog de mossen. 


En zoals een ander nooit genoeg krijgt van de vossen en de herten, zo val ik nog elke keer voor Purpersteeltje, dat nog altijd met opvallend rode tapijten aanwezig is. En op de buik gelegen zie je de eindeloze bossen van rode steeltjes met nog groene sporendoosjes of rijpe bruine doosjes en soms al kaal.


En even verderop in totale, vrolijk gekleurde chaos de sporenkapsels van Grijs Kronkelsteeltje. 


En eenzaam op een boomtak boven mij iets waarvan ik denk dat het een baardmossoort is.

Het is leuk en verrassend om zo maar ergens in het duin te gaan zitten en rond te speuren!