dinsdag 29 maart 2011

Duinpan



Een duinpan met warm, schitterend zand en rondom een decor van ondergestoven, verschrompeld Duinsterretje, gras, helm, zilvergrijze duindoorn en eenzame, verweerde meidoorns, die scherp aftekenen tegen de stralend blauwe hemel. Als je opstaat draagt de wind de geur van zee en strand aan.
Het uur van de dag waarop de ware fotograaf zich neervlijt in het zand, de ogen sluit en mijmert over gouden en blauwe uurtjes.

.............. er is veel te beleven in mijn duinpan. Te veel om de ogen zo maar te sluiten en te mijmeren. De bloemetjesfotograaf die siësta houdt zal veel missen, want de meeste bloemen zijn op hun mooist in de volle zon.

.......... en dus voel ik mij niet gehouden aan de strenge wetten van de 'professionele'  fotografie. Wie bepaalt uiteindelijk dat ik op dit heerlijke tijdstip vol zon en licht niet zou mogen fotograferen?


 Als kleine, witte beeldjes van kalk steken de restanten van de ooit zo fiere Gesteelde stuifbollen uit het zand.


Even verderop de verlaten, ooit zo imposante villa van een weekdier waarvan ik de naam niet weet.


en blaadjes, heel veel, half ondergestoven blaadjes ...........

Blaadjes van planten die zichzelf moeten beschermen tegen uitdroging door de zon en de soms meedogenloze wind. Ze hebben verschillende strategieën.


De Muurpeper beschermt zichzelf met dikke, vlezige bladeren.


De hondstong en vele anderen met allerlei soorten van haartjes en kliertjes op de bladeren.


 En kijk, hoe aan de voet van de grotere planten de kleintjes een enigszins beschut plekje zoeken!

Het is Kleine veldkers, een van de kleine voorjaarsbloeiers van de duinen - we hadden al het Kandelaartje en Vroegeling.
Het wortelrozet met de ronde blaadjes en aan de top van de bladstengel een halfrond blad gaat grotendeels schuil onder het zand. De langwerpige blaadjes aan de bloemstengel vind ik alleen terug in het oude Cruydenboeck.


Onderdeel van de overlevingsstrategie van de kleine voorjaarsbloeiers is het vroegtijdig vormen van zaad. Want als zaadje onder de grond kom je de onbarmhartige zomer wel door. 


Een andere kleine voorjaarsbloeier  is de Zandhoornbloem.  De groene schutbladeren van de zandhoornbloem hebben een kenmerkende, brede vliezige rand.


Stekeltjes  beschermen het blad tegen uitdroging.





Ook onder de nu nog kale duindoorn zoeken plantjes bescherming. De duindoorn zelf beschermt zich door middel van schubjes die verdamping tegengaan en tevens gevuld zijn met lucht. Deze schubjes geven de plant zijn zilvergrijze uitstraling. 


Ook de duindoorn  loopt uit. 


De dode planten bemesten de grond waardoor deze weer aantrekkelijker wordt voor andere soorten om zich te vestigen.


Bolle eivormige blaadjes kronkelen door het zand. Ze zijn verhoudingsgewijs vrij groot. Ze lijken op Grondster, maar de kenmerkende rode stengel ligt dan helaas onder het zand. Dus je weet het niet.... 

Een baby-lieveheersbeestje (het baby-effect gaat wat verloren door de macro) snelt door het zand. Waarheen? 

Er is nog heel veel meer, maar ergens moet je een grens trekken. 

Op de terugweg spot ik het eerste duinviooltje, ga ik toch weer even door de knieën, want ja... het duinviooltje !

Het is gelijk een ander landschap, zo buiten het duinpannetje. 

****

Nog één plant wil ik noemen in dit blog. Niet dat ze erg past bij het voorgaande, en eigenlijk verdient ze een eigen blog, maar ze is slechts kort (ongeveer 2 weken) boven de grond, dus ik wil haar toch even onder de aandacht brengen voordat ze weer verdwenen is! 


Heermoes (Equisetum arvense) is een wonderlijke plant om te zien. Tenminste, de vruchtbare stengel die nu boven de grond uitsteekt. Een stengel met in kransen met elkaar vergroeide, niet-groene bladeren, en aan de top een knots van tafeltjes met sporendoosjes. Later komt de onvruchtbare stengel met takachtige, groene bladeren boven de grond. Die stengels kent iedere tuinbezitter ongetwijfeld, want heermoes is een hardnekkig onkruid. 


Equisetum was een van de allereerste planten op aarde en groeide in de prehistorie zo hoog als een boom. Wat een wonderlijke wereld moet dat geweest zijn!
Mocht je Equisetum gaan fotograferen langs het Oosterkanaal, neem dan een flesje azijn mee tegen de jeuk, want behalve de geurige watermunt komen ook de brandnetelplantjes nog niet zo heel erg zichtbaar, maar wel buitengewoon aanwezig op, en daartussendoor scharrelt bovendien al allerlei bloeddorstigs. 


woensdag 23 maart 2011

Het geheime leven van ... Echt zandhaarmos

Ineens zag ik ze verschijnen op de blogs: de mannelijke haarmosjes!
En omdat je er in de bloemetjesfotografie altijd snel bij moet zijn, want voordat je het weet moet je weer een jaar wachten, stond afgelopen weekend volledig in het teken van de haarmossen.
Weliswaar had Greet aangeboden me de vindplaats te wijzen, maar eigenlijk vind ik het een essentieel onderdeel van de natuurfotografie om zelf je onderwerpen te vinden. Juist door soms dagen- of wekenlang te zoeken naar een bepaald iets, vermeerdert je kennis over de natuur en je onderwerp. En zoiets - zegt men - weerspiegelt zich uiteindelijk in je foto's.
Dus toch eerst maar alleen op pad.....

Gelukkig weet ik waar ik zo ongeveer moet zoeken en bovendien is van een afstand de compaan van Echt Zandhaarmos, het Vals Rendiermos, duidelijk te herkennen.



Toch wil het aanvankelijk niet zo lukken. Geduld is een schone zaak, da's ook zo'n regel binnen de natuurfotografie! Heel veel Zomersneeuw, Duinsterretjes en het goudachtig glanzende Gesnaveld Klauwtjesmos.
Uit pure frustratie besluit ik dan maar de kleine rode blaadjes op de foto te zetten,  als uitbreiding op de plantencollectie, is tenminste iets, niet omdat ik ze nou zo spectaculair of fotogeniek vind.


En dat is dan weer het leuke van macro:


De blaadjes van het rode plantje blijken bedekt met klierachtige haartjes met aan de top een soort van druppeltje. Het doet denken aan Zonnedauw, maar heeft niet de bladvorm van Zonnedauw. Bovendien groeit Zonnedauw niet op droge zandgrond.  


't Blijkt Kandelaartje te zijn en Kandelaartje krijgt in april witte bloempjes op lange stelen.

Een stukje verderop tref ik dan toch het Echt Zandhaarmos.

Mannetjes..


De vrouwtjes had ik al.


Haarmossen zijn dus tweehuizige planten. 
Het mannelijk haarmos vormt zogeheten "antheridiënbekers". Hierin staan knotsjes met zaadcellen. Bij de meeste mossen zitten deze knotsjes goed verborgen voor de indiscrete lens van de macrofotograaf, maar bij de achterlichtmossen en haarmossen staan ze dicht op elkaar in een kleurig omwindsel.
Bij rijpheid komen de zaadcellen vrij. Deze kunnen zich met behulp van twee zweepdraden voortbewegen in water. Dus bij regen is het feest in haarmossenland, bij strandweer is het luieren geblazen! 

Ik lig al een tijdje met mijn neus en lens in het mos en verbaas me over zo'n heel veld vol mannen, terwijl ik elders, een tijd terug, een heel veld vol vrouwen tegenkwam.... dat kan toch niet opschieten zo, als je je via een regendruppel moet voortplanten?

Dan zie je ook maar weer hoe gauw je over dingen heen kijkt, want ineens zie ik, vlak naast de mannen, de vrouwelijke sporenkapsels van het Echt Zandhaarmos.


Wat een plaatje: de smachtende mannen en de sierlijke vrouwen met hun kuise, harige kapjes!
 Aan deze behaarde kapjes (huikjes voor de echte mossenkenners onder ons) ontleent het haarmos haar naam.  
Onzin natuurlijk, die gefantaseerde romance op bovenstaand plaatje! 
Want uiteraard is het feest reeds lang voorbij, het spel van verleiding allang gespeeld, het huikje allang niet meer kuis: onder het huikje rijpt het sporendoosje. In het doosje doet de natuur de dingen die ze moet doen, nl. sporen vormen en uiteindelijk zal het huikje van het doosje vallen, het dekseltje van het doosje springen  en de sporen vliegen uit om vervolgens uit te groeien tot nieuwe mosplantjes, waarna alles weer opnieuw kan beginnen.


  

De antheridiënbekers van Echt Zandhaarmos zijn groenbruin, die van Ruig haarmos prachtig rood. En daarom denk ik dat het haarmos, dat Loes in dit blog laat zien, toch wel Ruig Haarmos is. Het verschil tussen de twee kun je, behalve aan de kleur van de antheridiënbekers, ook zien aan de punt van het blad. Dit is bij Echt Zandhaarmos bruin, bij Ruig haarmos steekt er ook nog een (zwakke) glashaar uit de punt.

Ruig haarmos kom je in de AWD minder frequent tegen dan het Zandhaarmos. Ruig haarmos is een echte pionier en groeit op zandverstuivingen. Het schijnt dat je in Kootwijkerzand bijvoorbeeld hele velden vol kunt vinden. 
Dat wordt komend weekend dus of naar Kootwijkerzand of als een gek alle zandverstuivinkjes in de AWD afstruinen!

Tot slot (om op de hoogte te blijven):

Met Purpersteeltje gaat het ook prima. Het groene sporendoosje wordt steeds dikker en duidelijker zichtbaar. De huikjes vallen er bijna vanaf. 



donderdag 17 maart 2011

Op zoek naar de lente

Afgelopen maandag probeerde de zon fanatiek door het wolkendek heen te breken, het lukte niet al te best, hetgeen wel prachtig licht opleverde. Een beetje heiig, een zachte glans over het water en over het gelige riet.
Dan weet je al bij voorbaat dat je dat niet gaat lukken.... het zijn beelden van zo'n ongekende schoonheid dat slechts een enkeling die weet te vangen.

En terwijl ik dus het landschap qua fotografie grotendeels maar liet voor wat het was en me beperkte tot genietend uitkijken over het water en het duin, bedacht ik dat er eigenlijk nog weinig bloeit in de duinen. Terwijl elders de krokussen en allerlei ander lentegrut de grond vrolijk kleuren, ogen de duinen nog dor. 

Zou er al iets bloeien?

Ik ga richting tongvaren, om te zien of er al een mooie, groene, jonge krul te bespeuren valt....

te laat .... 


wel mooi lentegroen, maar al lang uit de krul!

Maar boven op de bunker bespeur ik wel mijn Allereerste Bloeiertje van de AWD ! Ik moet plat op de buik (waarbij ik bijna van het duin rollebol in een poging te fotograferen zonder in het gat van de bunker te vallen), want de eerste bloeier is hooguit 3 cm groot/klein.


"   Erophila verna, de vroegeling, die de armste zandgrond voor lief neemt en bereid is te bloeien als er nog niets boven de grond komt in het voorjaar, wordt treffend armoedje of magermannetje in Zuid-Limburg of mensenwet in Zuid-Holland genoemd." (bron: http://plantaardigheden.nl)

Vroegeling... een toepasselijke naam voor dit plantje, dat niet veel groter dan een gemiddeld mosje is en dat al in februari kan bloeien. 

Ik loop een stuk door en zie ineens, stralend geel langs het kanaal, net voorbij het bruggetje, dit bloeiende polletje. De eerste echte bloemen!


Maar ook Klein Hoefblad staat onhandig, langs de schuine kant van zo'n kanaaltje. :(  Ik kan dan eindeloos klungelen met het statief dat uiteraard de neiging heeft om richting kanaal te vallen. Dan betreur ik weer dat ik de rijstzak niet mee heb. Je kan tenslotte niet alles meeslepen. 


Klein hoefblad is een zogenaamde 'naaktbloeier' : de blaadjes zitten nu nog als een soort rode schubjes tegen de stengel gedrukt. Pas na de bloei ontwikkelen de bladen zich. De onderzijde van het blad is hartvormig. 
In het centrum van de bloem bevinden zich 30 tot 40 mannelijke buisbloempjes, daar omheen staan zo'n 300 vrouwelijke lintbloempjes. 

Ik ben eigenlijk op zoek naar bekermos. Nu ik weet dat er zeker 10 verschillende soorten zijn, waarvan er zeker 5 in de duinen voor moeten komen, is het natuurlijk de uitdaging al die verschillende soorten te vinden. Ik weet waar de kans op bekermos het grootste is en dat is niet de plek waar ik nu wandel.
Dan.. 

... zie ik wilde zwanen, statig glijden ze over het spiegelende water.  


Ze passen perfect bij het beeld van deze middag, de heiige stilte. En tegen beter weten in probeer ik de sfeer toch vast te leggen. 


Het riet staat wel enigszins in de weg voor het ultieme zwanenmoment.
 Mooi riet met fraaie pluimen en dan komt toch mijn plantenhart weer boven. De meesten zouden denken 'mislukte foto, nauwelijks een zwaan te zien'. Ik denk dan ' goh, wat staat het riet er leuk op met al die wuivende pluimen!'. 

Ik beklim een duin in de hoop vanaf een hoger punt over het riet heen de zwanen te kunnen fotograferen (met m'n 300 millimetertjes; optimisme, het hoort bij de lente, niet waar?)


Ik vergeet prompt de wilde zwanen als ik het riet zie glinsteren in het vage licht. 


Het blijft fascinerend, die grote bossen riet !


Vanaf mijn hoge uitkijkpost. Nee, geen zwaan meer te bekennen.


Vanwege de bijzondere tinten... 


En ja.. een hertje hoort er natuurlijk ook altijd bij!


donderdag 10 maart 2011

Ook de duinen beginnen langzaam weer tot leven te komen. Nog geen enthousiaste vroege bloeiers, maar wel overal voorzichtige knoppen en de eerste groene blaadjes boven de grond. 


Opvallend is deze oranje boom, die ik een paar weken terug tegenkwam. Het lijken bijna herfstkleuren. Maar dat kan niet, want de takken ogen kaal ....

En dus lopen we naar de andere kant van het kanaal om de boom nader te bestuderen - we zijn zo in de ban van de boom dat we zelfs de rondscharrelende vos negeren en een grote vogel missen - als je er niet naar op zoekt bent, kom je ze altijd tegen! 


De verkleurende takken van een wilgensoort, waarschijnlijk een schietwilg. 


Zo van dichtbij lijkt het helemaal niets bijzonders! Maar als je even terugkijkt naar de eerste foto dan zie je wat voor een enorm effect zo'n verkleurende tak heeft.

Maar genoeg omhoog gekeken, de blik keert terug naar de grond.


Lijkt me brandnetelblad. 


Eenzaam in het zand, zou hondstong kunnen zijn. Dan komen er straks kleine rode bloempjes aan. 


De drie Groot Duinsterretjes, een beetje verkleumd en verdroogd, zijn gemakkelijk te herkennen. De groene blaadjes? Misschien wel slangenkruid, een van de allermooiste blauwbloeiers. En nog iets geknakts....... 


Ondergestoven Groot Duinsterretje en de witte blaadjes van vermoedelijk Zomersneeuw



Gewoon knopjesmos

Kleine lichtgroene polletjes mos. De stengel van het plantje is ongeveer 1 cm. Aan de top bevindt zich een steeltje met groene broedkorrels. Het blad is zo'n 2 mm groot. Je vindt het meestal op dood hout, maar ook wel op levende bomen, strooisel, humusrijk duinzand en op zuur gesteente. (Bron: Fotogids Mossen)
Grappig om te zien hoe groot het bekertjesmos ineens is!


Een rozige-bruine kleur, een verweerde bekerrand en afstaande schubben, dat lijkt me Bruin Bekermos (Cladonia grayi). Alhoewel... als je bedenkt dat Rafelig Bekermos als kenmerk een 'ontplofte' beker heeft, dan zou de meest rechtse beker toch ook aanspraak op die naam kunnen maken. Rafelig bekermos heeft lichtgroene grondschubben, maar die staan dan helaas weer niet op de foto. :(


Ik kwam trouwens ergens op een blog de vraag tegen 'waar het bekertje eigenlijk voor dient'?

Aan de rand van het bekertje groeien de sporenvormende vruchtlichamen. Rood bij Rood Bekermos, anders bruin of soms zwart. Dus nee, de bleek bruine kleur is geen verschoten rood, zoals ergens op een blog verondersteld werd, maar een andere soort bekermos. 

 Als het goed is, is de beker precies zo groot als een regendruppel (wat een vreemde veronderstelling is want volgens mij zijn geen twee bekers identiek!) 



Maar goed, de beker vangt een druppel regenwater op. 


Daar boven op valt een tweede druppel en de eerste druppel spat uiteen (was een spectaculairder effect geweest)  of (zoals op de foto) loopt uit het bekertje en verspreidt op die manier de sporen.

En dan tot slot, al een tijdje bezig met groei en bloei:
Purpersteeltje


Hier zie je hoe de sporenkapsels rijpen. Het huikje (kapje) wordt zoetjes aan afgeworpen en het groene sporendoosje komt te voorschijn. 

Volgend blogje gaat over de Liebster Blog Award die ik van Greet mocht ontvangen.